Archief 745
Inventaris 745-359
Pagina 136
Dossier 25
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

1 september 1941

Origineel

1 september 1941 Mag ik gaarne dat ik op
mijn rechten bij U op den
visch afslag werd toe
gelegd.
Wat mijn zwarte Handel
van dit jaar betreft is
gecombeneerd geweest met
Jansen wat later in [doorgehaald]
kennis is gebracht bij den
Inspecteur der Prijs beheersing
uit den Haag
Den aal die ik betrokken
heb in 1939 + 1940 is
geweest van M. Rinke
Enkhuize en Klaas van Set
Volle dam.
Hopende dat U mij rechten
terug kunt geven
Teken ik U bij voor baad
danken.
J.T.H. Bastelman
Recht Boomssloot 19 II
Aal 40 + 20 - Amsterdam 1.9.41 De brief is een formeel verzoek van J.T.H. Bastelman aan een autoriteit (waarschijnlijk de directie van de Amsterdamse visafslag). De schrijver verzoekt om herstel van zijn rechten om op de afslag te mogen handelen. Hij is opmerkelijk transparant over zijn betrokkenheid bij de "zwarte handel" in het lopende jaar, die hij samen met een partner genaamd Jansen uitvoerde. Hij vermeldt dat deze zaken reeds bekend zijn bij de Inspecteur der Prijsbeheersing in Den Haag.

Om zijn betrouwbaarheid als gevestigde handelaar aan te tonen, somt hij zijn legale leveranciers uit de jaren 1939 en 1940 op: M. Rinke uit Enkhuizen en Klaas van Set uit Volendam. Het taalgebruik is enigszins onbeholpen en bevat diverse spelfouten ("bij voor baad" in plaats van bij voorbaat; "Volle dam"; "Enkhuize"), wat wijst op een schrijver die meer gewend is aan de praktijk van de handel dan aan correspondentie. Het document dateert van september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode waren distributie, rantsoenering en prijsbeheersing aan de orde van de dag. De "Inspecteur der Prijsbeheersing" was verantwoordelijk voor het opsporen van prijsopdrijving en illegale handel. De zwarte handel was een noodzakelijk kwaad voor velen, maar werd streng gestraft als men werd betrapt. De schrijver probeert hier vermoedelijk na een confrontatie met de autoriteiten zijn legale status als visboer te herstellen. De locatie van de afzender, de Recht Boomssloot, bevindt zich in de oude Amsterdamse binnenstad, een wijk die historisch nauw verbonden was met de vishandel.

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van J.T.H. Bastelman aan een autoriteit (waarschijnlijk de directie van de Amsterdamse visafslag). De schrijver verzoekt om herstel van zijn rechten om op de afslag te mogen handelen. Hij is opmerkelijk transparant over zijn betrokkenheid bij de "zwarte handel" in het lopende jaar, die hij samen met een partner genaamd Jansen uitvoerde. Hij vermeldt dat deze zaken reeds bekend zijn bij de Inspecteur der Prijsbeheersing in Den Haag.

Om zijn betrouwbaarheid als gevestigde handelaar aan te tonen, somt hij zijn legale leveranciers uit de jaren 1939 en 1940 op: M. Rinke uit Enkhuizen en Klaas van Set uit Volendam. Het taalgebruik is enigszins onbeholpen en bevat diverse spelfouten ("bij voor baad" in plaats van bij voorbaat; "Volle dam"; "Enkhuize"), wat wijst op een schrijver die meer gewend is aan de praktijk van de handel dan aan correspondentie.

Historische Context

Het document dateert van september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode waren distributie, rantsoenering en prijsbeheersing aan de orde van de dag. De "Inspecteur der Prijsbeheersing" was verantwoordelijk voor het opsporen van prijsopdrijving en illegale handel. De zwarte handel was een noodzakelijk kwaad voor velen, maar werd streng gestraft als men werd betrapt. De schrijver probeert hier vermoedelijk na een confrontatie met de autoriteiten zijn legale status als visboer te herstellen. De locatie van de afzender, de Recht Boomssloot, bevindt zich in de oude Amsterdamse binnenstad, een wijk die historisch nauw verbonden was met de vishandel.

Locaties

Amsterdam (Recht Boomssloot 19 II)

Gerelateerde Documenten 3