Extract uit een officieel gemeentelijk besluit (afschrift).
Origineel
Extract uit een officieel gemeentelijk besluit (afschrift). Ongeveer 1941 (gebaseerd op de inhoudelijke maatregelen). [Linkerkolom]
VIII den speeltuin op het Waterlooplein, den speeltuin aan de Joubertstraat en den speeltuin aan de Gaaspstraat, met dien verstande:
a. dat op laatstgenoemde drie markten uitsluitend mogen worden uitgestald en verkocht, levensmiddelen, textielwaren, galanteriewaren en fournituren benevens scheerzeep, mesjes, brillantine, boodschappen- en damestasschen, alsmede kachels;
b. dat op de laatstgenoemde drie markten uitsluitend Joodsche marktkooplieden een plaats kunnen innemen en aldaar uitsluitend Joodsche bezoekers worden toegelaten;
B te bepalen, dat voor zoover de onder A II, IV, V en VI genoemde markten betreft met den Zaterdag gelijkgesteld zullen worden: de dag vóór Hemelvaartsdag, de dag vóór Kerstmis en de Oudejaarsdag;
2o als tijdelijke hulpmarkt van de brandstoffenmarkt:
1. de Beitelhaven;
2. het Motorkanaal over een lengte van 8 meter gemeten uit den walmuur langs de Meeuwenlaan;
3. de Distelhaven;
4. de Singel (Zuidzijde) van de Beulingstraat tot voor perceel Singel 454;
5. de Amstel (Oostzijde) van de Overamstelstraat tot de Jan Bernardusstraat;
6. de Raamgracht (Noordzijde);
7. de Hugo de Grootgracht (Noordzijde) tusschen de Van Houweningenstraat en de brug vóór de Frederik Hendrikstraat;
8. de Uilenburgergracht (Zuidzijde);
9. de Oudeschans (Oostzijde) van de brug bij de Nieuwe Batavierstraat tot de Oosterschakade;
10. het Westerdok, begrensd door het terrein, gelegen tusschen het Westerdok en den Westerdoksdijk over een lengte van dertig meter naar het Noorden en twintig meter naar het Oosten, gemeten van uit het Zuid-Oostelijk begin van deze begrenzing;
11. de Lijnbaansgracht, (Noordzijde) vanaf de brug over de Reguliersgracht, tot en met het gedeelte voor perceel Lijnbaansgracht No. 380.
3o als tijdelijke hulpmarkt van de Centrale Markt, uitsluitend voor den aanvoer van aardappelen, het openbare gemeentewater van de (resp. het):
a. Brouwersgracht (Noordzijde) tegenover de perceelen Brouwersgracht 176-208;
b. Dijksgracht (Oostzijde) langs perceel 3e Wittenburgerdwarsstraat 3-5 over een lengte van 35 meter;
c. Motorkanaal (Zuidzijde) over een lengte van 35 meter vanaf perceel Motorkade No. 1;
d. Prinsengracht (Noordzijde) tusschen de Utrechtsthestraat en den Amstel;
e. Kostverlorenvaart (Zuidzijde) tusschen de Vaartstraat en de Vlietstraat;
f. Plantage Muidergracht (Noordzijde) tegenover de perceelen Plantage Muidergracht 137-151.
[Rechterkolom]
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (5 stuks), Algemeene Zaken (2 stuks), Publieke Werken (4 stuks) en Financien (2 stuks).
JB.
[paraaf]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een administratief besluit dat twee belangrijke functies van de stad Amsterdam tijdens de bezettingstijd regelt: segregatie en logistiek.
- Segregatie (Art. VIII a en b): Het document formaliseert de instelling van drie specifieke markten die uitsluitend bedoeld zijn voor Joodse kooplieden en Joodse bezoekers. Deze bevonden zich op het Waterlooplein (de traditionele Joodse wijk), de Joubertstraat (Transvaalbuurt) en de Gaaspstraat (Rivierenbuurt). De beperking van goederen (levensmiddelen, textiel, kachels) wijst op een poging de Joodse economie te isoleren en te controleren.
- Brandstof- en Voedselvoorziening (Art. 2o en 3o): Een groot deel van het document wijst locaties aan langs de Amsterdamse grachten en kanalen die moeten dienen als 'hulpmarkten'. Dit zijn overslagpunten voor brandstoffen (kolen/hout) en aardappelen die via het water werden aangevoerd. De zeer specifieke aanduidingen (perceelnummers en meters) tonen de noodzaak om de schaarse ruimte en middelen in een distributie-economie strak te organiseren.
- Bureaucratie: De tekst aan de rechterzijde toont de ambtelijke verwerking van het besluit, waarbij verschillende gemeentelijke afdelingen (levensmiddelen, financiën, publieke werken) kopieën ontvingen voor de uitvoering. Dit document stamt uit 1941, de periode waarin de Duitse bezetter de vrijheid van de Joodse bevolking in Amsterdam stapsgewijs aan banden legde. In september 1941 werden Joden verboden om reguliere markten te bezoeken. Als "oplossing" wees het gemeentebestuur, onder druk van de bezetter, specifieke markten aan waar Joden onderling nog handel mochten drijven.
De locaties (Joubertstraat, Gaaspstraat, Waterlooplein) corresponderen met de wijken waar op dat moment de hoogste concentraties Joodse Amsterdammers woonden, mede door de eerdere verplichting voor Joden uit de provincie om naar Amsterdam te verhuizen.
Tegelijkertijd weerspiegelt de aanwijzing van hulpmarkten voor brandstoffen en aardappelen de groeiende schaarste in de stad. Door de oorlogvoering en blokkades werd de aanvoer van vitale goederen steeds problematischer, wat leidde tot een strak gereguleerd systeem van distributiepunten langs de waterwegen van de stad. J.F. Franken, de ondertekenaar, bleef als gemeentesecretaris tijdens de bezetting in functie om de ambtelijke machine draaiende te houden.