Handgeschreven brief op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief op gelinieerd papier. 8 december 1941. J. Dotsch, Lepelstraat 30, Amsterdam-C. Ag. 1029
Inschrijvers
Amsterdam 8 December 1941
Van
Den Heer ter Haar
Weledele Heer,
Ondergetekende (J. Dotsch Lepelstr. 30
Amsterdam C) verzoekt U om een hoogere toewijzing
voor zoetwatervisch.
Dit verzoek motiveert hij als volgt:
Reeds vóór den oorlog heeft hij steeds zoetwater-
visch verkocht. Deze visch kocht hij van groothan-
delaren te Lemmer, Stavoren, Spakenburg en IJmuiden.
Tevens maakt hij U er op attent, dat hij een
vaste standplaats heeft sedert 1936.
Met de huidige toewijzing is hij het niet eens, omdat
hij meent benadeeld te zijn. Zijn omzet vóór den oorlog
was ongeveer 200 pond per dag.
Hij vertrouwt, dat dit verzoek in gunstig over-
weging zal worden genomen.
Bij voorbaat dankend,
Hoogachtend,
J Dotsch
[Stempel:] No 46A / 177 / I M. 1941 13/12
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
opbergen
va 20 op 40 kg
Opbergen aan verzoek is
voldaan [paraf] In deze brief verzoekt J. Dotsch, een vishandelaar uit de Lepelstraat in Amsterdam, om een verhoging van zijn quotum voor zoetwatervis. Hij onderbouwt zijn verzoek door te wijzen op zijn jarenlange ervaring (sinds 1936 op een vaste plek) en zijn aanzienlijke omzet van vóór de oorlog (ca. 200 pond per dag). Hij geeft aan dat de huidige toewijzing hem benadeelt.
Uit de ambtelijke krabbels onderaan blijkt dat het verzoek serieus is genomen en is ingewilligd: zijn toewijzing werd verhoogd van 20 naar 40 kg. De brief is voorzien van administratieve kenmerken zoals "Ag. 1029" (Agendanummer) en stempels die wijzen op een systematische verwerking door een distributie- of handelsinstantie. De brief dateert van december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van schaarste en een streng distributiesysteem. Ondernemers waren voor hun handel volledig afhankelijk van officiële toewijzingen (quota) door de overheid. Omdat de zeevisserij door de oorlogvoering op de Noordzee grotendeels stil lag, was zoetwatervis een cruciaal alternatief voor de voedselvoorziening.
De locatie van de afzender, de Lepelstraat, lag in de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam J. Dotsch duidt zeer waarschijnlijk op een Joodse vishandelaar. Dit geeft het document een extra historische laag: terwijl Joodse burgers en ondernemers in 1941 al aan tal van beperkende maatregelen onderworpen waren, was Dotsch hier nog volop bezig zijn nering te verdedigen via de officiële weg. Opvallend is dat zijn verzoek in deze fase van de bezetting nog werd gehonoreerd met een verdubbeling van zijn toewijzing. J. Dotsch