Ambtelijke notitie of memorandum met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Ambtelijke notitie of memorandum met handgeschreven kanttekeningen. 19 december 1941 (met latere toevoegingen van 22 december 1941 en 13 januari 1942). [Linksboven:]
Waterlooplein
[Rechtsboven:]
19 - 12 - 41
[Diagonaal linksboven:]
bespreken
met Renz
N.V. gaat naar Renz
Renz is uiterst onbe-
leefd. deze zaak te
bewerken hebben we gedaan
in 1941
[Hoofdtekst:]
Den Heer
Inspecteur
B. Nunes Vas Rootveld is van 16-10-39 t/m
30-3-40 vaste plaatshouder (no 72) geweest op het
Waterlooplein, verkoopsart: koek en af en toe boorden.
knoopjes. Na zijn bedanken voor een vaste plaats heeft
hij ook nog als losse koopman enkele malen een plaats
ingenomen, ook met als verkoopsart: koek.
[Handtekening/ondertekening:]
H. Renz
[Onderaan midden:]
in welk jaar??
1940 & 1941
telef. meded. 22/12 '41.
[Rechtsonder in blauwe inkt/potlood:]
J. Renz
Renz blijft bij
deze verklaring
reg. numm. 61.'42
13/1 '42 Dit document betreft een verificatie van de werkzaamheden van B. Nunes Vas Rootveld op de markt aan het Waterlooplein. De tekst bevestigt dat hij tussen oktober 1939 en maart 1940 een vaste standplaats had voor de verkoop van koek en fournituren (boorden en knoopjes), en daarna incidenteel als "losse koopman" actief bleef.
De verschillende lagen aan annotaties tonen een bureaucreatie opvolging:
1. De hoofdnotitie van 19-12-41 legt de feiten vast.
2. De vraag onderaan ("in welk jaar??") en de toevoeging "telef. meded. 22/12 '41" duiden op een telefonische verificatie van de data.
3. De blauwe notitie van 13-01-42 bevestigt dat de informant (Renz) bij zijn verklaring blijft.
4. De diagonale opmerking linksboven bevat een subjectieve observatie over de onbeleefdheid van Renz en suggereert dat de zaak administratief al in 1941 was 'bewerkt'. Het document moet worden gezien tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 en 1942 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter stelselmatig geregistreerd, beperkt in hun bewegingsvrijheid en uiteindelijk volledig van de markten geweerd. De naam Nunes Vas Rootveld is een bekende Sefardisch-Joodse familienaam in Amsterdam. Benjamin Nunes Vas Rootveld (geboren in 1888) staat in de archieven van de Jodenvervolging geregistreerd als slachtoffer van de Holocaust; hij werd in oktober 1942 in Auschwitz vermoord. Dit memorandum vormt een schakel in de ambtelijke bewijsvoering die door de bezetter werd gebruikt om de economische positie van Joodse burgers te ondermijnen voorafgaand aan hun deportatie.
Samenvatting
Dit document betreft een verificatie van de werkzaamheden van B. Nunes Vas Rootveld op de markt aan het Waterlooplein. De tekst bevestigt dat hij tussen oktober 1939 en maart 1940 een vaste standplaats had voor de verkoop van koek en fournituren (boorden en knoopjes), en daarna incidenteel als "losse koopman" actief bleef.
De verschillende lagen aan annotaties tonen een bureaucreatie opvolging:
1. De hoofdnotitie van 19-12-41 legt de feiten vast.
2. De vraag onderaan ("in welk jaar??") en de toevoeging "telef. meded. 22/12 '41" duiden op een telefonische verificatie van de data.
3. De blauwe notitie van 13-01-42 bevestigt dat de informant (Renz) bij zijn verklaring blijft.
4. De diagonale opmerking linksboven bevat een subjectieve observatie over de onbeleefdheid van Renz en suggereert dat de zaak administratief al in 1941 was 'bewerkt'.
Historische Context
Het document moet worden gezien tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 en 1942 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter stelselmatig geregistreerd, beperkt in hun bewegingsvrijheid en uiteindelijk volledig van de markten geweerd. De naam Nunes Vas Rootveld is een bekende Sefardisch-Joodse familienaam in Amsterdam. Benjamin Nunes Vas Rootveld (geboren in 1888) staat in de archieven van de Jodenvervolging geregistreerd als slachtoffer van de Holocaust; hij werd in oktober 1942 in Auschwitz vermoord. Dit memorandum vormt een schakel in de ambtelijke bewijsvoering die door de bezetter werd gebruikt om de economische positie van Joodse burgers te ondermijnen voorafgaand aan hun deportatie.