Archief 745
Inventaris 745-345
Pagina 498
Dossier 17
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief/correspondentie.

26 september 1941 (Amsterdam).

Origineel

Ambtelijke brief/correspondentie. 26 september 1941 (Amsterdam). [Stempel/Kader rechtsboven:]
No. 2000 4 P.B.
De Wethouder voor de Pensioenen stelt deze in handen van den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, W.S.B.Z. ter kennisneming, met verzoek deze stukken onder de aandacht van het hoofd van den betrokken tak van dienst te willen brengen.
p.o. Amsterdam, 26 September 1941.

[Linkerbovenhoek:]
PENSIOENRAAD
Afdeeling Algemeene Dienst.
Bureau I.
No. 522.11/1072.

Bericht op schrijven van:
Onderwerp: Vervroegd ouderdomspensioen.
Bijlagen: 1.

[Midden:]
Nº 927 L.M. 1941 29/9 [Handgeschreven:] Marktw.
[Handgeschreven parafen en aantekeningen in rood en blauw potlood]

Het naar aanleiding van ons schrijven aan het College van Burgemeester en Wethouders Uwer gemeente van 22 December 1939 A.D. I. No. 502. 11/14, betreffende de van 1 Januari 1940 af te volgen gedragslijn ter verzekering van het uitzicht op vervroegd ouderdomspensioen van personeel in dienst Uwer gemeente onder de hand gepleegd overleg heeft, zooals U bekend is, geleid tot een aantal besprekingen op het Gemeentelijk Pensioenbureau tusschen eenerzijds hoofdambtenaren van dat Bureau en van de verschillende gemeentelijke diensten en anderzijds een hoofdambtenaar van onzen Raad. Deze besprekingen hebben ons, dank zij de groote medewerking ondervonden van de zijde van Uwe ambtenaren, in staat gesteld ons over de geheele lijn een juist beeld te vormen omtrent aard en omvang van de werkzaamheden in de verschillende in dienst van Uwe gemeente vervuld wordende betrekkingen. Daarbij is ons in de eerste plaats gebleken, dat in een aantal gevallen onder anderen naam eene betrekking wordt bekleed, als bedoeld in artikel 49 der Pensioenwet 1922, juncto het Koninklijk besluit van 24 Maart 1923 (Staatsblad No. 108), aan de vervulling waarvan alleen op grond van het verschil in benaming het uitzicht op vervroegd ouderdomspensioen niet of niet langer zou kunnen worden verbonden (groep I van bijgaande lijst). De noodzakelijkheid van eene letterlijke wetstoepassing, waarop wij in ons voormeld schrijven reeds wezen, belet ons om, zulks met terzijdestelling van de benaming, waaronder deze betrekkingen in Uwe gemeente worden vervuld, in die gevallen bedoeld uitzicht zonder meer te erkennen. Anderzijds hebben de besprekingen er ons van overtuigd, dat het in die gevallen niet juist en in strijd met de bedoeling der geldende voorschriften zou zijn, aan de betrokken ambtenaren het uitzicht op vervroegd ouderdomspensioen te onthouden. Het is op dien grond, dat wij gezocht hebben naar eene oplossing, welke, met inachtneming van den bedoelden formeelen eisch ten aanzien van de titulatuur, in staat stelt in de daartoe leidende gevallen aan hen, die daarop naar 's-wetgevers bedoeling aanspraak kunnen maken, binnen de grenzen van de geldende voorschriften op grond van bij het ontslag bereikten of overschreden 55-jarigen leeftijd, pensioen toe te kennen. Deze oplossing hebben wij gemeend slechts te kunnen vinden in eene wijziging van de benaming van het ambt in dien zin, dat in de gevallen, waarin overneming van den titel genoemd in artikel 1 van voormeld Koninklijk besluit, niet zonder meer mogelijk is, zoowel de eene als de andere titel in de betrokken regelingen en (of) in de akten van aanstelling wordt vermeld en wel eerst die, welke in dat besluit voorkomt en daarna, tusschen haakjes, die welke bij Uwe gemeente gebruikelijk is. Wij hebben daarbij niet uit het oog verloren, dat bij dergelijke

[Stempel onderaan:]
Nº 8B/10/1 M. 1941/10

[Linksonder:]
Aan den Heer Burgemeester der Gemeente AMSTERDAM.
p.S. Stadhuis
A'dam 9-'41.

--- * Kernproblematiek: De brief behandelt een administratief probleem bij het toekennen van vervroegde pensioenen (vanaf 55 jaar) voor Amsterdams gemeentepersoneel. De functiebenamingen die de gemeente gebruikt, komen niet exact overeen met de wettelijke terminologie in de Pensioenwet 1922 en het Koninklijk Besluit van 1923. Hierdoor dreigen ambtenaren hun recht op vervroegd pensioen te verliezen door een te strikte "letterlijke wetstoepassing".
* Voorgestelde Oplossing: De Pensioenraad stelt een praktische oplossing voor: de titulatuur aanpassen. In officiële stukken en aanstellingsakten moet eerst de wettelijk erkende functienaam worden genoemd, gevolgd door de gebruikelijke Amsterdamse functienaam tussen haakjes. Op deze manier wordt voldaan aan de formele eisen van de wetgever zonder de lokale praktijk volledig opzij te schuiven.
* Doorgifte: De brief is door de Wethouder voor de Pensioenen doorgeleid naar de Wethouder voor de Levensmiddelen (W.S.B.Z.), omdat het waarschijnlijk personeel betreft dat werkzaam is bij de diensten die onder die portefeuille vallen (zoals de Marktwezen, gezien de krabbel "Marktw.").

--- * Historische periode: De brief dateert van september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de context van de oorlog niet expliciet in de tekst naar voren komt (het is een zuiver bureaucratische kwestie), weerspiegelt de zorgvuldige omgang met pensioenrechten de continuïteit van het Nederlandse ambtelijke apparaat.
* Institutioneel: De "Pensioenraad" fungeerde als advies- en controleorgaan voor pensioenkwesties. De afkorting W.S.B.Z. staat voor het cluster Welsijn, Sociale Bijstand, Bloedtransfusiedienst en Ziekenhuiswezen (of vergelijkbare taken die onder de wethouder Levensmiddelen vielen in oorlogstijd, vaak gecombineerd met sociale zaken).
* Wetgeving: De Pensioenwet 1922 was de basis voor de oudedagsvoorziening van ambtenaren. Het vervroegd pensioen op 55-jarige leeftijd was vaak voorbehouden aan zware beroepen of specifieke categorieën personeel, vandaar het belang van de juiste "titulatuur" (functiebenaming).

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De brief behandelt een administratief probleem bij het toekennen van vervroegde pensioenen (vanaf 55 jaar) voor Amsterdams gemeentepersoneel. De functiebenamingen die de gemeente gebruikt, komen niet exact overeen met de wettelijke terminologie in de Pensioenwet 1922 en het Koninklijk Besluit van 1923. Hierdoor dreigen ambtenaren hun recht op vervroegd pensioen te verliezen door een te strikte "letterlijke wetstoepassing".
  • Voorgestelde Oplossing: De Pensioenraad stelt een praktische oplossing voor: de titulatuur aanpassen. In officiële stukken en aanstellingsakten moet eerst de wettelijk erkende functienaam worden genoemd, gevolgd door de gebruikelijke Amsterdamse functienaam tussen haakjes. Op deze manier wordt voldaan aan de formele eisen van de wetgever zonder de lokale praktijk volledig opzij te schuiven.
  • Doorgifte: De brief is door de Wethouder voor de Pensioenen doorgeleid naar de Wethouder voor de Levensmiddelen (W.S.B.Z.), omdat het waarschijnlijk personeel betreft dat werkzaam is bij de diensten die onder die portefeuille vallen (zoals de Marktwezen, gezien de krabbel "Marktw.").

Historische Context

  • Historische periode: De brief dateert van september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de context van de oorlog niet expliciet in de tekst naar voren komt (het is een zuiver bureaucratische kwestie), weerspiegelt de zorgvuldige omgang met pensioenrechten de continuïteit van het Nederlandse ambtelijke apparaat.
  • Institutioneel: De "Pensioenraad" fungeerde als advies- en controleorgaan voor pensioenkwesties. De afkorting W.S.B.Z. staat voor het cluster Welsijn, Sociale Bijstand, Bloedtransfusiedienst en Ziekenhuiswezen (of vergelijkbare taken die onder de wethouder Levensmiddelen vielen in oorlogstijd, vaak gecombineerd met sociale zaken).
  • Wetgeving: De Pensioenwet 1922 was de basis voor de oudedagsvoorziening van ambtenaren. Het vervroegd pensioen op 55-jarige leeftijd was vaak voorbehouden aan zware beroepen of specifieke categorieën personeel, vandaar het belang van de juiste "titulatuur" (functiebenaming).

Gerelateerde Documenten 6