Archiefkaart / Interne memo van de afdeling Marktwezen.
Origineel
Archiefkaart / Interne memo van de afdeling Marktwezen. 11 februari 1941 tot 8 juli 1941. (Bovenaan rechts:) 509
(Stempel linksboven:)
BIJBLAD VAN:
M. No. 31/24/1 1941
DOORGEZONDEN: 15/5-41.
(Handgeschreven bij de stempel:)
opl.
J. van Gelder
11/2 '41 pl. 22 Zwanenburgwal
(Tekst bovenaan:)
Kan als afgedaan worden beschouwd.
J. v. Gelder is medegedeeld, dat hij voor zoover
dit voor zijn handel noodig is er dagelijks een
"losse" plaats bij kan krijgen. 8-7-41 [paraaf]
(Doorgehaalde sectie in het midden:)
Het verzoek v. d. Heer v. Gelder 15-5-41
bestaat m.i. geen bezwaar, de Heer
(zie rapport chef marktwezen)
(In blauwe inkt over de doorgehaalde tekst:) advies
(Onderaan:)
strijdt met artikel 16 (nieuw)
Reglement; is principieel.
M.i. kan plaats 21 als losse
plaats worden gegeven, maar niet
als vaste plaats. 21-5-41 de Heer [paraaf]
(Rechtsonder:)
H. v. D. 24/5-'41
juist az 21-5-41 Dit document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek door een marktkoopman, J. van Gelder, woonachtig aan de Zwanenburgwal in Amsterdam. Het verzoek dateert van mei 1941.
Uit de aantekeningen blijkt een intern meningsverschil of een verandering in beleid:
1. Aanvankelijk positief advies: Een ambtenaar noteerde op 15 mei dat er "geen bezwaar" was tegen het verzoek (vermoedelijk voor een vaste standplaats), verwijzend naar een rapport van de Chef Marktwezen.
2. Afgewezen op basis van reglementen: Dit advies is met een groot kruis doorgehaald. Er wordt genoteerd dat het verzoek "strijdt met artikel 16 (nieuw) Reglement" en dat dit een "principiële" kwestie is.
3. Besluit: In plaats van een vaste plaats krijgt de heer Van Gelder toestemming om dagelijks een "losse" plaats (nummer 21) te huren wanneer dat nodig is voor zijn handel. Op 8 juli 1941 wordt de zaak als afgedaan beschouwd. Het document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie (Zwanenburgwal) lag midden in de Amsterdamse Jodenbuurt. In 1941 werden de reglementen voor markten en straathandel in Amsterdam aangescherpt, vaak met het doel om Joodse handelaren te beperken of te weren uit het reguliere economische verkeer.
De verwijzing naar een "nieuw reglement" en een "principiële" weigering van een vaste plaats kan wijzen op de invoering van anti-Joodse maatregelen door het bezettingsbestuur of de collaborerende gemeente, hoewel de specifieke aard van "artikel 16" hier niet wordt toegelicht. Veel Joodse marktkooplieden verloren in deze periode hun vaste vergunningen en werden gedwongen tot de status van "losse" koopman of werden geheel van de markten verbannen naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten" (vanaf juli/augustus 1941). Dit document legt exact het moment vast waarop de administratieve beperkingen voor deze handelaar van kracht werden.