Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. 10 oktober 1940. De Directeur van de Centrale Markt (Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:] M. Broune
[Handgeschreven, midden boven:] Verzonden 11/10
[Getypt, linksboven:]
VP/HG.
77/44/3 M.
1
[Getypt, rechts:] 10 October 1940.
[Getypt, links:]
Straf van kooper
Centrale Markt.
[Getypt, rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Hoofdtekst:]
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 7 October jl. door den contrôleur Schiermeier van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat I.Bloemist, 3e Oosterparkstraat 73, wien als kooper toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich daar op 7 October jl. heeft schuldig gemaakt aan ernstig wangedrag. Bloemist voornoemd staat bij mijn dienst uiterst ongunstig aangeschreven. Hij werd laatstelijk door mij gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor de periode van 6 tot en met 8 September 1939, op grond van het feit, dat hij de orde op die markt had verstoord. Bovendien had op hem betrekking mijn aan U gericht rapport d.d. 15 Juni jl. (No.27/39/4 M.). Naar aanleiding van dit rapport werd hij bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 28 Juni 1940 No.578 L.M.1940 gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats te bezetten voor den tijd van drie maanden, zulks tot 28 September jl.
Het lijkt mij noodig, dat Bloemist voornoemd thans voor geruimen tijd van de Centrale Markt wordt uitgesloten. Ik heb hem het recht van toegang tot die markt ontnomen voor de periode van 9 tot en met 22 October a.s. Ik moge U beleefd verzoeken, dat hij, in aansluiting aan deze straf, bij besluit van Burgemeester en Wethouders wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den tijd van zes maanden, zulks met ingang van 23 October a.s.
[Fragment links onderaan:]
el te willen
evorderen,
[Rechtsonder:]
De Directeur, * Inhoud: De Directeur van de Centrale Markt rapporteert een nieuw incident van "ernstig wangedrag" door de koper I. Bloemist. Op basis van een rapport van controleur Schiermeier en het feit dat Bloemist een recidivist is (hij had net een ban van drie maanden achter de rug), stelt de directeur een zware straf voor.
* Procedure: De directeur heeft zelf de bevoegdheid om iemand voor korte tijd (twee weken) de toegang te ontzeggen. Voor een langdurige uitsluiting (zes maanden) is echter een formeel besluit van het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) vereist.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van de vooroorlogse en vroege oorlogsjaren, met gebruik van archaïsche termen zoals "wien", "jl." (jongstleden), "a.s." (aanstaande) en "alhier".
* Staat van het document: De tekst is een doorslag of kopie op dun papier. Linksonder is een tekstfragment zichtbaar ("el te willen evorderen") dat waarschijnlijk onderdeel was van een standaard afsluitende zin (bijv. "U moge het besluit daartoe beleefdel te willen bevorderen"), die door een verschuiving in het papier niet volledig op deze pagina is terechtgekomen. * Historische context: Het document dateert van oktober 1940, slechts vijf maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de distributie via de Centrale Markt in Amsterdam van vitaal belang. Handhaving van de orde was een prioriteit voor de autoriteiten om de voedselstroom niet in gevaar te brengen.
* Persoon: De genoemde I. Bloemist woonde aan de 3e Oosterparkstraat 73. Gezien de locatie en de achternaam is het niet onwaarschijnlijk dat de betrokkene van Joodse afkomst was, aangezien de Oosterparkbuurt een aanzienlijke Joodse populatie kende. Hoewel de brief spreekt van "wangedrag" en "orde verstoren", kunnen in deze tijd dergelijke sancties ook een zwaarder gewicht hebben gekregen door de veranderende politieke omstandigheden.
* Administratieve structuur: De brief toont de hiërarchische lijn tussen de marktmeester/directeur en het gemeentebestuur in de vroege bezettingsperiode, waarbij de normale gemeentelijke procedures (B&W besluitvorming) nog steeds in werking leken te zijn.