Ambtelijke notitie / advies met betrekking tot een marktvergunning.
Origineel
Ambtelijke notitie / advies met betrekking tot een marktvergunning. Amsterdam, 19 april 1941. 27/30/1 Daar de pl.h. en adressant B. Komen geen
haring kon verkrijgen heeft hij den laatsten tijd
sporadisch zijn plaats ingenomen. Hij heeft twee
winkelhuizen gehuurd en is daarin een meubel-
zaak begonnen. Zijn pakhuis en benoodigde
attributen voor zijn haringhandel heeft hij
aangehouden. Wanneer onder deze omstandig-
heden zijn, uit den opbouwdienst ontslagen,
broer hem officieel mag vervangen, dan wordt
de schijn gewekt dat de plaats op zijn broer
overgaat. Als gevolg zal zijn dat ook zelve en
wellicht andere pl.houders een dergelijk verzoek
zullen indienen.
Ik stel voor adressant in kennis te stellen dat
zijn broer slechts mag assisteeren, doch dat hij
of zijn echtgenoote bij den stal aanwezig moet
zijn.
Amsterdam 19 April 1941 Het document is een ambtelijk advies over een verzoek van een haringhandelaar genaamd B. Komen. Vanwege de schaarste aan haring is de handelaar een meubelzaak begonnen in twee winkelpanden. Hij wil echter zijn marktplaats behouden en vraagt of zijn broer, die ontslagen is uit de 'Opbouwdienst', hem officieel mag vervangen bij de stal.
De ambtenaar adviseert negatief op dit verzoek. De reden hiervoor is tweeledig:
1. Precedentwerking: Als men dit toestaat, zullen andere plaatshouders (afgekort als pl.h. of pl.houders) waarschijnlijk soortgelijke verzoeken indienen.
2. Vergunningsrecht: Men wil voorkomen dat het lijkt alsof de marktplaatsrechten (de 'plaats') feitelijk worden overgedragen aan de broer.
De voorgestelde oplossing is strikt: de broer mag alleen 'assisteren'. De vergunninghouder zelf, of zijn echtgenote, moet fysiek aanwezig blijven bij de stal om het recht op de standplaats te behouden. Dit schrijven dateert van april 1941, een klein jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Tweede Wereldoorlog is duidelijk zichtbaar in twee elementen:
* Schaarste: Het feit dat de adressant "geen haring kon verkrijgen" wijst op de stokkende aanvoer en distributieproblemen tijdens de oorlog.
* Opbouwdienst: De vermelding van de broer die uit de "opbouwdienst" is ontslagen, verwijst naar de Nederlandse Opbouwdienst (1940-1941). Dit was een tijdelijke organisatie voor gedemobiliseerde Nederlandse militairen na de capitulatie, bedoeld om werkloosheid te voorkomen en puin te ruimen, maar door de bezetter ook gebruikt voor ideologische beïnvloeding.
Het document illustreert de bureaucratische controle en de starheid van de regelgeving in een tijd waarin ondernemers door nood gedwongen hun bedrijfsactiviteiten moesten aanpassen. B. Komen