Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 191
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte doorslag/afschrift van een officiële brief.

8 november 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een overkoepelende gemeentelijke dienst). Aan: Den Heer Chef van het Bevolkingsregister, Plantage Kerklaan, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Getypte doorslag/afschrift van een officiële brief. 8 november 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een overkoepelende gemeentelijke dienst). Den Heer Chef van het Bevolkingsregister, Plantage Kerklaan, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven bovenaan:] Verzonden 8/11

HG.                         Afschrift.

den Heer Chef van het
                                        Bevolkingsregister,
                                        Plantage Kerklaan,
                                        Amsterdam-Centrum.

37/15/20 M.                   1                              8 November 1941.

In verband met de plannen voor de ariseering der Centrale
Markt te Amsterdam heb ik de eer U in bijlage dezes te doen toe-
komen een lijst van koopers der Centrale Markt, woonachtig te
Amsterdam, met beleefd verzoek daarin te doen aanteekenen, wie
van deze personen als Jood in den zin der verordening no. 4/1940
van den Rijkscommissaris moet worden aangemerkt.

De Directeur, Dit document is een kil en bureaucratisch bewijsstuk van de actieve medewerking van Nederlandse instanties aan de Jodenvervolging tijdens de bezetting.

  • Doel: De brief vraagt het Bevolkingsregister om een lijst met namen van marktkooplieden te controleren en aan te geven wie van hen "als Jood" moet worden aangemerkt. Dit was de noodzakelijke administratieve stap om deze personen uit te sluiten van economische activiteit.
  • Toon: De taal is uiterst hoffelijk ("heb ik de eer", "met beleefd verzoek"), wat schril contrasteert met het destructieve doel van het verzoek: de systematische uitsluiting en beroving van een specifieke bevolkingsgroep.
  • Terminologie: Het gebruik van de term "ariseering" (arisering) geeft direct de nationaalsocialistische ideologie aan: het 'zuiveren' van de economie van Joodse invloeden. In 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de economische uitsluiting van Joden in Nederland.
  • Arisering: Dit proces hield in dat Joodse eigenaren van bedrijven werden gedwongen hun zaak te verkopen aan "Ariërs" of dat er een bewindvoerder (Verwalter) werd aangesteld die de zaak liquideerde.
  • Verordening 4/1940: Hoewel de brief refereert aan verordening 4/1940 (die feitelijk ging over het beheer van ondernemingen van afwezige personen, maar vaak als basis werd gebruikt voor vroege ingrepen in bedrijven), was de definitie van wie als Jood werd beschouwd vastgelegd in Verordening 189/1940.
  • Rol van het Bevolkingsregister: De Amsterdamse administratie, gevestigd aan de Plantage Kerklaan, beschikte over de gegevens die nodig waren om de afkomst van burgers te controleren. Deze medewerking was cruciaal voor de bezetter om de anti-Joodse maatregelen effectief uit te kunnen voeren. De Centrale Markt was een vitaal knooppunt in de voedselvoorziening; het uitsluiten van Joodse kopers was een ingrijpende maatregel die hen sociaal en economisch verder isoleerde.

Samenvatting

Dit document is een kil en bureaucratisch bewijsstuk van de actieve medewerking van Nederlandse instanties aan de Jodenvervolging tijdens de bezetting.

  • Doel: De brief vraagt het Bevolkingsregister om een lijst met namen van marktkooplieden te controleren en aan te geven wie van hen "als Jood" moet worden aangemerkt. Dit was de noodzakelijke administratieve stap om deze personen uit te sluiten van economische activiteit.
  • Toon: De taal is uiterst hoffelijk ("heb ik de eer", "met beleefd verzoek"), wat schril contrasteert met het destructieve doel van het verzoek: de systematische uitsluiting en beroving van een specifieke bevolkingsgroep.
  • Terminologie: Het gebruik van de term "ariseering" (arisering) geeft direct de nationaalsocialistische ideologie aan: het 'zuiveren' van de economie van Joodse invloeden.

Historische Context

In 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de economische uitsluiting van Joden in Nederland.
* Arisering: Dit proces hield in dat Joodse eigenaren van bedrijven werden gedwongen hun zaak te verkopen aan "Ariërs" of dat er een bewindvoerder (Verwalter) werd aangesteld die de zaak liquideerde.
* Verordening 4/1940: Hoewel de brief refereert aan verordening 4/1940 (die feitelijk ging over het beheer van ondernemingen van afwezige personen, maar vaak als basis werd gebruikt voor vroege ingrepen in bedrijven), was de definitie van wie als Jood werd beschouwd vastgelegd in Verordening 189/1940.
* Rol van het Bevolkingsregister: De Amsterdamse administratie, gevestigd aan de Plantage Kerklaan, beschikte over de gegevens die nodig waren om de afkomst van burgers te controleren. Deze medewerking was cruciaal voor de bezetter om de anti-Joodse maatregelen effectief uit te kunnen voeren. De Centrale Markt was een vitaal knooppunt in de voedselvoorziening; het uitsluiten van Joodse kopers was een ingrijpende maatregel die hen sociaal en economisch verder isoleerde.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6