Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 265
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke of juridische notitie (kladversie).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke of juridische notitie (kladversie). Bij mijn voorstellen wordt
echter rekening gehouden met
factoren die van invloed zijn
op het gevaar van recidive en
met de [doorgehaald: positie van den delinquent]
persoonlijke omstandigheden
van delinquent

vgl winkeliershuisvader die
voor zijn bedrijf van toegang tot
Arn. afhankelijk is en
ongehuwde overkruier die
ook buiten de Arn. weg en plein
kan rijden om vrachten te doen.

[In de marge:]
geef in
overweging
dat ik

Hier kan mij niet mede
vereenigen maar stel voor
dan bij mijn voorstel mededeeling
te doen van feiten die
voor de [doorgehaald: bepaling der]
straffen welke eventueel
voor Reg. C. aanleiding
zouden kunnen zijn van
bedoelde norm af te wijken
bij bepaling strafmaat. De tekst is een interne notitie, waarschijnlijk geschreven door een jurist of ambtenaar van het Openbaar Ministerie, over de wijze waarop een strafvoorstel moet worden onderbouwd. De essentie is dat de strafmaat niet enkel bepaald moet worden door het risico op herhaling (recidive), maar ook door de sociaal-economische impact op de dader.

De auteur gebruikt twee voorbeelden om te illustreren waarom maatwerk nodig is:
1. Een winkeliershuisvader voor wie een beperking (bijvoorbeeld een rijverbod of toegangsverbod) grote gevolgen heeft voor zijn gezin en bedrijf in een specifieke regio (mogelijk Arnhem, afgekort als Arn.).
2. Een ongehuwde overkruier (iemand die goederen met een handkar vervoert), die door zijn gezinssituatie en de aard van zijn werk (flexibeler wat betreft route) minder zwaar getroffen zou worden door dezelfde maatregel.

De schrijver geeft aan het niet eens te zijn met een eerdere zienswijze ("Hier kan mij niet mede vereenigen") en adviseert om feiten op te nemen die een afwijking van de geldende richtlijnen (bedoelde norm) rechtvaardigen. Het document biedt een inkijkje in de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht, waarbij de overgang van strikte vergelding naar een meer gepersonaliseerde straftoemeting zichtbaar is. De term 'overkruier' verwijst naar een inmiddels verdwenen beroepsgroep in het stadsvervoer. De verwijzing naar "Reg. C." duidt waarschijnlijk op een specifieke administratieve regeling of richtlijn voor straftoemeting die in die periode van kracht was.

Samenvatting

De tekst is een interne notitie, waarschijnlijk geschreven door een jurist of ambtenaar van het Openbaar Ministerie, over de wijze waarop een strafvoorstel moet worden onderbouwd. De essentie is dat de strafmaat niet enkel bepaald moet worden door het risico op herhaling (recidive), maar ook door de sociaal-economische impact op de dader.

De auteur gebruikt twee voorbeelden om te illustreren waarom maatwerk nodig is:
1. Een winkeliershuisvader voor wie een beperking (bijvoorbeeld een rijverbod of toegangsverbod) grote gevolgen heeft voor zijn gezin en bedrijf in een specifieke regio (mogelijk Arnhem, afgekort als Arn.).
2. Een ongehuwde overkruier (iemand die goederen met een handkar vervoert), die door zijn gezinssituatie en de aard van zijn werk (flexibeler wat betreft route) minder zwaar getroffen zou worden door dezelfde maatregel.

De schrijver geeft aan het niet eens te zijn met een eerdere zienswijze ("Hier kan mij niet mede vereenigen") en adviseert om feiten op te nemen die een afwijking van de geldende richtlijnen (bedoelde norm) rechtvaardigen.

Historische Context

Het document biedt een inkijkje in de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht, waarbij de overgang van strikte vergelding naar een meer gepersonaliseerde straftoemeting zichtbaar is. De term 'overkruier' verwijst naar een inmiddels verdwenen beroepsgroep in het stadsvervoer. De verwijzing naar "Reg. C." duidt waarschijnlijk op een specifieke administratieve regeling of richtlijn voor straftoemeting die in die periode van kracht was.

Gerelateerde Documenten 6