Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 261
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (correspondentie).

9 april 1941. Van: J. Menist (namens S. Menist), Lauwerierstraat 17, Amsterdam. Aan: Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (correspondentie). 9 april 1941. J. Menist (namens S. Menist), Lauwerierstraat 17, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. betreffende S. Menist
Ruyschstraat 80 III

Amsterdam 9 April '41

Aan Directeur
Marktwezen - Alhier.

Weled. Heer

In antwoord op Uw brief d.d. 27-3-'41 deel ik UEd. als volgt mede, dat wat betreft de standplaats Mosplein, de- welke per 5 Apr. zou worden ingetrokken, adressant reeds 6 weken te Buchenwald verblijft en zodoende buiten schuld in gebreke is gesteld. Aangezien zijn vrouw met twee kleine kinderen niet instaat is de marktplaats aan te houden, ook omdat er onvoldoende handelsvoorraad aanwezig is, zoo is zijn vader gemachtigd, UEd. namens zijn vrouw op de hoogte te stellen. Echter hoop ik dat hiermede wel rekening kan worden gehouden.

Inmiddels Hoogachtend
p/o J Menist

Lauwerierstr. 17. Dit document is een aangrijpend administratief bewijsstuk van de bureaucratische vervolging tijdens de Duitse bezetting. De brief is geschreven door de vader van Salomon Menist. Hij probeert de gemeente Amsterdam (de Dienst Marktwezen) ervan te overtuigen de marktvergunning op het Mosplein niet in te trekken.

De kern van het betoog is dat Salomon "buiten schuld in gebreke is gesteld": hij kan zijn marktstal niet bemannen omdat hij op dat moment al zes weken gevangen zit in concentratiekamp Buchenwald. De zakelijke, bijna onderdanige toon van de brief ("Weled. Heer", "Echter hoop ik dat hiermede wel rekening kan worden gehouden") contrasteert scherp met de gruwelijke realiteit van de situatie. De brief legt tevens de kwetsbaarheid van het achtergebleven gezin bloot: een vrouw met twee kleine kinderen zonder inkomen of handelsvoorraad. De datum (april 1941) is cruciaal. In februari 1941 vonden in Amsterdam de eerste grote razzia's op Joodse mannen plaats als vergelding voor onlusten in de stad (wat leidde tot de Februaristaking). Ruim 400 Joodse mannen werden opgepakt en via kamp Schoorl gedeporteerd naar Buchenwald, en later naar Mauthausen. Salomon Menist was een van hen.

Uit archiefstukken van de Oorlogs- en Verzetscentra blijkt dat Salomon Menist (geboren in 1910) inderdaad op de Ruyschstraat woonde. Hij overleefde de kampen niet; hij is in juni 1941 in Mauthausen vermoord. De Dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam werkte in deze periode nauw samen met de bezetter door Joodse handelaren hun vergunningen te ontnemen, vaak met het formele argument dat ze hun standplaats niet meer persoonlijk bezetten, ook al was de reden daarvoor hun arrestatie of deportatie.

Samenvatting

Dit document is een aangrijpend administratief bewijsstuk van de bureaucratische vervolging tijdens de Duitse bezetting. De brief is geschreven door de vader van Salomon Menist. Hij probeert de gemeente Amsterdam (de Dienst Marktwezen) ervan te overtuigen de marktvergunning op het Mosplein niet in te trekken.

De kern van het betoog is dat Salomon "buiten schuld in gebreke is gesteld": hij kan zijn marktstal niet bemannen omdat hij op dat moment al zes weken gevangen zit in concentratiekamp Buchenwald. De zakelijke, bijna onderdanige toon van de brief ("Weled. Heer", "Echter hoop ik dat hiermede wel rekening kan worden gehouden") contrasteert scherp met de gruwelijke realiteit van de situatie. De brief legt tevens de kwetsbaarheid van het achtergebleven gezin bloot: een vrouw met twee kleine kinderen zonder inkomen of handelsvoorraad.

Historische Context

De datum (april 1941) is cruciaal. In februari 1941 vonden in Amsterdam de eerste grote razzia's op Joodse mannen plaats als vergelding voor onlusten in de stad (wat leidde tot de Februaristaking). Ruim 400 Joodse mannen werden opgepakt en via kamp Schoorl gedeporteerd naar Buchenwald, en later naar Mauthausen. Salomon Menist was een van hen.

Uit archiefstukken van de Oorlogs- en Verzetscentra blijkt dat Salomon Menist (geboren in 1910) inderdaad op de Ruyschstraat woonde. Hij overleefde de kampen niet; hij is in juni 1941 in Mauthausen vermoord. De Dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam werkte in deze periode nauw samen met de bezetter door Joodse handelaren hun vergunningen te ontnemen, vaak met het formele argument dat ze hun standplaats niet meer persoonlijk bezetten, ook al was de reden daarvoor hun arrestatie of deportatie.

Gerelateerde Documenten 6