Proces-verbaal (type-document met handgeschreven toevoegingen).
Origineel
Proces-verbaal (type-document met handgeschreven toevoegingen). 27 september 1941. [Linksboven]
PRO JUSTITIA.
Marktwezen No. 77/64/1 H.
POLITIE TE AMSTERDAM.
2e sectie 2e afdeeling.
No. [blanco]
[Midden boven, handgeschreven]
Gezien
[Paraaf]
[Rechtsboven, gestempeld/getypt]
Hoofdkantoor
[Rechtsmidden]
PROCES-VERBAAL.
[Links, kolom]
Proces-verbaal contra Herman Gijszen, oud 25 jaar, zonder beroep, wonende Elisabeth Wolffstraat 69 II te Amsterdam-West, verdacht van diefstal van een partij ledige kisten, ter waarde van circa f 42,- gepleegd op Zaterdag, 27 September 1941 te Amsterdam en contra:
Cobus Tuin, oud 37 jaar, koopman, wonende 1e Jan Steenstraat 51 I te Amsterdam-Zuid, verdacht van mede-plichtigheid aan dien diefstal, ten nadeele van Cornelis Johannes Robbé, koopman, oud 41 jaar en wonende Bartholomeus Diazstraat 8 I te Amsterdam-West.
[Hoofdtekst rechts]
Op Zaterdag 27 September 1900 eenenveertig, omstreeks 9.20 uur v.m. werd mij, ondergeteekende, Barend Velthuis, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat alhier, door een mij bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Barend van Dijk, oud 49 jaar, houder van een kistencentrale, gevestigd op pier C van de Centrale Markt en wonende Da Costakade 200 te Amsterdam-Oost, het volgende medegedeeld en verklaarde hij:
"Op pier C van de Centrale Markt heb ik een kistencentrale en neem aldaar tegen eenige vergoeding van kooplieden gangbaar ledig fust in ontvangst, hetwelk ik op mijn beurt voor doorzend naar de betrokken veilingen, vanwaar de kisten afkomstig zijn. Hedenmorgen omstreeks 9 uur, vervoegde zich bij mijn opslagplaats op pier C een mij van aanzien bekend persoon, met een handkar, geladen met ledige kisten, welke kisten hij bij mij wilde inleveren. Een gedeelte van deze kisten heb ik niet aangenomen, aangezien deze afkomstig bleken te zijn van op de Centrale Markt gevestigde grossiers en van veilingen, waarmede ik geen betrekkingen heb. Het overige deel der kisten (22 stuks) heb ik wel geaccepteerd. Waar ik den indruk had, dat het met de herkomst dezer kisten niet geheel in orde was, vroeg ik aan dezen persoon, voor wie hij de kisten kwam inleveren, waarop hij mij mededeelde, dit te doen voor kooper Cobus Tuin. Ik heb toen een emballagebon ter waarde van f 21,56 uitgeschreven, doch niet aan dezen persoon afgegeven en deelde hen mede, dat Tuin dan zelf het statiegeld voor de ingeleverde 22 kisten moest komen halen. Hierop verwijderde bedoelde persoon zich, blijkbaar om Tuin te halen, doch liet de kar, waarmede hij de kisten had gebracht bij mij op pier C staan. Even later verscheen hij met den mij bekenden kooper Cobus Tuin en verklaarde deze, dat de persoon, die bij mij de 22 kisten had ingeleverd en die naar ik vernam, Herman Gijszen heet, dit inderdaad voor hem, Tuin, had gedaan. Ik heb toen aan Tuin het statiegeld voor de kisten ad f 21,56, uitbetaald. Hierop verwijderde Tuin zich, doch liet de handkar, waarmede Gijszen de kisten gebracht had, bij mijn opslagplaats op pier C staan. Ik ben Tuin achterna gegaan en heb hem gevraagd, waar zijn handkar stond, waarop Tuin mij verklaarde, dat deze zich bevond in het Hoofdgebouw van de Centrale Markt. Tevens verklaarde Tuin mij toen, dat de handkar, die Gijszen had gebruikt niet van hem, Tuin, was, evenmin als de kisten, die Gijszen had ingeleverd. Dat hij toch het statiegeld van mij had aangenomen, was alleen maar geweest om Gijszen daarmede van dienst te zijn. Toen ik hierop Tuin verzocht mij het statiegeld terug te geven, verklaarde hij, dit reeds aan Gijszen te hebben overgedragen. Het bleek mij echter, dat Gijszen alsmede de besproken handkar, verdwenen waren. Naar ik veronderstel, waren deze kisten van diefstal afkomstig, reden waarom ik U hiervan in kennis stel. De kisten, welke Gijszen bij mij heeft ingeleverd, zijn inmiddels door mijn personeel bij anderen gevoegd en zou ik ze U niet meer kunnen aanwijzen."
Naar aanleiding van deze mededeeling heb ik, verbalisant, op Zaterdag 27 September 1941 omstreeks 9.30 uur v.m. op het terrein van de Centrale Markt op aanwijzing van Van Dijk, aangehouden een mij bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd:
COBUS TUIN,
geboren te Amsterdam, 17 December 1903, koopman en wonende 1e Jan Steenstraat 51 I te Amsterdam-Zuid en heb hem overgebracht naar het Marktenbureau van de Centrale Markt, alwaar hij later door mij voorloopig is gehoord. Aan Van Dijk vertoonde ik voorts een foto van een bij het Marktwezen bekend persoon, genaamd Herman Gijszen, en werd deze herkend als den door Van Dijk bedoelde, die de 22 kisten bij hem had ingeleverd. * Taal en spelling: Het document bevat typisch ambtelijk taalgebruik van halverwege de 20e eeuw (bijv. "onbezoldigd veldwachter", "gangbaar ledig fust", "verbalisant"). Opmerkelijk is de verschrijving in het jaartal bovenaan de hoofdtekst: "1900 eenenveertig". De context en de rest van het document maken duidelijk dat 1941 bedoeld wordt.
* Inhoud: Het proces-verbaal beschrijft een geval van diefstal en heling van emballage (22 kisten). De verdachte Gijszen leverde de kisten in bij een kistencentrale, terwijl de verdachte Tuin het statiegeld (f 21,56) inde. De getuigenis van Van Dijk legt bloot dat de verklaringen van de verdachten inconsistent waren, waarna Tuin werd aangehouden.
* Waarde: De waarde van de kisten (f 42,-) en het statiegeld (f 21,56) lijken voor moderne begrippen laag, maar vertegenwoordigden in 1941 een aanzienlijk bedrag (een weekloon voor een ongeschoolde arbeider lag destijds rond de 20 tot 25 gulden). * Historische periode: Dit document dateert uit september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Schaarsheid: Tijdens de bezetting was er een groeiend tekort aan grondstoffen en materialen. Ledige kisten en fust waren essentieel voor de voedseldistributie en werden daarom streng gecontroleerd. Diefstal van emballage was in die tijd een veelvoorkomend delict vanwege de waarde en de noodzaak voor hergebruik.
* Locatie: De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) vormden het kloppend hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Toezicht door ambtenaren van het Marktwezen en de politie was daar zeer strikt. Marktwezen Politie