Proces-verbaal (Politierapport).
Origineel
Proces-verbaal (Politierapport). 18 augustus 1941. [Stempel bovenin: Gezien [handtekening]]
PRO JUSTITIA.
Marktwezen No. 77/47/5/17. A.K.
POLITIE TE AMSTERDAM.
2e Sectie 2e Afdeeling.
PROCES-VERBAAL.
Proces-verbaal contra Willem Blanken, oud 16 jaar, knecht, wonende 2e Jacob van Campenstraat 126 I te Amsterdam-O., verdacht van diefstal van ledige kisten, respectievelijk gepleegd op Donderdag 14 Augustus 1941 en op Zaterdag 16 Augustus 1941 op de Centrale Markt te Amsterdam, ten nadeele van de Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam" gevestigd op de Centrale Markt te Amsterdam.
Op Maandag 18 Augustus 1941 omstreeks 8.30 uur v.m. werd mij, ondergeteekende, Barend Pelthuis ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat alhier, door een mij bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Jan Kriebel, oud 50 jaar, emballage-meester bij de Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam", wonende Celebesstraat 24 I te Amsterdam-Oost, het volgende medegedeeld en verklaarde hij:
"Op Zaterdag 16 Augustus jl. werd mij door het personeel van den grossier Hooy medegedeeld, dat een zekere Blanken, die als personeel van zijn vader, een kleinhandelaar in fruit, toegang heeft tot de Centrale Markt, op Zaterdag 16 Augustus 1941 omstreeks 7.30 uur v.m. een partij ledige kisten zou hebben weggenomen van een stapel, welke stond achter op het terrein van de Centrale Markt, langs de Oostelijke spoorbaan. Naar bedoeld personeel vermoedde, zou genoemde Blanken deze kisten hebben ingeleverd bij Barend van Dijk, die op pier G van de Centrale Markt een kistencentrale heeft en aldaar van kooplieden gangbaar ledig fust tegen eenige vergoeding in ontvangst neemt. Bedoelde personeel van grossier Hooy verklaarde mij voorts nog, dat deze kisten voorzien waren van het merk van onze veiling, reden waarom zij mij, van hetgeen zij gezien hadden in kennis stelden. Naar aanleiding hiervan heb ik mij naar Barend van Dijk begeven en bleek mij, dat er daar een jongen op naam van een zekeren Uriot op Donderdag 14 Augustus 1941 en op Zaterdag 16 Augustus 1941 een partij kisten gemerkt "A.G.V.", het merk van de Nederlandsche Veiling, had ingeleverd."
Naar aanleiding van deze mededeeling hoorde ik, verbalisant, op Maandag 18 Augustus 1941, twee mij van aanzien bekende personen, die mij later desgevraagd opgaven respectievelijk te zijn genaamd: Etienne Cohen, oud 18 jaar, knecht, wonende Azubastraat 1 huis te Amsterdam-Oost en Cornelis Hooy, oud 30 jaar, knecht, wonende Bestevaerstraat 246 te Amsterdam-West, op wier aanwijzingen ik heb aangehouden op 18 Augustus 1941 een mij van aanzien bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Willem Blanken, zoon van Hendrik Blanken en Gerritje Oosterhof, geboren te Amsterdam, 12 Mei 1925, knecht in dienst bij zijn vader, wonende 2e Jacob van Campenstraat 126 I te Amsterdam-Oost. Genoemde Cohen verklaarde mij desgevraagd als volgt: "Op Zaterdag 16 Augustus 1941, omstreeks 7.30 uur v.m. bevond ik mij op het achterterrein van de Centrale Markt bij de Oostelijke spoorbaan, alwaar ik tezamen met Hooy een partij fruit had opgeladen voor mijn baas, den grossier Hooy, toen ik zag, dat de persoon, die U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Cohen genoemden Blanken) van een stapel kisten welke op het achterterrein stond, langs genoemden spoorbaan, een gedeelte afnam en deze op een driewielige bakfiets laadde, waarna hij zich hiermede verwijderde in de richting van pier G van de Centrale Markt. Waar het mij bekend was, dat deze kisten toebehoorden aan de N.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam" heb ik, van hetgeen ik gezien had, later den emballagemeester Kriebel in kennis gesteld. Hoeveel kisten deze persoon toen heeft opgeladen, zou ik niet met zekerheid kunnen verklaren.". Hierna hoorde ik, verbalisant, getuige Hooy, die mij aldus verklaarde: "Op Zaterdag 16 Augustus 1941 omstreeks 7.30 uur v.m. bevond ik mij op het achterterrein van de Centrale Markt ter hoogte van den Oostelijken spoorbaan, alwaar ik tezamen met Cohen een partij fruit voor mijn broer, den grossier Hooy, had geladen, toen ik zag, dat de persoon, die U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Hooy meergenoemden Blanken) van een partij kisten, welke op eenigen afstand stond van de plaats, waar ik mij bevond, een gedeelte afnam, deze op een driewielige bakfiets laadde, waarna hij zich hiermede verwijderde in de richting van pier G van de Centrale Markt. Ook mij was het bekend, dat deze kisten toebehoorden aan de Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam" welke kisten dan ook waren voorzien van het kenmerk "A.G.V." van genoemde veiling. Hoeveel kisten deze persoon oplaadde kon ik U niet met zekerheid zeggen, doch vermoed ik, dat het er ongeveer 20 geweest moeten zijn.". Hierna hoorde ik, verbalisant, meergenoemde Blanken, die mij desgevraagd als volgt verklaarde: "Ik ben als knecht in dienst bij mijn vader, den Dit document is een ambtelijk proces-verbaal waarin de verdenking van diefstal van veilingkisten door de 16-jarige Willem Blanken wordt vastgelegd. De diefstal vond plaats op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Jan van Galenstraat).
De kern van de zaak is dat de verdachte lege kisten, gemerkt met "A.G.V." (Amsterdamsche Groenten Veiling), van een stapel bij de spoorbaan nam en deze per bakfiets naar een 'kistencentrale' op pier G bracht om ze daar tegen vergoeding in te leveren. Hij deed dit onder de valse naam "Uriot". De diefstal werd opgemerkt door getuigen die voor een grossier werkten, waarna de emballagemeester van de veiling de politie (het Marktwezen) inschakelde. Het document eindigt midden in de eerste verklaring van de verdachte. Het document dateert van augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributie van goederen. Zelfs zaken met een relatief lage waarde, zoals houten veilingkisten (emballage), waren kostbaar en werden strikt gecontroleerd.
De Centrale Markt was een vitale plek voor de voedselvoorziening van Amsterdam. Handhaving op dergelijke terreinen was streng; de aanwezigheid van een "onbezoldigd veldwachter" specifiek voor het Marktwezen duidt op een gespecialiseerde bewakingsdienst. De nauwkeurige registratie van etniciteit of achtergrond is in dit specifieke document niet aanwezig, maar de vermelding van namen als "Etienne Cohen" in 1941 herinnert aan de precaire positie van Joodse Amsterdammers in die tijd, hoewel hij hier simpelweg als getuige en knecht optreedt.