Archief 745
Inventaris 745-323
Pagina 288
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen - alhier.

br. 31/26/1 M 1940.

In antwoord op het verzoek van J. v. Gelderen, kan
ik u mededeelen, dat de bedoeling is om zijn vader te
mogen vervangen, zoolang hij in het gevang is.
Ik heb persoonlijk met J. v. Gelderen gesproken. Over-
schrijving van bedoelde plaatsen is m.i. niet gewenscht.
Ik geef u in overweging om vervanging van zijn
vader tijdelijk toe te staan.

Amsterdam 10 April 1940.
[Handtekening] V. Mittelvugt. De brief is een ambtelijk advies met betrekking tot het beheer van marktplaatsen in Amsterdam. Een zekere J. van Gelderen heeft verzocht om de marktplek van zijn vader te mogen innemen omdat de vader momenteel gedetineerd is ("in het gevang is").

De afzender adviseert de Inspecteur van het Marktwezen om geen permanente "overschrijving" (overdracht van de vergunning) toe te staan, maar wel akkoord te gaan met een tijdelijke "vervanging". Dit wijst op een beleid waarbij men de continuïteit van de handel wil steunen zonder definitieve wijzigingen in de vergunningsrechten aan te brengen tijdens de afwezigheid van de oorspronkelijke houder. Het document is gedateerd op 10 april 1940, precies één maand voor de Duitse inval in Nederland. Het toont de normale gang van zaken in het Amsterdamse stadsbestuur vlak voor de bezetting.

De naam Van Gelderen was in die tijd een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die sterk vertegenwoordigd was in de markthandel (denk aan locaties zoals het Waterlooplein of de Albert Cuypmarkt). Hoewel de reden voor de gevangenschap van de vader niet wordt vermeld, illustreert het document hoe families probeerden hun bron van inkomsten veilig te stellen tijdens persoonlijke crises. Kort na deze brief zouden dergelijke administratieve kwesties voor Joodse markthandelaren echter overschaduwd worden door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. J. van Gelderen V. Mittelvugt Marktwezen

Samenvatting

De brief is een ambtelijk advies met betrekking tot het beheer van marktplaatsen in Amsterdam. Een zekere J. van Gelderen heeft verzocht om de marktplek van zijn vader te mogen innemen omdat de vader momenteel gedetineerd is ("in het gevang is").

De afzender adviseert de Inspecteur van het Marktwezen om geen permanente "overschrijving" (overdracht van de vergunning) toe te staan, maar wel akkoord te gaan met een tijdelijke "vervanging". Dit wijst op een beleid waarbij men de continuïteit van de handel wil steunen zonder definitieve wijzigingen in de vergunningsrechten aan te brengen tijdens de afwezigheid van de oorspronkelijke houder.

Historische Context

Het document is gedateerd op 10 april 1940, precies één maand voor de Duitse inval in Nederland. Het toont de normale gang van zaken in het Amsterdamse stadsbestuur vlak voor de bezetting.

De naam Van Gelderen was in die tijd een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die sterk vertegenwoordigd was in de markthandel (denk aan locaties zoals het Waterlooplein of de Albert Cuypmarkt). Hoewel de reden voor de gevangenschap van de vader niet wordt vermeld, illustreert het document hoe families probeerden hun bron van inkomsten veilig te stellen tijdens persoonlijke crises. Kort na deze brief zouden dergelijke administratieve kwesties voor Joodse markthandelaren echter overschaduwd worden door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.

Genoemde Personen 2

Locaties

Albert Cuypmarkt Waterlooplein

Producten

Oorlogssurrogaten: Vervanging Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3