Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift). 11 januari 1941. J.L. v.d. Linden, Rijnstraat 74, Amsterdam. [Linksboven in stempel:]
N° 20/3/1 M. 1941 15/1
[Rechtsboven:]
J.L. v.d. Linden
Rijnstraat 74 Amsterdam
11 Jan. 1941.
[Linksboven:]
Den Heer Directeur
van Marktwezen.
Amsterdam.
Weled. Heer,
Naar aanleiding van van Uw brief d.d. 7 Jan jl. No 28/95. 2 M. waarin Uw. mij verzoek niet heeft ingewilligd.
Het spijt mij U te moeten mededeelen dat ik op het oogenblik niet aan dit schrijven kon voldoen. Reden is daar ik geen anderen handel heb, en nu ook niet weet wat ik eigelijk op moet pakken.
Alles is gedistribueerd en fruit of groenten verkrijg ik niet van de Centrale markt.
U moet weten dat ik al 22 jaar op de markt staan, en ik altijd in het ijs en slagroom heb gedaan, dus ik feitelijk geen anderen handel kon. Ik wou U eens vragen hoe had het nu gegaan, als ik het ongeluk had dat ik in de steun had gevallen, dan had ik niet hoeven te betalen en ik had wel uitstel gekregen. Hoopende dat U mij verzoek alsnog inwilligt.
Uw. bericht tegemoet ziende
Teeken ik Hoogachtend
J.L. v.d. Linden In deze brief reageert J.L. v.d. Linden op een eerdere afwijzing van de Directeur van het Marktwezen. De kern van het schrijven is een noodkreet van een kleine ondernemer die door de oorlogsomstandigheden in het nauw is gedreven.
De schrijver voert de volgende argumenten aan:
1. Specialisme: Hij staat al 22 jaar op de markt met ijs en slagroom. Dit is een seizoensgebonden handel die in de winter (januari) stil ligt.
2. Onmogelijkheid tot omschakeling: Door de oorlogssituatie is alles "gedistribueerd" (op de bon). Hij kan niet zomaar overstappen op de verkoop van groenten of fruit, omdat hij geen toegang krijgt tot deze voorraden op de Centrale Markt.
3. Financiële nood: Hij maakt een vergelijking met "de steun" (de toenmalige werkloosheidsuitkering). Hij suggereert dat hij beter af zou zijn als hij failliet zou gaan en in de bijstand terechtkwam, omdat hij dan vrijgesteld zou zijn van betalingen.
De toon is respectvol maar dringend en enigszins gefrustreerd door de bureaucratische onbuigzaamheid van de marktmeester in een tijd van schaarste. De brief dateert uit januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan grondstoffen snel toe. Voor een ijsverkoper was de situatie extra precair: suiker, melk en vetten (voor slagroom) waren de eerste producten die strikt gerantsoeneerd werden.
De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam. De distributiewetten maakten het voor nieuwe handelaren of mensen die wilden overstappen van branche nagenoeg onmogelijk om aan handelswaar te komen. De brief geeft een treffend beeld van hoe de vroege oorlogsjaren de kleine zelfstandige in de stad troffen, waarbij de overheid (het Marktwezen) strikt vasthield aan regels en leges, terwijl de economische realiteit voor de burger volledig was veranderd. J.L. v.d. Linden Marktwezen