Archief 745
Inventaris 745-348
Pagina 308
Dossier 26
Jaar 1941
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

19 december 1941.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 19 december 1941. No 20/47/3 M. 1942 9/1-142. [stempel: Marktw.] 97

No.1167 L.M.1941. Aanwijzing tijdelijke hulpmarkten.

[Handgeschreven: v Beieren / 15 ex / Afd II]

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 19 December 1941.

[Handgeschreven parafen rechts: m. Dir / Th. Sieburgh / Th. Müller / en anderen]

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:

De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien de rapporten van den Directeur van het Marktwezen, d.d. 11 December 1941, No.18/15/14 M en 20/47/1 M (No.951 en 1167 L.M. 1941);
Gelet op het mondeling advies van den Hoofdcommissaris van Politie van 17 December 1941;
Voorts gelet op art. 7, lid 2 van de Verordening op den Dienst van het Marktwezen;

B e s l u i t :

met ingang van 1 Januari 1942 voor den tijd van ten hoogste één jaar aan te wijzen:
lo als tijdelijke hulpmarkt van de algemeene dagmarkt;
A I uitsluitend voor den Zaterdag, de Noordermarkt, onder bepaling, dat het hoofdgedeelte van deze markt, behalve door de Noorderkerk, begrensd zal worden door de lijnen, getrokken in de verlengden van den Noordelijken en den Westelijken gevel dier kerk, door de lijnen getrokken in het verlengde van den rand van het verhoogde voetpad aan de Noordzijde van de Westerstraat en door den rand (aan de marktzijde) van de klinkerbestrating van den openbaren weg langs de Prinsengracht; het overige gedeelte van het marktterrein der Noordermarkt wordt gevormd door een langs de Prinsengracht, ter hoogte van die markt gelegen strook, breed 3 meter, gemeten uit den wal;
II uitsluitend voor den Zaterdag, de Ten Katestraat van de Bellamystraat tot de Jan Hanzenstraat;
III de Hasebroekstraat van de Ten Katestraat tot de Nicolaas Beetsstraat en de Nicolaas Beetsstraat van de Hasebroekstraat tot de Kinkerstraat, met dien verstande, dat aldaar geen versche visch ter markt zal mogen worden gebracht;
IV uitsluitend voor den Zaterdag, het Mosplein en wel het geheele straatgedeelte, Oostelijk van het in het midden van het Mosplein gelegen plantsoen met inbegrip van de beide voetpaden gelegen tusschen den Noordelijken en Zuidelijken rijweg van het Mosplein;
V uitsluitend voor den Zaterdag, de Sumatrastraat tusschen de Bankastraat en den Insulindeweg, onder bepaling, dat aldaar uitsluitend levensmiddelen en bloemen ter markt mogen worden gebracht;
VI uitsluitend voor den Zaterdag, de Jan Evertsenstraat van de Admiralengracht tot het Mercatorplein, onder bepaling, dat aldaar uitsluitend levensmiddelen en bloemen ter markt mogen worden gebracht;
VII de Ten Katestraat van de Bellamystraat tot de Jan Hanzenstraat van des Maandags tot en met des Vrijdags, met dien verstande, dat op deze dagen aldaar uitsluitend versche visch ter markt zal mogen worden gebracht;

G.S. Stadhuis
A'dam, 12-'41. Dit document is een officieel besluit van de burgemeester van Amsterdam (destijds Edward Voûte, aangesteld tijdens de bezetting) over de inrichting van de stad. Het regelt de aanwijzing van specifieke straten en pleinen als "tijdelijke hulpmarkten" voor het jaar 1942.

De kernpunten van het besluit zijn:
1. Spreiding en regulering: Er worden specifieke locaties aangewezen voor zaterdagmarkten (Noordermarkt, Ten Katestraat, Mosplein, Sumatrastraat, Jan Evertsenstraat).
2. Productrestricties: In bepaalde straten (Sumatrastraat en Jan Evertsenstraat) mogen uitsluitend levensmiddelen en bloemen worden verkocht. In de Hasebroekstraat is de verkoop van verse vis expliciet verboden, terwijl de Ten Katestraat op doordeweekse dagen juist exclusief voor verse vis wordt gereserveerd.
3. Ruimtelijke afbakening: Het besluit is zeer specifiek over de grenzen van de marktterreinen, tot op de meter nauwkeurig (bijv. bij de Noordermarkt en het Mosplein), wat duidt op een streng beheer van de openbare ruimte.

De handgeschreven aantekeningen en parafen bovenin wijzen op de administratieve verwerking door verschillende ambtenaren van het Marktwezen en de gemeentesecretarie. Dit document stamt uit december 1941, een periode waarin Nederland ruim anderhalf jaar bezet was door nazi-Duitsland. De context van de Tweede Wereldoorlog is cruciaal voor het begrijpen van dit besluit:

  • Voedselvoorziening: Tijdens de bezetting werd de distributie van voedsel steeds moeizamer. Hulpmarkten waren essentieel om de bevolking van levensmiddelen te voorzien buiten de grote centrale markten om, wat hielp bij de spreiding van mensenmassa's en een betere lokale distributie.
  • Bestuur onder toezicht: Hoewel het besluit is getekend door de burgemeester, stond het Amsterdamse stadsbestuur onder streng toezicht van de Duitse bezetter. Burgemeester Edward Voûte werkte in grote mate mee met de Duitse verordeningen.
  • Schaarsheid: De specifieke vermelding van "versche visch" en "levensmiddelen" weerspiegelt de groeiende schaarste. Markten werden streng gecontroleerd om zwarte handel tegen te gaan en de distributiebonnen-systematiek te ondersteunen.
  • Locatiekeuze: De gekozen locaties (zoals de Dapperbuurt/Sumatrastraat, de Ten Katemarkt in West en het Mosplein in Noord) waren en zijn nog steeds volksbuurten waar de noodzaak voor toegankelijke markten het grootst was.

Samenvatting

Dit document is een officieel besluit van de burgemeester van Amsterdam (destijds Edward Voûte, aangesteld tijdens de bezetting) over de inrichting van de stad. Het regelt de aanwijzing van specifieke straten en pleinen als "tijdelijke hulpmarkten" voor het jaar 1942.

De kernpunten van het besluit zijn:
1. Spreiding en regulering: Er worden specifieke locaties aangewezen voor zaterdagmarkten (Noordermarkt, Ten Katestraat, Mosplein, Sumatrastraat, Jan Evertsenstraat).
2. Productrestricties: In bepaalde straten (Sumatrastraat en Jan Evertsenstraat) mogen uitsluitend levensmiddelen en bloemen worden verkocht. In de Hasebroekstraat is de verkoop van verse vis expliciet verboden, terwijl de Ten Katestraat op doordeweekse dagen juist exclusief voor verse vis wordt gereserveerd.
3. Ruimtelijke afbakening: Het besluit is zeer specifiek over de grenzen van de marktterreinen, tot op de meter nauwkeurig (bijv. bij de Noordermarkt en het Mosplein), wat duidt op een streng beheer van de openbare ruimte.

De handgeschreven aantekeningen en parafen bovenin wijzen op de administratieve verwerking door verschillende ambtenaren van het Marktwezen en de gemeentesecretarie.

Historische Context

Dit document stamt uit december 1941, een periode waarin Nederland ruim anderhalf jaar bezet was door nazi-Duitsland. De context van de Tweede Wereldoorlog is cruciaal voor het begrijpen van dit besluit:

  • Voedselvoorziening: Tijdens de bezetting werd de distributie van voedsel steeds moeizamer. Hulpmarkten waren essentieel om de bevolking van levensmiddelen te voorzien buiten de grote centrale markten om, wat hielp bij de spreiding van mensenmassa's en een betere lokale distributie.
  • Bestuur onder toezicht: Hoewel het besluit is getekend door de burgemeester, stond het Amsterdamse stadsbestuur onder streng toezicht van de Duitse bezetter. Burgemeester Edward Voûte werkte in grote mate mee met de Duitse verordeningen.
  • Schaarsheid: De specifieke vermelding van "versche visch" en "levensmiddelen" weerspiegelt de groeiende schaarste. Markten werden streng gecontroleerd om zwarte handel tegen te gaan en de distributiebonnen-systematiek te ondersteunen.
  • Locatiekeuze: De gekozen locaties (zoals de Dapperbuurt/Sumatrastraat, de Ten Katemarkt in West en het Mosplein in Noord) waren en zijn nog steeds volksbuurten waar de noodzaak voor toegankelijke markten het grootst was.

Locaties

Amsterdam (Stadhuis).

Gerelateerde Documenten 6