Administratieve kaart/notitie (zgn. 'Bijblad').
Origineel
Administratieve kaart/notitie (zgn. 'Bijblad'). [Rechtsboven, handgeschreven in potlood:]
390
[Linksboven, stempel met handgeschreven invulling:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 27/25/1 1941
DOORGEZONDEN: 25/3-'41.
[Midden, handgeschreven in zwarte inkt:]
H. Waterman
Jodenbreestraat 62 ^hs
Inz. vrijstellen van
betaling van marktgeld
vanaf 23 Feb '41 (ziektenis)
Ten Katestraat
[Midden links, handgeschreven in rood potlood:]
27/25/2 M
[Daaronder, handgeschreven in zwarte inkt:]
26/3/41 HR
[Rechtsonder, handgeschreven handtekeningen/paraferen:]
f. v. d. Smed [?]
Muit 25/3 '41
[Linksonder, gedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratieve fiche die werd gebruikt door de gemeente Amsterdam (afdeling Algemene Zaken) om een verzoek van een marktkoopman te registreren. De heer H. Waterman, woonachtig aan de Jodenbreestraat, vraagt om vrijstelling van de verplichte marktgelden voor zijn standplaats aan de Ten Katestraat.
De reden voor dit verzoek is "ziektenis" (ziekte). De vrijstelling moet met terugwerkende kracht ingaan op 23 februari 1941. De kaart bevat diverse administratieve kenmerken die duiden op de verwerking door verschillende ambtenaren: een dossiernummer (27/25/1), een doorzenddatum (25 maart) en een uiteindelijke afhandeling of paraaf op 26 maart 1941. De rode aantekening verwijst vermoedelijk naar een specifiek vervolg- of sub-dossier. Het document dateert uit februari/maart 1941, een cruciale periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De aanvrager, H. Waterman, woonde in de Jodenbreestraat, het hart van de toenmalige Joodse buurt.
De datum waarop de vrijstelling zou moeten ingaan, 23 februari 1941, ligt slechts twee dagen voor het uitbreken van de Februaristaking (25 en 26 februari 1941), die begon als protest tegen de gewelddadige razzia's op Joodse Amsterdammers in diezelfde buurt.
Hoewel dit document een alledaagse administratieve handeling lijkt te betreffen (vrijstelling van marktgelden wegens ziekte), krijgt het een beladen lading door de identiteit van de aanvrager en de locatie. In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds verder beperkt in hun vrijheid; ze werden uiteindelijk verbannen van reguliere markten zoals de Ten Katemarkt en gedwongen te handelen op speciaal aangewezen "Joodse markten". Dit document legt een moment vast vlak voordat de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare economische leven in Amsterdam volledig werd doorgevoerd.