Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 363
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële waarschuwing / betalingsherinnering voor marktgelden.

28 februari 1940.

Origineel

Officiële waarschuwing / betalingsherinnering voor marktgelden. 28 februari 1940. [Rechtsboven, handgeschreven:]
h. Mulder

[Linksboven, getypt:]
DV.

Letter B
85/16/1 M.
1

[Rechtsboven, getypt:]
28 Februari 1940.

[Midden rechts, getypt:]
den Heer S. Abram,
Joden Houttuinen 42 a,
Amsterdam-C.
Wijk 2.

[Midden links, handgeschreven in inkt:]
Betaald per kas
op 8/3/40 f 0.75
[Paraaf/Handtekening]

[Gecentreerd, getypt:]
Waarschuwing betaling kramengeld.

[Onderaan, getypt:]
2 Maart 1940 Zaterdag Dit document is een formele aanmaning van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen, gezien de afkorting "DV." en de term "Wijk 2") gericht aan een marktkoopman. Het "kramengeld" was de vergoeding die betaald moest worden voor het recht om een kraam op een openbare marktplaats te bezetten.

Uit de handgeschreven kantlijnnotitie blijkt dat de heer Abram het verschuldigde bedrag van f 0,75 (75 cent) op 8 maart 1940 contant ("per kas") heeft voldaan. De getypte datum onderaan, "2 Maart 1940 Zaterdag", diende waarschijnlijk als de uiterste termijn voor betaling of de datum waarop de waarschuwing van kracht werd. Het geringe bedrag en de snelle administratieve opvolging getuigen van de strikte controle op marktgelden in die tijd. De brief is historisch saillant vanwege de datum en locatie. De Joden Houttuinen vormde het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam; een wijk waar veel bewoners afhankelijk waren van de handel op de omliggende markten (zoals het Waterlooplein).

Het document dateert van februari/maart 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het toont de laatste periode van relatieve bureaucratische normaliteit voor de Joodse bevolking van Amsterdam, voordat de bezetter begon met het invoeren van anti-Joodse maatregelen en het onmogelijk maken van hun deelname aan het openbare (markt)leven. De straat zelf, de Joden Houttuinen, is na de oorlog grotendeels verdwenen door krotopruiming en de aanleg van de IJtunneltracé.

Samenvatting

Dit document is een formele aanmaning van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen, gezien de afkorting "DV." en de term "Wijk 2") gericht aan een marktkoopman. Het "kramengeld" was de vergoeding die betaald moest worden voor het recht om een kraam op een openbare marktplaats te bezetten.

Uit de handgeschreven kantlijnnotitie blijkt dat de heer Abram het verschuldigde bedrag van f 0,75 (75 cent) op 8 maart 1940 contant ("per kas") heeft voldaan. De getypte datum onderaan, "2 Maart 1940 Zaterdag", diende waarschijnlijk als de uiterste termijn voor betaling of de datum waarop de waarschuwing van kracht werd. Het geringe bedrag en de snelle administratieve opvolging getuigen van de strikte controle op marktgelden in die tijd.

Historische Context

De brief is historisch saillant vanwege de datum en locatie. De Joden Houttuinen vormde het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam; een wijk waar veel bewoners afhankelijk waren van de handel op de omliggende markten (zoals het Waterlooplein).

Het document dateert van februari/maart 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het toont de laatste periode van relatieve bureaucratische normaliteit voor de Joodse bevolking van Amsterdam, voordat de bezetter begon met het invoeren van anti-Joodse maatregelen en het onmogelijk maken van hun deelname aan het openbare (markt)leven. De straat zelf, de Joden Houttuinen, is na de oorlog grotendeels verdwenen door krotopruiming en de aanleg van de IJtunneltracé.

Gerelateerde Documenten 5