Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie voor archief).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie voor archief). 11 februari 1937. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktverordening of een aanverwante Amsterdamse dienst). VP/HG. [handgeschreven: Verzonden 11/2]
2B/8/3 M.
11 Februari 1937
den Heer Secretaris van de Commissie van Advies bedoeld in het Crisis-Organisatiebesluit 1933, Lange Voorhout 1 en 3, 's - G r a v e n h a g e .
Naar aanleiding van Uw op 2 dezer aan den heer Burgemeester der Gemeente Amsterdam gerichten brief (No. T 23) heb ik de eer U te berichten, dat ik omtrent den persoon van D.R. Lindeman, Elandsgracht 76 II, alhier, een onderzoek heb doen instellen. Hierbij is aannemelijk gemaakt, dat Lindeman sedert 1911 als kleinhandelaar in groenten en fruit hier ter stede werkzaam is. Zijn bewering, dat hij ook groothandel zou hebben gedreven, tesamen met den grossier Papevoine, is evenwel niet juist gebleken. In het Handelsregister hier ter stede staat vermeld, dat Lindeman en Papevoine van 15 September tot 3 December 1936, dus gedurende enkele maanden, een firma hebben gevormd; daarvóór, noch daarna, is gebleken, dat Lindeman zich met groothandel heeft bezig gehouden.
Wat de vraag betreft, of, naar mijn meening het aantal grossiers in groenten en fruit hier ter stede nog voor uitbreiding vatbaar is, diene, dat ik deze vraag met beslistheid ontkennend beantwoord. Het aantal grossiers, dat te Amsterdam is gevestigd, moet m.i. veel te groot worden geacht. In verband hiermede worden reeds van Gemeentewege, niet dan bij hooge uitzondering, nieuwe grossiers op de Gemeentelijke Centrale Markt toegelaten.
De Directeur, In deze brief rapporteert een Amsterdamse directeur (mogelijk van de Marktwezen) aan een landelijke commissie in Den Haag over de antecedenten van D.R. Lindeman. Lindeman heeft klaarblijkelijk een verzoek ingediend waarbij hij zich voordeed als groothandelaar. Het onderzoek wijst echter uit dat hij nagenoeg zijn gehele loopbaan kleinhandelaar (winkelier) is geweest, op een zeer korte vennootschap met een zekere Papevoine in 1936 na.
De kern van het schrijven ligt in de tweede alinea. De directeur adviseert negatief over het toelaten van nieuwe grossiers in Amsterdam. Hij stelt dat de markt verzadigd is ("veel te groot") en dat de gemeente een zeer restrictief beleid voert wat betreft de toegang tot de Centrale Markt. Dit duidt op een protectionistische houding ten opzichte van de zittende handelaren. Het document dateert uit 1937, de staart van de Grote Depressie. Het genoemde Crisis-Organisatiebesluit 1933 was een cruciaal instrument van de Nederlandse regering om de economie te reguleren. Onder dit besluit konden bedrijfstakken worden georganiseerd om "ruïneuze concurrentie" tegen te gaan.
In Amsterdam was in 1934 de Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat geopend. Om de orde en winstgevendheid op deze markt te handhaven, werd de toegang voor nieuwe handelaren streng gereguleerd door middel van vergunningen. Deze brief is een typisch voorbeeld van de bureaucratische controle die destijds werd uitgeoefend om de markt af te grendelen voor nieuwkomers, onder het mom van economische noodzaak. D.R. Lindeman Gemeente Amsterdam Marktwezen