Ambtsbericht / Rapport
Origineel
Ambtsbericht / Rapport 8 januari 1940 [Koptekst]
Nº 37 / 11 / 1 M. 1940 18/I
Hr. Müller
[Hoofdtekst]
Rapport
Ondergetekende, C Graats; is hedenmorgen bij de fa: Bouwman geweest om, kadegeld te innen voor de lichter 3964 (50 ton);
De heer Bouwman verklaarde mij, dat de lichter leeg was, en dat hij van de markt gaat, maar door het ijs is dit niet mogelijk, en maakte daarvoor bezwaar om te betalen.
[Links:]
Mr. Severne
Bedrijfschef v/d Markt
(alhier)
[Signatuur]
[Rechts:]
a.dam 8/1 - 40
[Signatuur C. Graats]
[Marginale aantekeningen en besluit]
Accoord, behoeft niet te betalen.
Zie Besluit B.en W. d.d. 23 Dec. 38, Nº 888 Coll. SP
8/1 ’40. [Signatuur]
[Onderzijde]
marktgelden luid:
het krachtens art 14, lid 1 sub II der Verordening
genoemde marktgeld enz.
Art 14 lid 1 sub I betreft Lichters.
Art 14 lid 1 sub II betreft vaartuigen.
[Rechtsonder in groen krijt:]
afgedaan * Kern van de zaak: Een ambtenaar (Graats) probeert kadegeld te innen bij de firma Bouwman voor een lichter (een type vrachtschip). De eigenaar weigert te betalen omdat hij weliswaar wil vertrekken, maar vastligt door het ijs.
* Juridische afhandeling: De bedrijfschef van de markt en een hogere functionaris gaan akkoord met het bezwaar. Er wordt verwezen naar een specifiek besluit van Burgemeester en Wethouders (B&W) uit 1938 dat blijkbaar voorziet in ontheffing van betaling bij dergelijke overmachtssituaties.
* Regelgeving: Onderaan het document wordt de relevante wetgeving geciteerd (Artikel 14 van de Verordening), waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen 'lichters' en andere 'vaartuigen'.
* Status: De groene aantekening "afgedaan" geeft aan dat de administratieve handeling is voltooid en de vordering is geseponeerd. Dit document stamt uit de winter van 1939-1940, een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland. In januari 1940 lag een groot deel van de Nederlandse waterwegen dicht door zware ijsgang, wat het scheepvaartverkeer volledig lamlegde.
Het document geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse bureaucratie aan de vooravond van de Duitse inval (mei 1940). Het toont aan dat de Amsterdamse marktmeesters en ambtenaren ondanks de oorlogsdreiging in Europa nog strikt volgens de vigerende gemeentelijke verordeningen en besluiten van B&W werkten. De menselijke maat werd hier toegepast: wie door natuurverschijnselen (ijs) niet kan varen, hoeft geen liggeld te betalen voor een plek die hij noodgedwongen bezet houdt.