Getypte brief (doorslag/archiefexemplaar) met handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefexemplaar) met handgeschreven aantekening. 2 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Visscherij-Centrale of een gelieerd orgaan). [Linksboven, handgeschreven in blauw potlood/inkt:]
Verzonden 2/12
[Rechtsboven:]
HG.
[Adresblok:]
den Heer K.J.N.Bicker,
Korte Prinsengracht 40,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
[Kenmerk en datum:]
46A/124/2 M. 2 December 1941.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 24 November jl. deel ik
U mede, dat na onderzoek door de door de Visscherij-Centrale inge-
stelde Commissie is gebleken, dat U niet voor een toewijzing van
zoetwatervisch in aanmerking kunt komen.
Aan Uw verzoek kan derhalve geen gevolg worden gegeven.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Onderwerp: Afwijzing van een aanvraag voor een toewijzing van zoetwatervis.
* Toon: Formeel, zakelijk en bureaucratisch. De beslissing wordt gepresenteerd als het resultaat van een onderzoek door een ingestelde commissie, zonder verdere specificatie van de redenen voor afwijzing.
* Fysieke kenmerken: Het betreft een doorslag op dun papier (typisch voor archiefkopieën uit die periode). De handgeschreven aantekening "Verzonden 2/12" dient als administratieve bevestiging van verzending. De afkorting "HG." rechtsboven kan verwijzen naar een afdeling of een specifieke ambtenaar (bijv. "Hoofdgroep" of initialen). Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikte distributie en rantsoenering van levensmiddelen.
De "Visscherij-Centrale" was een organisatie die tijdens de bezetting toezag op de regulering en distributie binnen de visserijsector. Vanwege schaarste was de handel in vis (waaronder zoetwatervis) aan strenge regels gebonden. Burgers of handelaren moesten officiële aanvragen indienen voor "toewijzingen" om legaal over bepaalde partijen vis te kunnen beschikken. De afwijzing in deze brief illustreert de bureaucratische controle op de voedselvoorziening en de beperkte beschikbaarheid van middelen voor individuele aanvragers. De geadresseerde, de heer Bicker, woonde aan de Korte Prinsengracht in Amsterdam, een buurt waar in die tijd veel kleine neringdoenden gevestigd waren.