Officieel rapport (getypt met handgeschreven kanttekeningen).
Origineel
Officieel rapport (getypt met handgeschreven kanttekeningen). 20 april 1942. [Linksboven - stempel/potlood]
77/31/1
M. 1312 25/4
[Rechtsboven - potlood]
m. i. Dir.
[Midden boven]
R A P P O R T
Op Vrijdag 17 April j.l. werd mij, ondergetekende, controleur Felthuis, door W.F. Dijkstra, voorzitter van de Combinatie van grossiers in grove groenten, medegedeeld, dat twee bonnen, elk rechtgevende op twee colli wortelen, waren vervalscht. Op deze bonnen zou inplaatst van de wortelen elk 4 colli rapen zijn afgegeven. Bij onderzoek is mij het volgende gebleken.
De kooper~~x~~ M. Zeijderveld, wonende Rozenstraat 174 alhier en de kooper A. Kramer, wonende Rozenstraat 215 alhier, doen als regel samen zaken. Beiden zijn in het bezit van een groentenboekje van de Combinatie, respectievelijk onder No 42996 en No 57096. Beide boekjes had Zeijderveld geregeld in zijn bezit. Op Dinsdag 14 April heeft een zoon van Zeijderveld op beide boekjes een bon gehaald voor twee colli grove wortelen, welke bonnen hij na ontvangst aan zijn vader heeft gegeven. Hierbij zij opgemerkt, dat men op dien dag bij de combinatie niet de beschikking had over zoogenaamde wortelenbonnen en daarom gebruik heeft gemaakt van Rapenbonnen. Hiertoe had men het woord "rapen" op den origineelenbon doorgehaald en daarvoor in de plaats wortelen gesteld. Dit was niet gebeurd op den copie-bon. Zeijderveld heeft, naar hij mij verklaarde, de wortelen niet gehaald, doch deze bonnen, voor het daarop aangegeven bedrag ~~xxx~~, zijnde f 5.10 verkocht aan J.L. van den Belt, wonende le Laurierdwarsstraat 46 alhier. Ook deze verklaarde op zijn beurt de bonnen weer te hebben verkocht aan een hem onbekend persoon, van wien hij per bon f 0.50 extra ontvangen heeft. Wat deze onbekende persoon met de bonnen gedaan heeft is nog niet kunnen blijken om de volgende reden.
G.J. Bekker en C. Dekker, beiden in dienst bij grossier J. Dekker, welke laatst genoemde als grossier bij genoemde Combinatie is aangesloten, hebben op 15 April j.l. ~~xxxxxxxx~~ uit het pakhuis van Bekker rapen afgegeven. Later op den dag, bij het natellen der bonnen, bleek personeel G.J. Bakker eerst, dat zich onder de rapen bonnen twee vervalschte bonnen bevonden. Deze bonnen bleken bij het vergelijken met de copie, s als volgt te zijn vervalscht. Van de volgnummers der bonnen, respectievelijk 21073 en 21078, waren de laatste twee cijfers weggekrabt, terwijl ook het woord "wortelen" weer was verwijderd. Het woord "rapen" hetwelk reeds op den bonnen gestempeld stond heeft men laten staan. Vervolgens was het woord "twee" voor colli veranderd in "vier" en het bedrag op de bonnen vermeld veranderd van f 5.10 in f 7.80. Ten slotte waren de stamnummers, waaronder Zeijderveld en Kramer bij de Combinatie bekend zijn en hetwelk op de bonnen was vermeld, veranderd van 42996 in 7566 en van 57096 in 87056. De beide knechts van grossier Bekker verklaarden met stelligheid te weten, dat noch Zeijderveld en Kramer, noch van den Belt de vervalschte bonnen had ingeleverd. De persoonsbeschrijving die zij mij, rapporteur, gaven van hem die de bonnen wel had ingeleverd en de rapen ontvangen, stemde vrijwel overeen met de persoonsbeschrijving die van den Belt mij gaf betreffende den man aan wien hij de bonnen verkocht had. Zoowel Zeijderveld en Kramer als van den Belt, verklaarden de besproken bonnen niet te hebben vervalscht, zodat voorloopig moet worden aangehomen dat dit door den onbekenden moet zijn gebeurd. Het onderzoek naar dien onbekende wordt door mij voortgezet.
Voorts moge ik nog het volgende onder Uw aandacht brengen.
1e dat Kramer zelf nooit het beheer over zijn groentenboekje heeft gehad, maar dit overliet aan Zeijderveld.
2e dat Zeijderveld mij verklaarde, wel meer bonnen van hen beiden te hebben verkocht.
3e dat van der Belt sinds 1 Januari 1940 toegang heeft tot de Centrale Markt als personeel van kooper W. Jongboom, doch altijd voor eigen rekening zaken heeft gedaan.
Van dit laatste geval zal door mij bij afzonderlijk rapport melding worden gemaakt.
[Onderaan rechts]
Amsterdam 20 April 1942
Controleur,
[Signatuur: Felthuis]
[Linker marge - handgeschreven]
Dit rapport doorgezonden aan Th. Müller v. u. b. 23/4/'42
Den Heer Bedrijfschef v/h Marktwezen.
[Signatuur/Paraaf]
[Onderaan - handgeschreven aantekeningen in rood en zwart]
28/4/42
77/31/2
Kramer, Zeijderveld en v.d. Belt toegang tot C.M. ontzeggen wegens verhandelen van gestolen bonnen, gedurende 14 dagen.
m. i. v. 29-4-42.
[Paraaf] Het document is een proces-verbaal van een economisch delict tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de zaak is de fraude met distributiebonnen voor groenten op de Centrale Markt in Amsterdam.
De fraude verliep via een keten van personen:
1. Zeijderveld en Kramer verkregen legaal bonnen voor wortelen (die op rapenbonnen waren geschreven wegens schaarste aan de juiste formulieren).
2. Zeijderveld verkocht deze bonnen door aan Van den Belt, wat op zichzelf al een overtreding was (handel in distributiebescheiden).
3. Van den Belt verkocht ze weer door aan een "onbekende".
4. Deze onbekende vervalste de bonnen op geraffineerde wijze: hij krabde cijfers weg, veranderde de hoeveelheid van 2 naar 4 colli en wijzigde de prijzen en stamnummers om detectie te voorkomen.
De controleur concludeert dat de vervalsing waarschijnlijk door de laatste koper is gedaan, maar stelt ook vast dat de oorspronkelijke houders schuldig zijn aan illegale handel. De handgeschreven notities onderaan tonen de sanctie: een ontzegging van de toegang tot de Centrale Markt voor de duur van 14 dagen voor alle drie de hoofdbetrokkenen. Dit document stamt uit april 1942, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland hand over hand toenam. Het distributiestelsel was door de Duitsers ingevoerd om de schaarse goederen te rantsoeneren, maar dit leidde onvermijdelijk tot een bloeiende zwarte markt.
Wortelen en rapen behoorden tot de "grove groenten" die essentieel waren voor de voedselvoorziening. Fraude met distributiebonnen werd door de bezetter en de lokale autoriteiten (zoals de directie van het Marktwezen) streng gesurveilleerd, omdat het de officiële voedseldistributie ondermijnde. De Amsterdamse Centrale Markt was het logistieke hart van deze distributie, en strenge controle op de handelaren (koopers en grossiers) was cruciaal om de legale stroom van goederen te waarborgen. De betrokkenheid van "onbekenden" wijst op de schimmige tussenhandel die destijds overal in de stad plaatsvond.