Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 46
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/kopie) van een verzendlijst voor aanmaningen.

13 augustus 1941.

Origineel

Getypte brief (doorslag/kopie) van een verzendlijst voor aanmaningen. 13 augustus 1941. Ex ten [handgeschreven in blauwe inkt]

85/1/28 m 13 Augustus 1941.

    Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U op 9 Augustus jl. terzake van het plaatsen van kramen e.d. op de markten een bedrag van f .......... aan mijn dienst verschuldigd is.

    Ik geef U thans alsnog de gelegenheid dit bedrag binnen vier dagen na dato dezes te betalen bij den kassier van mijn dienst, bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur zal voorstellen de U verleende vergunning in te trekken.

                                             De Directeur,

Gezonden aan:
F.Wayeret 1e V.d.Helststraat 19 f 7,74
A.W.v.Merkestein Transvaalstraat 89-91 f 0,47
M.Soep Rapenburgerstraat 47 I f 0,26
K.Schouten Oostenburgervoorstraat 34 I
f 0,14
B.Siebbeles & Zn. Madurastraat 42 huis f 0,45
M.Vos Bonairestraat 103 II f 4,95
G.C.Wilhelmus Dykstraat 24 f 0,21 * Inhoud: Het document is een verzamelstaat van een standaard aanmaningsbrief die is verstuurd aan zeven verschillende marktkooplieden. De brief sommeert hen om binnen vier dagen achterstallig marktgeld van 9 augustus 1941 te betalen, op straffe van intrekking van de marktvergunning door het Gemeentebestuur.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("jl." voor jongstleden, "terzake van", "dato dezes", "bij gebreke waarvan"). De bedragen worden voorafgegaan door de "f" van florijn (gulden).
* Personen en locaties: De genoemde personen zijn gevestigd op diverse adressen in Amsterdam. Opvallend zijn de adressen in de Transvaalbuurt (Transvaalstraat) en de oude Joodse buurt (Rapenburgerstraat), wijken die in 1941 zwaar onder druk stonden door de Duitse bezettingsmaatregelen. De achternaam "Soep" is bovendien een bekende Joodse naam in het Amsterdamse marktwezen van die tijd. * Historische periode: De brief is gedateerd op 13 augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden anti-Joodse maatregelen steeds stringenter. Joodse marktkooplieden werden vanaf 1941 steeds vaker geweerd van reguliere markten en mochten vanaf september 1941 alleen nog op speciale "Joodse markten" staan.
* Administratieve achtergrond: Dit type documentatie is typerend voor de bureaucratische nauwgezetheid van het Amsterdamse gemeenteapparaat tijdens de oorlog. Zelfs zeer kleine bedragen (zoals f 0,14) werden administratief opgevolgd met dreiging van vergunningsintrekking. Het document dient waarschijnlijk als dossierstuk om aan te tonen wie er gewaarschuwd is.
* Geldeenheid: De genoemde bedragen zijn in guldens. Hoewel de bedragen klein lijken (minder dan een gulden in sommige gevallen), vertegenwoordigden ze voor kleine zelfstandigen in oorlogstijd een reële kostenpost, zeker wanneer de handel door beperkende maatregelen werd bemoeilijkt.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is een verzamelstaat van een standaard aanmaningsbrief die is verstuurd aan zeven verschillende marktkooplieden. De brief sommeert hen om binnen vier dagen achterstallig marktgeld van 9 augustus 1941 te betalen, op straffe van intrekking van de marktvergunning door het Gemeentebestuur.
  • Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("jl." voor jongstleden, "terzake van", "dato dezes", "bij gebreke waarvan"). De bedragen worden voorafgegaan door de "f" van florijn (gulden).
  • Personen en locaties: De genoemde personen zijn gevestigd op diverse adressen in Amsterdam. Opvallend zijn de adressen in de Transvaalbuurt (Transvaalstraat) en de oude Joodse buurt (Rapenburgerstraat), wijken die in 1941 zwaar onder druk stonden door de Duitse bezettingsmaatregelen. De achternaam "Soep" is bovendien een bekende Joodse naam in het Amsterdamse marktwezen van die tijd.

Historische Context

  • Historische periode: De brief is gedateerd op 13 augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden anti-Joodse maatregelen steeds stringenter. Joodse marktkooplieden werden vanaf 1941 steeds vaker geweerd van reguliere markten en mochten vanaf september 1941 alleen nog op speciale "Joodse markten" staan.
  • Administratieve achtergrond: Dit type documentatie is typerend voor de bureaucratische nauwgezetheid van het Amsterdamse gemeenteapparaat tijdens de oorlog. Zelfs zeer kleine bedragen (zoals f 0,14) werden administratief opgevolgd met dreiging van vergunningsintrekking. Het document dient waarschijnlijk als dossierstuk om aan te tonen wie er gewaarschuwd is.
  • Geldeenheid: De genoemde bedragen zijn in guldens. Hoewel de bedragen klein lijken (minder dan een gulden in sommige gevallen), vertegenwoordigden ze voor kleine zelfstandigen in oorlogstijd een reële kostenpost, zeker wanneer de handel door beperkende maatregelen werd bemoeilijkt.

Gerelateerde Documenten 6