Handgeschreven ambtelijke correspondentie / doorslag van een besluit.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke correspondentie / doorslag van een besluit. 25 januari 1941 (geschreven), 27 januari 1941 (geregistreerd). A'dam, 25/1 1941
R. Veffer Pauer
Naar aanleiding van
uw brief dd. 2 Januari j.l.
bericht ik U, dat aan het
daarin vervatte verzoek, U
tot Juni a.s. uitstel te verleenen
in het gaan bezetten van uw plaats
op de markt Westerstraat, niet
kan worden voldaan.
Ik verleen U hierbij
tot 1 Maart a.s. uitstel
unt. [onleesbaar, mogelijk 'w.g.']
33/1/2 M
27/1/41
[paraaf] Het document is een zakelijke mededeling van de gemeente Amsterdam (vermoedelijk de afdeling Marktwezen) aan een marktkoopman genaamd R. Veffer Pauer. De toon is formeel en beslist. De kern van de brief is de afwijzing van een verzoek om langdurig uitstel (tot juni) voor het innemen van een marktplaats. De administratie hanteert een strikte lijn door slechts een kort uitstel van ongeveer een maand (tot 1 maart) toe te kennen. De rode nummering en de datumstempel onderaan duiden op de verwerking in een officieel registersysteem. De datum van dit document, januari 1941, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. De naam 'Veffer' is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam. In deze periode werden de beperkingen voor Joodse burgers en ondernemers steeds strenger.
Dat Veffer Pauer uitstel vroeg voor het bezetten van een plaats op de Westerstraatmarkt kan duiden op de toenemende onzekerheid of praktische belemmeringen waar Joodse kooplieden mee te maken kregen. De Westerstraat was een centrale plek in de Jordaan waar spanningen tussen de bevolking en de bezetter in de winter van 1941 tot een kookpunt kwamen, wat kort na deze brief zou leiden tot de Februaristaking. Dit document illustreert hoe de ambtelijke bureaucratie bleef doorwerken terwijl de grondrechten van een specifieke groep burgers systematisch werden afgebroken.