Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 88
Dossier 76
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk rapport/brief (doorslag of afschrift).

Origineel

Ambtelijk rapport/brief (doorslag of afschrift). -3-

De volgende zijstraat is de Vespuccistraat. Links zijn op de hoeken gevestigd een hoedenzaak en een filiaal van Jamin en rechts een bakker en een filiaal van Van Amerongen. Ook hier zouden 6 venters aan de linkerzijde en 6 venters rechts van de Jan Evertsenstraat kunnen worden geplaatst. Bovendien kan op het Mercatorplein naast den bloemenstandplaatshouder Hoelen nog een fruitkoopman worden geplaatst. Op deze wijze zouden dus 26 venters een standplaats kunnen krijgen. Een ventverbod voor de Jan Evertsenstraat is dan echter noodzakelijk.

De hierboven aangegeven oplossing gelijkt op die, welke is getroffen voor de Weesperstraat.

In de Jan Evertsenstraat zijn momenteel de volgende standplaatsen uitgereikt:

S. Biet-Schelvis, standplaats Jan Evertsenstraat tegenover no.72; handkar, versche visch; standplaatsvergunning no.764 L.M. '39 Maandag tot en met Vrijdag.

M.A.H. Goossens-Meyer, standplaats Jan Evertsenstraat tegenover no.88; driewielig transportrijwiel, bloemen; standplaatsvergunning no.764 L.M. '39 Maandag tot en met Vrijdag.

G.P. Koning, standplaats Jan Evertsenstraat tegenover no.97; handkar, bloemen; standplaatsvergunning no.764 L.M. '39 Maandag tot en met Vrijdag.

J.P. ter Horst, standplaats Mercatorplein tegenover no.36; driewielig transportrijwiel, haring, zuurwaren, ger. en gest. visch; standplaatsvergunning no.764 L.M. '39 Zaterdag, Zondag en Christelijke feestdagen.

A. Hoelen, standplaats Mercatorplein tegenover no.36; driewielig transportrijwiel, bloemen en planten; standplaatsvergunning no.764 L.M. '39 Maandag tot en met Vrijdag.

Bij oplossing C kunnen deze worden gehandhaafd; bij oplossing D niet (behalve Hoelen en ter Horst) en zullen deze standplaatshouders mijn inziens bij voorkeur recht moeten krijgen op een standplaats in een zijstraat.

Ik moge hierbij nog opmerken, dat eenigen der hierboven genoemde venters reeds eenige malen voor een standplaats in aanmerking konden komen, doch deze hebben geweigerd, omdat ze dan 's winters geen bijsteun krijgen. (Ik noem den venter Koot).

E. Handhaving van den bestaanden toestand.

Het is natuurlijk mogelijk de venters te laten venten in deze volkrijke buurt van West, doch dan zullen zij, wat dit betreft, wel wat moeten worden opgevoed. Het caroussel rijden moet dan afgeloopen zijn. Het komt thans voor, dat een venter 25 meter rijdt; hij steekt dan de straat dwars over, rijdt 25 meter terug en steekt dan weer de straat over en dit gaat den geheelen dag door, indien er tenminste toezicht is, want anders heeft iedere venter zijn vaste plaats. Het is een dezer dagen voorgekomen, dat de venters Koot, De Vries, Brandse en Sandbergen, allen met bloemen, bijna handtastelijk zijn geworden, omdat de een op de plaats, waar de ander altijd pleegt te staan, was gaan staan! De venters Koot en De Vries vormen een combinatie tegen de venters Brandse en Sandbergen. Men sluit bovendien de twee bloemenstandplaatsen geheel af en dan gaat men aan den gang; vaak worden de bloemen door deze heeren beneden den minimumprijs der veilingen verkocht! Het gevolg is natuurlijk, dat de standplaatshouders niets meer verkoopen.

Ik zal het op prijs stellen indien thans verder gaande maatregelen als bovenbedoeld worden ingevoerd.

De Inspecteur
w.g. H.A. van Duinhoven,
wnd.

Voor eensluidend afschrift:
De Directeur van het Marktwezen, * Kernproblematiek: De tekst beschrijft de logistieke en handhavingsproblemen rondom straathandel in een drukke Amsterdamse buurt. Er is sprake van frictie tussen de 'gevestigde' standplaatshouders (met een vaste vergunning) en de 'venters' (die mobiel moeten zijn).
* Geografie: De focus ligt op de Jan Evertsenstraat, het Mercatorplein en de Vespuccistraat in Amsterdam-West. De tekst geeft een uniek tijdsbeeld van de winkels op de hoeken (Jamin, Van Amerongen).
* Regulering: De inspecteur stelt een "ventverbod" voor de Jan Evertsenstraat voor, waarbij venters naar zijstraten worden gedirigeerd. Dit wijst op een beleid van sanering en ordening van de openbare ruimte.
* Sociale aspecten:
* Bijsteun: Er wordt gerefereerd aan het feit dat sommige venters vaste standplaatsen weigeren omdat ze dan hun recht op winter-bijsteun (sociale uitkering) zouden verliezen. Dit geeft inzicht in de precaire economische positie van de straathandelaren in 1939.
* "Caroussel rijden": Een tactiek waarbij venters kleine rondjes reden om formeel aan de eis van mobiliteit te voldoen terwijl ze feitelijk een vaste plek bezetten.
* Concurrentie: De spanningen leiden tot bijna-handtastelijkheden en prijsdumping (beneden de veilingprijs), wat de legale standplaatshouders benadeelt. Dit document stamt uit het jaar 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Jan Evertsenstraat was op dat moment een relatief jonge, maar zeer drukke winkelstraat in de Amsterdamse Gordel '20-'40.

De Dienst van het Marktwezen probeerde in deze periode de vaak chaotische straathandel te reguleren om de verkeersdoorstroming te bevorderen en de belangen van winkelier en vergunde standplaatshouder te beschermen. De genoemde namen (zoals Biet-Schelvis, Goossens-Meyer) zijn typerend voor de Amsterdamse koopmansfamilies uit die tijd. De verwijzing naar de "Weesperstraat" als precedent toont aan dat dit type ruimtelijke ordening stadsbreed werd toegepast. De toon van de inspecteur ("wel wat moeten worden opgevoed") is kenmerkend voor de toenmalige paternalistische houding van de overheid tegenover de volksklasse.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De tekst beschrijft de logistieke en handhavingsproblemen rondom straathandel in een drukke Amsterdamse buurt. Er is sprake van frictie tussen de 'gevestigde' standplaatshouders (met een vaste vergunning) en de 'venters' (die mobiel moeten zijn).
  • Geografie: De focus ligt op de Jan Evertsenstraat, het Mercatorplein en de Vespuccistraat in Amsterdam-West. De tekst geeft een uniek tijdsbeeld van de winkels op de hoeken (Jamin, Van Amerongen).
  • Regulering: De inspecteur stelt een "ventverbod" voor de Jan Evertsenstraat voor, waarbij venters naar zijstraten worden gedirigeerd. Dit wijst op een beleid van sanering en ordening van de openbare ruimte.
  • Sociale aspecten:
    • Bijsteun: Er wordt gerefereerd aan het feit dat sommige venters vaste standplaatsen weigeren omdat ze dan hun recht op winter-bijsteun (sociale uitkering) zouden verliezen. Dit geeft inzicht in de precaire economische positie van de straathandelaren in 1939.
    • "Caroussel rijden": Een tactiek waarbij venters kleine rondjes reden om formeel aan de eis van mobiliteit te voldoen terwijl ze feitelijk een vaste plek bezetten.
    • Concurrentie: De spanningen leiden tot bijna-handtastelijkheden en prijsdumping (beneden de veilingprijs), wat de legale standplaatshouders benadeelt.

Historische Context

Dit document stamt uit het jaar 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Jan Evertsenstraat was op dat moment een relatief jonge, maar zeer drukke winkelstraat in de Amsterdamse Gordel '20-'40.

De Dienst van het Marktwezen probeerde in deze periode de vaak chaotische straathandel te reguleren om de verkeersdoorstroming te bevorderen en de belangen van winkelier en vergunde standplaatshouder te beschermen. De genoemde namen (zoals Biet-Schelvis, Goossens-Meyer) zijn typerend voor de Amsterdamse koopmansfamilies uit die tijd. De verwijzing naar de "Weesperstraat" als precedent toont aan dat dit type ruimtelijke ordening stadsbreed werd toegepast. De toon van de inspecteur ("wel wat moeten worden opgevoed") is kenmerkend voor de toenmalige paternalistische houding van de overheid tegenover de volksklasse.

Gerelateerde Documenten 4