Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 6 december 1941. B. Nunes Vaz Roodveldt. [Stempel linksboven]: № 20/48/1 M. 1941 10/12
[Rechtsboven]: Amsterdam 6 Dec. 1941
[Handgeschreven notitie rechts]: nv. Imp
Mijne Heren
Ondergetekende zou gaarne bericht
van U ontvangen dat ik in ^jaar 1940 '41 niet
met met Levensmiddelen op de markt
Heb gestaan Mijn vaste plaats was in de
Ten Katestraat deze vraag is naar
aanleiding een aanslag van de Warenwet
Belasting. U bij voorbaat dankend
Teken ik in afwachting
B Nunes Vaz Roodveldt
Rapenburgerstraat 64 III
Amsterdam
[Marginale notitie linksonder]:
Geen losse plaats
10/12 '41
Wel vaste plaats
begin 1940
by [of hy] * Inhoud: De schrijver, B. Nunes Vaz Roodveldt, verzoekt om een officiële bevestiging dat hij/zij in de jaren 1940 en 1941 niet met levensmiddelen op de markt heeft gestaan. De aanleiding voor dit verzoek is een belastingaanslag op grond van de Warenwet. De schrijver vermeldt dat zijn/haar vaste standplaats in de Ten Katestraat was.
* Taalgebruik: De brief bevat een dubbeling ("met met") en een informele interpunctie. Het woord "jaar" is later boven de cijfers 1940 '41 ingevoegd.
* Administratieve verwerking: De notitie in de marge (gedateerd 10/12 '41) lijkt een interne controle van de administratie te zijn. Hieruit blijkt dat de afzender inderdaad geen "losse plaats" had, maar wel een "vaste plaats" sinds het begin van 1940. Dit suggereert een verificatie van de beweringen in de brief. * Historische context: De brief is geschreven in december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden marktkooplieden geconfronteerd met steeds strengere regels en zware belastingdruk.
* Persoonsnamen: De namen "Nunes Vaz" en "Roodveldt" zijn historisch gezien veelvoorkomende namen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam. De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Joodse buurt (de voormalige Joodse Hoek).
* Locatie: De Ten Katestraat (Ten Katemarkt) in Amsterdam Oud-West was en is een bekende marktlocatie. De Warenwetbelasting was een specifieke heffing die destijds relevant was voor marktkooplieden die handel dreven in consumptiegoederen.
* Oorlogstijd: Gezien de datum en de namen van de afzender, valt dit document binnen de periode waarin Joodse Amsterdammers systematisch uit het openbare economische leven werden verdreven. Veel Joodse marktkooplieden mochten vanaf 1941 alleen nog op specifieke "Joodse markten" staan of verloren hun nering geheel.
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver, B. Nunes Vaz Roodveldt, verzoekt om een officiële bevestiging dat hij/zij in de jaren 1940 en 1941 niet met levensmiddelen op de markt heeft gestaan. De aanleiding voor dit verzoek is een belastingaanslag op grond van de Warenwet. De schrijver vermeldt dat zijn/haar vaste standplaats in de Ten Katestraat was.
- Taalgebruik: De brief bevat een dubbeling ("met met") en een informele interpunctie. Het woord "jaar" is later boven de cijfers 1940 '41 ingevoegd.
- Administratieve verwerking: De notitie in de marge (gedateerd 10/12 '41) lijkt een interne controle van de administratie te zijn. Hieruit blijkt dat de afzender inderdaad geen "losse plaats" had, maar wel een "vaste plaats" sinds het begin van 1940. Dit suggereert een verificatie van de beweringen in de brief.
Historische Context
- Historische context: De brief is geschreven in december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden marktkooplieden geconfronteerd met steeds strengere regels en zware belastingdruk.
- Persoonsnamen: De namen "Nunes Vaz" en "Roodveldt" zijn historisch gezien veelvoorkomende namen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam. De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Joodse buurt (de voormalige Joodse Hoek).
- Locatie: De Ten Katestraat (Ten Katemarkt) in Amsterdam Oud-West was en is een bekende marktlocatie. De Warenwetbelasting was een specifieke heffing die destijds relevant was voor marktkooplieden die handel dreven in consumptiegoederen.
- Oorlogstijd: Gezien de datum en de namen van de afzender, valt dit document binnen de periode waarin Joodse Amsterdammers systematisch uit het openbare economische leven werden verdreven. Veel Joodse marktkooplieden mochten vanaf 1941 alleen nog op specifieke "Joodse markten" staan of verloren hun nering geheel.