Doorslag van een officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/kennisgeving. 16 april 1941 (met verwijzing naar 23 februari 1941). [Handgeschreven rechtsboven:] M. v. d. Laan
[Rechtsboven onder de naam:] HG.
[Handgeschreven/gestempeld over de breedte:] Verzonden 16/4
[Linksboven:] 86/20/2 M.
[Rechtsboven:] 16 April 1941.
[Adresblok rechts:]
den Heer S. Menist,
Ruyschstraat 80 III,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
[Links onder referentienummer:]
Mosplein
en Uilenburg
[Centraal:]
vrijstelling betaling markt-
geld Mosplein en Uilenburg.
[Rechts onder:]
Mosplein en Uilenburg
23 Februari 1941
[Onderaan gecentreerd:]
XXXXXXXXX Dit document is een administratieve doorslag van een besluit of mededeling gericht aan de heer S. Menist. Het betreft een vrijstelling van de betaling van marktgeld voor twee specifieke Amsterdamse markten: het Mosplein (in Amsterdam-Noord) en Uilenburg (in het centrum/oude Jodenbuurt).
De datum van verzending is 16 april 1941, maar er wordt ook verwezen naar de datum 23 februari 1941. Dit suggereert dat de vrijstelling met terugwerkende kracht is verleend of betrekking heeft op een incident of besluit van die eerdere datum. De handgeschreven aantekening "Verzonden 16/4" bevestigt dat het origineel op die dag is uitgegaan. De "M." in het referentienummer zou kunnen staan voor de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De context van dit document is cruciaal vanwege de datum en de geadresseerde. Het is april 1941, de Duitse bezetting van Nederland is bijna een jaar onderweg. De geadresseerde, Salomon (Sallie) Menist, was een bekende Joodse socialist en vakbondsleider (RSAP).
De datum van 23 februari 1941 is zeer specifiek: dit was de dag dat de voorbereidingen voor de Februaristaking in volle gang waren, vlak na de gewelddadige razzia’s in de Joodse buurt (waaronder Uilenburg). Op 22 en 23 februari vonden de eerste grote razzia's plaats op en rond het Jonas Daniël Meijerplein.
De markt op Uilenburg was een typische markt in de Joodse wijk. Het feit dat er vrijstelling van marktgeld wordt verleend rond deze periode, kan wijzen op het feit dat de marktkooplieden door de onlusten, razzia's en de daaropvolgende beperkingen hun werk niet konden uitoefenen. Kort na deze datum werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid en werden markten "gezuiverd" of opgeheven. Sallie Menist zelf zou later in de oorlog door de bezetter worden geëxecuteerd (1942) vanwege zijn verzetsactiviteiten.