Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 28
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op grijs/blauw papier) met handgeschreven kanttekeningen.

24 mei 1941. Van: De Directeur van de Dienst der Markten in Amsterdam (ondertekend door W. Müller). Aan: Den Heer S. Schelvis, Waterlooplein 56, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Getypte brief (doorslag op grijs/blauw papier) met handgeschreven kanttekeningen. 24 mei 1941. De Directeur van de Dienst der Markten in Amsterdam (ondertekend door W. Müller). Den Heer S. Schelvis, Waterlooplein 56, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven, handgeschreven:] W. Müller

[Rechtsboven:] HG.

den Heer S.Schelvis,
Waterlooplein 56,
Amsterdam-Centrum.

85/1/19 M. [Rechts:] Wijk 2.
[Rechts:] 24 Mei 1941.

Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U op 17 Mei jl.
ter zake van het plaatsen van kramen e.d. op de markten een bedrag
van ƒ 6,75 aan mijn dienst verschuldigd is.
Ik geef U thans alsnog de gelegenheid dit bedrag binnen
vier dagen na dato dezes te betalen bij den kassier van mijn dienst,
bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur zal voorstellen de U ver-
leende vergunning in te trekken.

De Directeur,

[Onderaan, handgeschreven in groen potlood:]
21/5 ƒ 1.00 bloemen Deze brief is een formeel dwangbevel van de Amsterdamse Dienst der Markten aan een marktkoopman. De toon is bureaucratisch en dreigend: de ontvanger krijgt slechts vier dagen de tijd om een schuld van 6,75 gulden te voldoen. Zo niet, dan wordt voorgesteld zijn vergunning in te trekken, wat een direct einde aan zijn bron van inkomsten zou betekenen.

De handtekening bovenaan is van W. Müller, die destijds directeur was van het Marktwezen in Amsterdam. De groene aantekening onderaan lijkt een administratieve notitie, mogelijk een eerdere deelbetaling of een specificatie van de handel ("bloemen"). Het document dateert uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is hier essentieel: de ontvanger, Salomon Schelvis (geboren in 1904), woonde op Waterlooplein 56, midden in de Amsterdamse Jodenbuurt. Schelvis was een Joodse marktkoopman.

In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking en hun economische posities snel toe. Na de Februaristaking (1941) traden de bezetter en de collaborerende overheid steeds strenger op. Voor Joodse kooplieden op de Amsterdamse markten werd het werken steeds moeilijker gemaakt door beperkingen en administratieve pesterijen. Het dreigen met het intrekken van een vergunning voor een relatief klein bedrag was een effectief middel om mensen uit hun beroep te dwingen. Salomon Schelvis overleefde de oorlog, maar dit document getuigt van de dagelijkse bureaucratische strijd die Joodse Amsterdammers moesten voeren om in hun levensonderhoud te blijven voorzien onder het nazi-regime.

Samenvatting

Deze brief is een formeel dwangbevel van de Amsterdamse Dienst der Markten aan een marktkoopman. De toon is bureaucratisch en dreigend: de ontvanger krijgt slechts vier dagen de tijd om een schuld van 6,75 gulden te voldoen. Zo niet, dan wordt voorgesteld zijn vergunning in te trekken, wat een direct einde aan zijn bron van inkomsten zou betekenen.

De handtekening bovenaan is van W. Müller, die destijds directeur was van het Marktwezen in Amsterdam. De groene aantekening onderaan lijkt een administratieve notitie, mogelijk een eerdere deelbetaling of een specificatie van de handel ("bloemen").

Historische Context

Het document dateert uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is hier essentieel: de ontvanger, Salomon Schelvis (geboren in 1904), woonde op Waterlooplein 56, midden in de Amsterdamse Jodenbuurt. Schelvis was een Joodse marktkoopman.

In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking en hun economische posities snel toe. Na de Februaristaking (1941) traden de bezetter en de collaborerende overheid steeds strenger op. Voor Joodse kooplieden op de Amsterdamse markten werd het werken steeds moeilijker gemaakt door beperkingen en administratieve pesterijen. Het dreigen met het intrekken van een vergunning voor een relatief klein bedrag was een effectief middel om mensen uit hun beroep te dwingen. Salomon Schelvis overleefde de oorlog, maar dit document getuigt van de dagelijkse bureaucratische strijd die Joodse Amsterdammers moesten voeren om in hun levensonderhoud te blijven voorzien onder het nazi-regime.

Gerelateerde Documenten 6