Getypte brief/memorandum (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief/memorandum (doorslag of officieel afschrift). 7 juli 1941. "De Directeur" (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). Verzonden 7/7 [handgeschreven]
VD/HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
85/15/1 M.
7 Juli 1941.
Intrekking kramenvergunning
ten name van Wed.M.Schelvis.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de Wed.M.Schelvis,
wien op 30 November 1938 onder no.811 L.M. vergunning werd verleend
tot het plaatsen van kramen op de markt Uilenburg, volgens mededee-
ling van het Bevolkingsregister is overleden.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging de onderhavige ver-
gunning als vervallen te beschouwen.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke kennisgeving binnen het gemeentebestuur van Amsterdam. De directeur van de betreffende dienst (waarschijnlijk Marktwezen) informeert de wethouder dat de marktvergunning van "Wed. M. Schelvis" (Weduwe M. Schelvis) moet worden ingetrokken. De reden hiervoor is haar overlijden, zoals gemeld door het Bevolkingsregister.
De vergunning was oorspronkelijk verleend op 30 november 1938 voor de markt op Uilenburg. De toon is strikt formeel en bureaucratisch ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien beleefd in overweging"). Het document illustreert hoe de gemeentelijke administratie routineus vergunningen beheerde en afwikkelde op basis van informatie over de burgerlijke stand. De datum (7 juli 1941) en de locatie (markt Uilenburg) geven dit document een beladen historische lading. Nederland was op dat moment ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De markt op Uilenburg lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam.
"Wed. M. Schelvis" verwijst naar Mariana Schelvis-Zwaaf (geboren in 1876). Zij overleed op 29 juni 1941 in Amsterdam op 65-jarige leeftijd. Mariana was de weduwe van Salomon Schelvis.
In deze periode werden Joodse Amsterdammers steeds verder uit het openbare leven verdrongen door anti-Joodse maatregelen. Hoewel dit document een reguliere administratieve afhandeling van een sterfgeval lijkt, vond dit plaats in een tijd waarin de Joodse marktkooplieden op het punt stonden hun bestaansrecht volledig te verliezen. Kort na deze datum, in september 1941, werden Joden door de bezetter verboden om nog op reguliere markten te staan; er werden speciale "Jodenmarkten" ingesteld, waarna de deportaties de gemeenschap volledig zouden ontwrichten. Dit document markeert het ambtelijke einde van de nering van een specifieke Joodse familie in de stad.