Verkoopnota / Marktafrekening.
Origineel
Verkoopnota / Marktafrekening. 9 januari 1936. Verkocht door B Groeneman - Prins
op 9 Januari 1936
Een partij groote schelvisch
als volgt
| Aantal | Eenheid | Prijs | Totaal |
|---|---|---|---|
| 1 x 5 | stuks | à 4.40 per 5 stuks | f 4.40 |
| 2 x 5 | „ | à 4.10 „ „ | 8.20 |
| 1 x 5 | „ | à 3.90 „ „ | 3.90 |
| 1 x 5 | „ | à 3.50 „ „ | 3.50 |
| 1 x 5 | „ | à 3.40 „ „ | 3.40 |
| 1 x 5 | „ | à 2.60 „ „ | 2.60 |
| 1 x 5 | „ | à 2.40 „ „ | 2.40 |
| 1 x 5 | „ | à 4.- „ „ | 4.- |
| 1 x 5 | „ | à 3.50 „ „ | 3.50 |
| 1 x 5 | „ | à 3.50 „ „ | 3.50 |
| 1 x 5 | „ | à 3.30 „ „ | 3.30 |
| 1 x 5 | „ | à 3.- „ „ | 3.- |
| 1 x 5 | „ | à 3.- „ „ | 3.- |
| 1 x 5 | „ | à 2.50 „ „ | 2.50 |
| 1 x 5 | „ | à 3.10 „ „ | 3.10 |
| 2 x 5 | „ | à 2.80 „ „ | 5.60 |
| Totaal | [doorgestreept: 59.90] |
af 5% afslaggeld [doorgestreept: 3.-]
ingevolge art. 25 lid 1 der Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.
Eindtotaal: 56.90
(Rechtsonder los genoteerd):
f 81.88
f 4.10 Het document is een gedetailleerde afrekening van een visverkoper (B. Groeneman). De vis, "groote schelvisch", werd verkocht in partijen van vijf stuks. Opvallend is de variatie in prijs per vijf stuks (variërend van f 2.40 tot f 4.40), wat wijst op kwaliteitsverschillen of marktwerking gedurende de dag.
Onderaan het document vindt een correctie plaats: op het brutobedrag van f 59,90 wordt 5% "afslaggeld" in mindering gebracht. Dit bedrag wordt afgerond op f 3,00, wat resulteert in een netto uitbetaling van f 56,90. De verwijzing naar de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden" duidt op een officiële gemeentelijke heffing die direct bij de verkoop werd ingehouden. Dit document stamt uit januari 1936, de late crisistijd in Nederland. De vismarkt was in die periode strikt gereguleerd. De naam Groeneman is een bekende Joodse naam in de Amsterdamse handelswereld; veel leden van deze familie waren werkzaam op de markten (zoals de vismarkt aan de De Ruijterkade of de Centrale Markthal).
De juridische verwijzing naar Artikel 25 van de verordening suggereert dat dit document deel uitmaakte van een officiële administratie, mogelijk voor belastingdoeleinden of als bewijsstuk in een geschil over marktrechten. Dergelijke documenten worden vaak aangetroffen in stadsarchieven (zoals het Amsterdams Stadsarchief) binnen de dossiers van de Marktwezen-administratie.