Ambtelijke brief/begeleidend schrijven.
Origineel
Ambtelijke brief/begeleidend schrijven. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst, gezien de context en de afkorting 'DV.' bovenaan). [Rechtsboven handgeschreven:]
ten. Hr. Brown
ten. Hr. Müller
[Middenboven:]
DV.
[Links:]
37/2/21 M.
n 2
[Midden handgeschreven:]
Verzonden 2/4-'40.
[Rechts:]
2 April 1940.
[Adresregels:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te doen geworden ten name van A. de Widt betreffende huur van pakhuisafdeeling no. Hn 4 op de Centrale Markt, voor den opslag van goederen (vide besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 7 April 1939 no.97 L.M.1939).
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en mij het daarna toe doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur, Dit document is een formele begeleidende brief voor de afhandeling van een huurcontract. De essentie van de correspondentie is als volgt:
- Onderwerp: Het betreft de verhuur van een pakhuisruimte (sectie Hn 4) op het terrein van de Centrale Markt aan een zekere A. de Widt.
- Procedure: Het contract is reeds opgesteld "in duplo" (twee exemplaren) en wordt naar de Wethouder van Levensmiddelen gestuurd. De directeur verzoekt de wethouder om ervoor te zorgen dat de Burgemeester het contract ondertekent.
- Referentie: Er wordt verwezen naar een specifiek besluit van het college van B&W uit april 1939 (kenmerk L.M.1939), wat aantoont dat de administratieve afhandeling van dergelijke contracten destijds aanzienlijke tijd in beslag kon nemen.
- Terminologie: De brief hanteert de toen gebruikelijke archaïsche ambtelijke stijl ("heb ik de eer U... te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken"). De datum van het document, 2 april 1940, is historisch saillant. Dit is slechts vijf weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Op dit moment functioneerde het Nederlandse overheidsapparaat nog volledig volgens de normale procedures van de neutraliteitsperiode.
De Centrale Markt (gelegen in Amsterdam-West) was de spil in de voedselvoorziening van de hoofdstad. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een cruciale taak, aangezien de distributie en opslag van goederen vanwege de oorlogsdreiging en de beperkte internationale handel al onder druk stonden. Het feit dat dit contract specifiek gaat over de "opslag van goederen" past in het beeld van een stad die haar voorraden en logistiek op orde probeerde te houden in een onzekere tijd. De handgeschreven namen rechtsboven (Brown en Müller) duiden waarschijnlijk op ambtenaren of secretarissen die het document hebben gezien of afgehandeld in de keten van de wethouder.