Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 259
Dossier 30
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.

Van: Marktwezen Amsterdam (Jan van Galenstraat 14). Aan: Dienst voor de Gemeentelijke Personeelsvoorziening (Kwakersplein 3-5, Amsterdam-West).

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. Marktwezen Amsterdam (Jan van Galenstraat 14). Dienst voor de Gemeentelijke Personeelsvoorziening (Kwakersplein 3-5, Amsterdam-West). [Briefhoofd]
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West)
Telefoon 85151

A.Z. Model No. 8a-5000-6-'40-1070
[Stempel rechtsboven:] 31. 5. 41.

Aan: den Dienst voor de Gemeentelijke Personeelsvoorziening,
Kwakersplein 3-5,
Amsterdam-West.
Wijk 12.

Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
No: 86/3/10 M. Bijlagen:
Datum: 30 Mei 1941.
Onderwerp: Tewerkgestelden in Duitschland.

[Inhoud]
Ten vervolge op mijn brief d.d. 28 Februari jl. (No.86/3/7 M.) verzoek ik U beleefd mij te willen mededeelen, of onderstaande kooplieden voldoen aan het gestelde in het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 December jl. No.987 L.M.1940.

De Directeur,
[Handtekening: Peetoom]

[Tabel]
| Naam | Geb.datum | Adres | No.plaats of v.k.k. | Markt |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| G.Slikker | 27-12-07 | Gov.Flinckstraat 192 | 233 | Alb.Cuypstraat |
| I.Bromet | 6-7-10 | Markenplein 4 | 73 | Sumatrastraat |
| C.Goedhart | 10-6-91 | L.Leidschedw.str.172 I | 333 | Alb.Cuypstraat |

[Handgeschreven tekst links/midden]
2-6-1941
Terug aan den Heer Directeur van het Marktwezen, onder mededeeling, dat deze aangelegenheid niet bij de Gem. Personeelsvoorz. thuisbehoort. De vraag kan alleen door het Gew. Arbeidsbureau beantwoord worden.
Adj. Directeur f.p.v.
[Handtekening]

--- In dit document vraagt de directeur van het Amsterdamse Marktwezen aan de Dienst voor de Gemeentelijke Personeelsvoorziening om informatie over drie specifieke marktkooplieden (Slikker, Bromet en Goedhart). De centrale vraag is of zij "voldoen aan het gestelde" in een besluit van B&W uit december 1940 met betrekking tot tewerkstelling in Duitsland.

De kern van de correspondentie is administratieve controle: het Marktwezen wil weten of deze zelfstandige kooplieden mogelijk zijn opgeroepen voor of werkzaam zijn in de Arbeitseinsatz. De reactie van de Personeelsvoorziening (de handgeschreven nota) is echter afwijzend: zij stellen dat dit niet onder hun bevoegdheid valt en verwijzen de directeur door naar het Gewestelijk Arbeidsbureau.

Opvallend is de naam I. Bromet, woonachtig aan het Markenplein 4. Dit adres lag in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Gegeven de datum (mei 1941) vonden er in deze periode actieve uitsluitingsmaatregelen plaats tegen Joodse marktkooplieden.

--- Dit document stamt uit de eerste fase van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940 - medio 1941). In deze periode begon de bezetter, vaak met medewerking van het Nederlandse ambtelijke apparaat, steeds meer grip te krijgen op de arbeidsmarkt.

  1. Arbeitseinsatz: Hoewel de gedwongen tewerkstelling later in de oorlog veel massaler en dwingender werd, werden al vroeg in 1941 werklozen en bepaalde beroepsgroepen onder druk gezet om in Duitsland te gaan werken. De gemeente Amsterdam moest hierin faciliteren.
  2. Besluit No. 987 L.M. 1940: Dit besluit van december 1940 had waarschijnlijk betrekking op de registratie en status van (semi-)overheidspersoneel of personen met een gemeentelijke vergunning in relatie tot arbeidsinzet en loyaliteit.
  3. Vervolging van Joodse kooplieden: In 1941 werden Joden stelselmatig uit het economische leven geweerd. Voor de markten betekende dit dat Joodse kooplieden hun standplaatsvergunning verloren of werden verbannen naar specifieke 'Joodse markten'. De controle op personen zoals I. Bromet moet in dit licht van toenemende segregatie en administratieve registratie worden gezien.
  4. Bureaucratie: De brief toont de formele, bijna zakelijke manier waarop de bezettingsmaatregelen werden verwerkt in de dagelijkse administratie van de stad. Er is geen sprake van protest, enkel van een discussie over welke instantie verantwoordelijk is voor de informatievoorziening.

Samenvatting

In dit document vraagt de directeur van het Amsterdamse Marktwezen aan de Dienst voor de Gemeentelijke Personeelsvoorziening om informatie over drie specifieke marktkooplieden (Slikker, Bromet en Goedhart). De centrale vraag is of zij "voldoen aan het gestelde" in een besluit van B&W uit december 1940 met betrekking tot tewerkstelling in Duitsland.

De kern van de correspondentie is administratieve controle: het Marktwezen wil weten of deze zelfstandige kooplieden mogelijk zijn opgeroepen voor of werkzaam zijn in de Arbeitseinsatz. De reactie van de Personeelsvoorziening (de handgeschreven nota) is echter afwijzend: zij stellen dat dit niet onder hun bevoegdheid valt en verwijzen de directeur door naar het Gewestelijk Arbeidsbureau.

Opvallend is de naam I. Bromet, woonachtig aan het Markenplein 4. Dit adres lag in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Gegeven de datum (mei 1941) vonden er in deze periode actieve uitsluitingsmaatregelen plaats tegen Joodse marktkooplieden.


Historische Context

Dit document stamt uit de eerste fase van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940 - medio 1941). In deze periode begon de bezetter, vaak met medewerking van het Nederlandse ambtelijke apparaat, steeds meer grip te krijgen op de arbeidsmarkt.

  1. Arbeitseinsatz: Hoewel de gedwongen tewerkstelling later in de oorlog veel massaler en dwingender werd, werden al vroeg in 1941 werklozen en bepaalde beroepsgroepen onder druk gezet om in Duitsland te gaan werken. De gemeente Amsterdam moest hierin faciliteren.
  2. Besluit No. 987 L.M. 1940: Dit besluit van december 1940 had waarschijnlijk betrekking op de registratie en status van (semi-)overheidspersoneel of personen met een gemeentelijke vergunning in relatie tot arbeidsinzet en loyaliteit.
  3. Vervolging van Joodse kooplieden: In 1941 werden Joden stelselmatig uit het economische leven geweerd. Voor de markten betekende dit dat Joodse kooplieden hun standplaatsvergunning verloren of werden verbannen naar specifieke 'Joodse markten'. De controle op personen zoals I. Bromet moet in dit licht van toenemende segregatie en administratieve registratie worden gezien.
  4. Bureaucratie: De brief toont de formele, bijna zakelijke manier waarop de bezettingsmaatregelen werden verwerkt in de dagelijkse administratie van de stad. Er is geen sprake van protest, enkel van een discussie over welke instantie verantwoordelijk is voor de informatievoorziening.

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6