Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 258
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven conceptbrief (ambtelijke correspondentie)

18 november 1940 (met dossiernotitie 21/11/40)

Origineel

Handgeschreven conceptbrief (ambtelijke correspondentie) 18 november 1940 (met dossiernotitie 21/11/40) [Koptekst]
Concept 65/2/g 21/11/40
A’dam, 18 Nov. 1940
MHv
Toelating v. D.R. Rindeman als verkoper op de CM.
W. Hill [?]

[Brieftekst]
Ter vervolg op mijn rapport d.d. 15 Juni j.l. (No. 65/2/3 M) heb ik de eer U te berichten, dat D.R. Rindeman, ten aanzien van wien op 28 Juni j.l. (onder no. 387 Coll 1940) door B en W is besloten hem niet als grossier op de CM toe te laten, thans wederom om toelating als zoodanig heeft verzocht.

De heer Rindeman [T] is inmiddels [I] erkend als groothandelaar in aardappelen [F] tevens lid van de Vereeniging tot Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel (VBNA).

Zijn bedoeling is thans om belangrijke grossiers-zaken op de CM te doen en geenszins om daar uitsluitend als inkooper voor de winkelzaken van zijn broers op te treden, hetgeen het voornaamste motief was waarom zijn verzoek in Juni j.l. werd afgewezen.

Met het feit, dat Rindeman belangrijke zaken beoogt te doen, dient, dat hij op de CM zoowel een pakhuis voor den aardappelhandel (in het Westelijke havencomplex) als een voor den groente- en fruithandel (in het Oostelijke havencomplex) wenscht te huren, resp. voor f 400,- en voor f 1100,- per jaar.

Ik heb de eer U beleefd te verzoeken zoo spoedig mogelijk te willen goedkeuren, dat D.R. Rindeman voornoemd als grossier tot de CM wordt toegelaten. Destijds zal dan voor opstelling van het vereischte huurcontract worden zorggedragen.

[Marginale aantekeningen / Invoegingen]
T: die destijds reeds door de Nederlandsche Groenten en Fruit-centrale is erkend als groothandelaar in gewassen van den tuinbouw,
I: tegen het advies van den handel, door een ingestelde Commissie van Beroep
F: op last van de Nederlandsche Akkerbouw Centrale
(zie uit papier): (notitie onderaan de bladzijde) Dit document is een ambtelijk concept waarin wordt geadviseerd om de heer D.R. Rindeman alsnog toe te laten als grossier op de Centrale Markt (CM) in Amsterdam. Een eerder verzoek in juni 1940 was afgewezen omdat men vermoedde dat hij enkel als inkoper voor de winkels van zijn broers wilde fungeren (belangenverstrengeling of oneerlijke concurrentie).

Rindeman heeft nu echter officiële erkenningen verkregen van diverse marktorganisaties (VBNA en de door de overheid ingestelde Centrales). Het document benadrukt dat hij serieuze handelsplannen heeft, wat blijkt uit zijn bereidheid om twee pakhuizen te huren voor een aanzienlijk jaarlijks bedrag (totaal f 1500,-). De vele doorstrepingen en marginale noten laten zien dat de formulering nauw luisterde, vooral wat betreft de formele status van zijn erkenning als groothandelaar. Het document dateert van november 1940, tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de distributie van voedsel steeds strenger gereguleerd via de zogenaamde 'Centrales' (zoals de Nederlandsche Akkerbouw Centrale). Deze organisaties bepaalden wie mocht handelen.

De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening in de stad. Toelating als 'grossier' was essentieel om op grote schaal te mogen handelen. De verwijzing naar de "Commissie van Beroep" suggereert dat Rindeman juridische of administratieve stappen heeft ondernomen om zijn eerdere afwijzing aan te vechten, wat in die tijd een gebruikelijke gang van zaken was binnen de corporatistische structuur van de Nederlandse handel.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk concept waarin wordt geadviseerd om de heer D.R. Rindeman alsnog toe te laten als grossier op de Centrale Markt (CM) in Amsterdam. Een eerder verzoek in juni 1940 was afgewezen omdat men vermoedde dat hij enkel als inkoper voor de winkels van zijn broers wilde fungeren (belangenverstrengeling of oneerlijke concurrentie).

Rindeman heeft nu echter officiële erkenningen verkregen van diverse marktorganisaties (VBNA en de door de overheid ingestelde Centrales). Het document benadrukt dat hij serieuze handelsplannen heeft, wat blijkt uit zijn bereidheid om twee pakhuizen te huren voor een aanzienlijk jaarlijks bedrag (totaal f 1500,-). De vele doorstrepingen en marginale noten laten zien dat de formulering nauw luisterde, vooral wat betreft de formele status van zijn erkenning als groothandelaar.

Historische Context

Het document dateert van november 1940, tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de distributie van voedsel steeds strenger gereguleerd via de zogenaamde 'Centrales' (zoals de Nederlandsche Akkerbouw Centrale). Deze organisaties bepaalden wie mocht handelen.

De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening in de stad. Toelating als 'grossier' was essentieel om op grote schaal te mogen handelen. De verwijzing naar de "Commissie van Beroep" suggereert dat Rindeman juridische of administratieve stappen heeft ondernomen om zijn eerdere afwijzing aan te vechten, wat in die tijd een gebruikelijke gang van zaken was binnen de corporatistische structuur van de Nederlandse handel.

Locaties

Amsterdam (A’dam)

Gerelateerde Documenten 6