Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 6 september 1941. Waarschijnlijk de directeur van de Centrale Markt te Amsterdam (gezien de context van de brief). VD/HG. Extra
77/50/4 M.
6 September 1941.
Straf personeel J.A.Chr. Pieterman
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U afschriften te zenden van op 25 en 27 Augustus jl. door den contrôleur Boon van mijn dienst opgemaakte rapporten, waaruit blijkt, dat J.A.Chr. Pieterman, M.H.Trompstraat 2 II, wien als personeel van den grossier C.de Jong toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar op 23 Augustus jl. heeft schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 12 van het Reglement op de Centrale Markt, doordat hij, zonder dat hem een plaats was aangewezen, pronkboonen had gekocht van den commissionnair P.Koeleman, welke boonen door hem voor den verkoop waren bestemd. Ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van voornoemd Reglement heb ik Pieterman op 29 Augustus jl. bericht, dat hem met ingang van 1 September tot en met 14 September 1941 de toegang tot de Centrale Markt zal worden ontnomen, terwijl aan den heer Burgemeester van Amsterdam de vraag zou worden voorgelegd, of Pieterman voor langeren tijd moet worden uitgesloten.
Op 31 Augustus jl. werd mij telefonisch omtrent de onderhavige aangelegenheid om inlichtingen gevraagd door een ambtenaar van den Sicherheits Dienst. Deze ambtenaar deelde mij mede, dat Pieterman als personeel van grossier De Jong was belast met de inkoopen voor de Duitsche Weermacht. Hoewel deze ambtenaar het volkomen met mij eens was, dat overtredingen, als de onderhavige moesten worden bestraft, gaf hij te kennen, dat hierdoor groote moeilijkheden in de voedselvoorziening van de Duitsche Weermacht waren te verwachten. Ik heb hem hierop toegezegd, de straf voorloopig op te schorten en met grossier De Jong te overleggen dat deze zich van een anderen inkooper zou voorzien.
Op 2 dezer heb ik een onderhoud gehad met den grossier De Jong, waarbij tegenwoordig was een vertegenwoordiger van de Luftgau afdeeling te Amsterdam en omstreken, waarvoor de grossier De Jong eveneens de leveringen verzorgt. Men deelde mij mede, dat door de uitsluiting van Pieterman niet alleen deze wordt benadeeld, doch ook de Fa.De Jong, terwijl uiteindelijk de Duitsche Weermacht groote moeilijkheden zou ondervinden, daar grossier De Jong moet inkoopen voor 7.000 Dit document illustreert de directe bemoeienis van de Duitse bezettingsmacht met de lokale Amsterdamse marktregulering tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De kern van de zaak is een relatief klein vergrijp: een medewerker van een grossier heeft bonen gekocht op de Centrale Markt zonder op de hem toegewezen plek te staan. Volgens de geldende regels wordt hem de toegang tot de markt voor twee weken ontzegd. Echter, zodra deze straf de logistiek van de bezetter raakt (omdat de betreffende persoon inkoopt voor de Wehrmacht en de Luftwaffe), grijpen de Duitse instanties zoals de Sicherheitsdienst (SD) direct in.
De schrijver van de brief bevindt zich in een lastige positie: hij wil de regels van de markt handhaven, maar wordt geconfronteerd met "verzoeken" van de bezetter die hij feitelijk niet kan negeren. De straf wordt dan ook "voorloopig opgeschort". Het document eindigt midden in een zin waaruit blijkt dat de inkoop voor 7.000 man (waarschijnlijk soldaten) op het spel staat. In september 1941 was de Duitse bezetting van Nederland ruim een jaar onderweg. De voedselvoorziening werd steeds meer ondergeschikt gemaakt aan de behoeften van de Duitse krijgsmacht. De Centrale Markthallen in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) waren het kloppende hart van de voedseldistributie in de regio.
De aanwezigheid van de SD en de Luftwaffe in dit dossier toont aan hoe diep de bezetter was geïnfiltreerd in het dagelijks ambtelijk apparaat. Lokale verordeningen en tuchtrechtelijke maatregelen konden terzijde worden geschoven zodra het militair belang in het geding kwam. De brief is een voorbeeld van de zogenaamde "fluwelen handschoen"-politiek in het begin van de oorlog, waarbij de SD weliswaar aangaf het met de straf eens te zijn, maar tegelijkertijd dwong tot opschorting ervan om hun eigen bevoorrading niet te verstoren.