Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 23 augustus 1918. Een aardappelhandelaar (mogelijk genaamd 'Mroese', gebaseerd op de blauwe potloodaantekening). De Weledelgeboren Heer, Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. No. 457.3 M. 18. 24/8 [stempel:] 200 HK
Amsterdam, 23 Aug '18
Aan den Weledelgeboren Heer, Directeur v/h
Marktwezen.
Amsterdam.
[Aantekening in marge: Nº 148]
[Blauwe potloodaantekening: Mroese 170]
Weledelgeboren Heer,
Hierdoor ben ik zoo vrij
onder Uwe aandacht te brengen, dat, niettegen-
staande het mij toegewezen kwantum aardappelen
verhoogd is, dit echter absoluut onvoldoende is in
verhouding tot den omvang van mijne zaak en dat
dientengevolge de brutowinsten ontoereikend zijn
om mijne zaak op dezelfde basis te blijven voortzetten.
Om U slechts in ruwe trekken een schets te geven
van de onkosten op mijne zaak drukkende, som ik
hieronder op de elke week terugkeerende onkosten,
waaronder dus niet begrepen zijn: licht, belastingen
en verdere onkosten voor onderhoud van mijn
zestal winkels en materiaal als een drietal karren
en paarden enz. Deze onkosten vormen een niet
onbelangrijk gedeelte van de totaalonkosten voor-
komende op mijne jaarlijksche balansen.
Totaal loon per week ruim ........ f 300 -
" huren " " ........ 85 -
Zakkenslijtage " gemiddeld ....... 70 -
Fourage " " ....... 50 -
---------
totaal f 505 - In deze brief beklaagt een aardappelhandelaar zich over het feit dat het hem toegewezen 'kwantum' (de hoeveelheid) aardappelen te laag is, ondanks een recente verhoging. De schrijver voert aan dat zijn bedrijf te groot is voor de huidige toewijzing; de brutowinst die hij behaalt op de verkoop van de toegewezen aardappelen dekt de wekelijkse bedrijfskosten niet.
Om zijn argument kracht bij te zetten, geeft hij een overzicht van zijn vaste wekelijkse lasten, die uitkomen op 505 gulden. Dit bedrag bestaat uit:
* Lonen: 300 gulden (hetgeen wijst op een aanzienlijk aantal personeelsleden).
* Huur: 85 gulden.
* Zakkenslijtage: 70 gulden.
* Fourage (voer voor paarden): 50 gulden.
De schrijver benadrukt dat dit nog niet eens alle kosten zijn; belastingen, verlichting en onderhoud van zijn zes winkels en transportmiddelen (drie karren en paarden) zijn hierin nog niet meegeteld. Het doel van de brief is overduidelijk het verkrijgen van een grotere toewijzing van aardappelen om de rendabiliteit van de onderneming te waarborgen. De datum van de brief, augustus 1918, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Hoewel Nederland neutraal was tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), leed het land zwaar onder de internationale blokkades, wat leidde tot enorme schaarste aan brandstof en voedsel.
Om de distributie van schaarse goederen zoals aardappelen te beheersen, stelde de overheid een distributiesysteem in. Het 'Marktwezen' in Amsterdam speelde een centrale rol in het toewijzen van contingenten aan handelaren. De aardappelvoorziening was een zeer gevoelig punt; in 1917 had Amsterdam nog te maken gehad met het 'Aardappeloproer', gewelddadige rellen vanwege de schaarste en de hoge prijzen.
De handelaar in deze brief bevindt zich in een lastige positie: hij heeft een grote infrastructuur (zes winkels, personeel, paarden en wagens) die onderhouden moet worden, maar krijgt niet genoeg handel toegewezen om de vaste lasten van die infrastructuur te dekken. De wekelijkse kosten van 505 gulden waren voor die tijd zeer aanzienlijk, wat aangeeft dat het hier om een van de grotere spelers op de Amsterdamse aardappelmarkt ging. Marktwezen