Administratief schrijven / Bewijs van vrijstelling.
Origineel
Administratief schrijven / Bewijs van vrijstelling. 26 maart 1941 (met referentie naar 23 februari 1941). [Bovenaan, gecentreerd:]
HG.
[Bovenaan, handgeschreven in blauw:]
extra
[Links boven:]
27/25/2 M.
[Rechts boven:]
26 Maart 1941.
[Rechts midden:]
den Heer H. Waterman,
Jodenbreestraat 62 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
[Links midden:]
Ten Katestraat.
[Centraal:]
vrijstelling betaling
marktgeld Ten Katestraat.
[Rechts onder het midden:]
Ten Katestraat
23 Februari 1941
[Centraal onderaan:]
5,40
[Links onderaan:]
Ten Katestraat $f$ 5,40
====== Dit document is een officieel administratief afschrift of een dossierstuk, waarschijnlijk afkomstig van de gemeentelijke marktmeester of een financiële afdeling van de gemeente Amsterdam. Het betreft een kwijtschelding of vrijstelling van marktgeld voor de heer H. Waterman.
Het bedrag van de vrijstelling bedraagt 5,40 gulden, betrekking hebbend op de markt aan de Ten Katestraat op 23 februari 1941. De datum van het schrijven zelf is een maand later, 26 maart 1941. De afkorting 'HG' bovenaan zou kunnen staan voor 'Hoofdgeld' of een specifieke afdelingscode. De 'M' in het referentienummer duidt mogelijk op 'Marktwezen'. De datum van dit document, maart 1941, is van groot historisch belang. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. De heer Waterman woonde in de Jodenbreestraat, het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam.
Slechts een maand voor de datum op dit document vond de Februaristaking (25-26 februari 1941) plaats, het eerste grootschalige protest tegen de Jodenvervolging. In deze periode werden de beperkingen voor Joodse burgers en ondernemers steeds strenger. Joodse marktkooplieden werden geleidelijk van de algemene markten (zoals de Ten Katemarkt) geweerd en mochten later in 1941 alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan.
Deze vrijstelling van marktgeld kan duiden op een individuele regeling vanwege bijzondere omstandigheden, of het kan deel uitmaken van de administratieve afwikkeling van het verbod voor Joden om nog op deze specifieke markt te mogen handelen. De handgeschreven notitie "extra" suggereert dat dit document buiten de reguliere administratieve stroom werd behandeld.