Getypt ambtelijk rapport (afschrift met aanvulling).
Origineel
Getypt ambtelijk rapport (afschrift met aanvulling). № 2/B/8/2 M. 1937 ½
Afschrift rapport d.d. 19-9-36
Ondergetekende heeft een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een erkenningsaanvrage als groothandelaar door D.R. Lindeman, oud 39 jaar, wonende Elandsgracht 76 alhier. Genoemde persoon is reeds sedert 1911 handelaar met groenten en fruit. Afwisselend heeft hy handel gedreven in de zaak van zyn vader, in zyn eigen zaak en later weer by zyn moeder, echter steeds als kleinhandelaar. Een en ander komt tot uiting in de verklaring welke H.G. Ruhe hem ter hand stelde en welke hierby gaat.
Lindeman verzoekt erkenning als groothandelaar op grond van het feit dat hy met H. Papevoine samen groothandel zou dryven. In de registers van de Kamer van Koophandel staat Papevoine sedert 10-9-36 echter als zelfstandig handelaar te boek, waarby de combinatie met Klyn vervallen wordt verklaard. Van een nieuwe overeenkomst tusschen Papevoine en Lindeman wordt echter niet gerept. Tenslotte verklaarde Papevoine nog het volgende: "Van een combinatie met Lindeman is geen sprake. Lindeman rydt met my mede naar de veilingen, waar ik voor hem meekoop. Voor deze bemoeiingen ontvang ik een zekere provisie. De producten die ik koop worden door myzelf verkocht, de producten die ik voor Lindeman koop zyn bestemd voor hun verschillende zaken welke de firma Lindeman te Amsterdam exploiteert."
Den Heer Bedryfschef Amsterdam, 19 September '36
v/h Marktwezen.
Aan vorenstaand rapport kan nog worden toegevoegd dat Lindeman voornoemd later opgave heeft gedaan by het Handelsregister dat hy met Papevoine samen groothandel dryft met groenten en fruit. Deze combinatie heeft volgens de door het Handelsregister verstrekte inlichtingen geduurd van 15-9-36 tot 3-12-36. Op dat ogenblik is Lindeman weer uitgetreden en zette Papevpine de zaak als eigenaar voort. Lindeman heeft zich niet zelfstandig laten inschryven. De mededeelingen vervat in bovenstaande rapporten geven antwoord op de vragen door de Commissie van Advies in haar bygaand schryven gesteld. Slechts de vraag of het aantal groenten- en fruitgrossiers, ter plaatse waar de betrokkene zyn bedryf zou wenschen uit te oefenen, nog voor uitbreiding vatbaar is, heeft rapporteur gemeend in dit rapport niet te moeten beantwoorden, doch aan Uw beoordeeling te moeten overlaten.
Den Heer Bedryfschef Amsterdam, 8 Februari 1937
v/h Marktwezen.
[Handtekening]
Marktopzichter. Dit document betreft een ambtelijke toetsing van een aanvraag voor een groothandelsvergunning in Amsterdam tijdens het interbellum. De kern van de zaak is de vraag of de aanvrager, D.R. Lindeman, daadwerkelijk als groothandelaar opereert of slechts een kleinhandelaar (winkelier) is die zijn eigen voorraad inkoopt.
Uit het rapport blijkt een zekere mate van onregelmatigheid of "schuiven" met bedrijfsstructuren:
1. Aanvankelijke ontkenning: Hoewel Lindeman claimt een compagnon van Papevoine te zijn, ontkent Papevoine dit in september 1936 stellig. Hij stelt dat Lindeman slechts een klant is die tegen provisie gebruikmaakt van zijn inkoopdiensten voor Lindemans eigen winkels.
2. Kortstondige samenwerking: Tussen september en december 1936 zijn de twee heren officieel wel als compagnons geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, maar deze samenwerking wordt al na drie maanden ontbonden.
3. Beoordeling: De rapporteur (de Marktopzichter) stelt vast dat Lindeman zich nooit zelfstandig als groothandelaar heeft ingeschreven. Hij laat het politiek gevoelige oordeel over de "marktverzadiging" (of er nog ruimte is voor nieuwe grossiers) over aan zijn superieur.
In de tekst komt een typefout voor: "Papevpine" in de tweede helft, waar "Papevoine" bedoeld wordt. Het document moet gezien worden tegen de achtergrond van de economische crisis van de jaren '30 en de toenemende regulering van de handel in Nederland. Om de markt te beschermen tegen wildgroei en oneerlijke concurrentie, was de vestiging van nieuwe bedrijven streng gebonden aan vergunningen en erkenningen (zoals later vastgelegd in de Vestigingswet Bedrijven 1937).
Het Amsterdamse "Marktwezen" hield scherp toezicht op de distributieketen van levensmiddelen. Het onderscheid tussen een kleinhandelaar (die aan de consument verkoopt) en een groothandelaar of grossier (die aan andere handelaren verkoopt) was cruciaal voor de marktordening en de belastingheffing. De Elandsgracht, waar Lindeman woonde, lag in het hart van de Jordaan, een wijk die destijds vergeven was van de kleine handelaren en marktkooplieden.