Getypte ambtelijke brief/geleidebrief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/geleidebrief. 4 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen of een gerelateerde gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen, te Amsterdam (gezien de term "Centrale Markt"). [Rechtsboven handgeschreven paraaf/naam: W. Müller]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
37/2/48 M 6 4 November 1940.
In bylage dezes heb ik de eer U een drietal contracten
in duplo te doen geworden betreffende huur van de pakhuisaf-
deelingen no's B 13, C 14 en D 25 op de Centrale Markt, voor
den opslag van goederen (vide besluit van Burgemeester en Wet-
houders d.d. 7 April 1939 no.97 L.M.1939).
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van deze
contracten door den heer Burgemeester te willen bevorderen en
my deze daarna te doen retourneeren; dezerzyds kan dan voor re-
gistratie worden zorggedragen.
De Directeur, * Inhoud: Het betreft een formele aanbieding van drie huurcontracten (in tweevoud) voor specifieke pakhuisruimtes (secties B 13, C 14 en D 25) op het terrein van de Centrale Markt. De directeur vraagt de wethouder om bemiddeling bij de burgemeester voor de noodzakelijke ondertekening, waarna de documenten teruggezonden moeten worden voor de definitieve administratieve afhandeling.
* Referentie: De brief verwijst naar een besluit van het College van B&W uit april 1939, wat duidt op een langdurig lopend dossier of een uitvloeisel van beleid dat reeds voor de oorlog was vastgesteld.
* Vorm: De brief is opgesteld in de typische formele, ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U... te doen geworden", "ik moge U beleefd verzoeken"). De spelling is deels nog volgens de oude naamvalsregels (den heer, dezerzijds). * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 4 november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetter de touwtjes in handen begon te nemen, bleef het dagelijkse ambtelijke apparaat in de steden grotendeels functioneren volgens de bestaande protocollen.
* Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een cruciale taak. Door de oorlog en de naderende schaarste was de opslag en distributie van goederen via de Centrale Markt van vitaal belang voor de stad Amsterdam. De genoemde pakhuizen dienden waarschijnlijk voor het aanleggen van noodvoorraden of het reguleren van de distributie onder toezicht van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening.
* Locatie: De "Centrale Markt" verwijst naar de in 1934 geopende Centrale Markthallen in Amsterdam-West, destijds een hypermodern complex voor de handel in groenten, fruit en andere levensmiddelen. Rijksbureau