Archief 745
Inventaris 745-359
Pagina 329
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum.

28 januari 1942. Van: Onbekend (waarschijnlijk een afdelingshoofd of marktmeester).

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum. 28 januari 1942. Onbekend (waarschijnlijk een afdelingshoofd of marktmeester). VD/HG. Extra

461/132/2 M.
28 Januari 1942.

Aanvoergeld
Vischmarkt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

        Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 28 November jl. om advies ontvangen stuk No. 1081 L.M. 1941, waarvan de behandeling is vertraagd, doordat, in verband met de potloodaanteekening op het stuk, daarop geplaatst door Wethouder Guepin, omtrent de werkwijze der onderhavige venters een onderzoek moest worden ingesteld, heb ik de eer U het volgende te berichten.
        Krachtens artikel 5 der Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden is voor den aanvoer van visch ter markt een belasting verschuldigd, welke in artikel 21 dezer Verordening nader is omschreven. Het feit, dat adressant deze visch op de markt niet verhandelt is ten deze niet van belang: de visch wordt op de markt aangevoerd en op grond hiervan is belasting verschuldigd. Het aanvoergeld is bovendien zoo gering, dat hierdoor de verkoopsprijs niet noemenswaard wordt beinvloed (voor gerookte of gestoomde visch wordt per kistje 1 cent aanvoergeld geheven). Ik heb mitsdien de eer U beleefd in overweging te geven den adressant te doen berichten, dat aan zijn verzoek, in verband met de daaraan verbonden consequenties, niet kan worden voldaan.
        Ten aanzien van genoemde potloodaanteekening merk ik het volgende op.
        Aan adressant is, blijkens den brief van den Burgemeester d.d. 16 October jl. No. 70/160 L.M. 1941 toegestaan door een aantal leden van zijn personeel met gerookte visch te dezer stede te doen venten. Hiertoe zijn aan een zestal Volendammers tijdelijke ventvergunningen uitgereikt. Dezerzijds kon niet worden nagegaan of deze venters inderdaad behooren tot het personeel van adressant, omdat de vertegenwoordiger van deze firma hieromtrent alle inlichtingen weigert. Mijn indruk ten deze is echter, dat bedoelde firma, als gevolg van de beperking van den handel in koffie op het artikel visch is overgegaan en hiertoe een aantal Volendammers, niet in het bezit van een ventvergunning van de stad Amsterdam heeft aangesteld. Of dit met het oog op de belangen *   **Kern van de zaak:** Een bedrijf (de "adressant") heeft bezwaar gemaakt tegen het betalen van aanvoergeld op de vismarkt. De schrijver adviseert de wethouder om dit bezwaar af te wijzen.
  • Juridische argumentatie: De ambtenaar stelt dat de belasting verschuldigd is puur door het aanvoeren van de vis op de markt, ongeacht of de vis daar ook daadwerkelijk verkocht wordt. Hij verwijst naar specifieke artikelen uit de marktverordening.
  • Economische context: Het aanvoergeld is marginaal (1 cent per kistje) en heeft volgens de schrijver geen invloed op de consumentenprijs.
  • Vermoeden van fraude/onregelmatigheden: Er is een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een aantekening van wethouder Guepin. Het vermoeden bestaat dat een voormalige koffiehandel, wegens schaarste aan koffie, is overgestapt op de visverkoop. De firma zou hiervoor Volendammers hebben ingehuurd die mogelijk niet over de juiste Amsterdamse ventvergunningen beschikken. De firma weigert medewerking aan het onderzoek. Dit document stamt uit januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Tweede Wereldoorlog is duidelijk merkbaar:
  • Schaarste en Substitutie: De opmerking dat een firma van koffie is overgegaan op vis is typerend voor de oorlogseconomie. Koffie was al vroeg in de oorlog op de bon en werd zeer schaars, waardoor handelaren naar andere producten zochten om te overleven.
  • Bestuur: Er wordt gerefereerd aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke en streng gereguleerde overheidstaak.
  • Personen: Wethouder Guepin (P.J. Guepin) was tijdens de bezetting wethouder in Amsterdam (onder de pro-Duitse burgemeester Voute).
  • Lokale spanningen: De inzet van "Volendammers" in Amsterdam zonder de juiste vergunningen wijst op spanningen tussen de lokale regelgeving en de noodzaak voor vissers/handelaren om hun waren elders af te zetten. Wethouder Guepin (P.J. Guepin) was tijdens de bezetting wethouder in Amsterdam (onder de pro-Duitse burgemeester Voute).

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Een bedrijf (de "adressant") heeft bezwaar gemaakt tegen het betalen van aanvoergeld op de vismarkt. De schrijver adviseert de wethouder om dit bezwaar af te wijzen.
  • Juridische argumentatie: De ambtenaar stelt dat de belasting verschuldigd is puur door het aanvoeren van de vis op de markt, ongeacht of de vis daar ook daadwerkelijk verkocht wordt. Hij verwijst naar specifieke artikelen uit de marktverordening.
  • Economische context: Het aanvoergeld is marginaal (1 cent per kistje) en heeft volgens de schrijver geen invloed op de consumentenprijs.
  • Vermoeden van fraude/onregelmatigheden: Er is een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een aantekening van wethouder Guepin. Het vermoeden bestaat dat een voormalige koffiehandel, wegens schaarste aan koffie, is overgestapt op de visverkoop. De firma zou hiervoor Volendammers hebben ingehuurd die mogelijk niet over de juiste Amsterdamse ventvergunningen beschikken. De firma weigert medewerking aan het onderzoek.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Tweede Wereldoorlog is duidelijk merkbaar:
1. Schaarste en Substitutie: De opmerking dat een firma van koffie is overgegaan op vis is typerend voor de oorlogseconomie. Koffie was al vroeg in de oorlog op de bon en werd zeer schaars, waardoor handelaren naar andere producten zochten om te overleven.
2. Bestuur: Er wordt gerefereerd aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke en streng gereguleerde overheidstaak.
3. Personen: Wethouder Guepin (P.J. Guepin) was tijdens de bezetting wethouder in Amsterdam (onder de pro-Duitse burgemeester Voute).
4. Lokale spanningen: De inzet van "Volendammers" in Amsterdam zonder de juiste vergunningen wijst op spanningen tussen de lokale regelgeving en de noodzaak voor vissers/handelaren om hun waren elders af te zetten.

Gerelateerde Documenten 3