Archief 745
Inventaris 745-366
Pagina 174
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Uittreksel uit de Nederlandsche Staatscourant.

Origineel

Uittreksel uit de Nederlandsche Staatscourant. [Handgeschreven rechtsboven:] afp. Dir. [onleesbare paraaf]
[Paars archiefstempel:] N° 100 / 5 / 27 M. 1941 12/12

U I T T R E K S E L U I T:
de Nederl. Staatscourant van Dinsdag 2 December 1941, No. 235.

Minerale Olie-regeneratiebeschikking 1940, No. 1.

1 December 1941
No. 59293 N.G.
Directie van Handel en Nijverheid.

De Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart;

Gelet op artikel 7 van de Distributiewet 1939 (Staatsblad No. 633) en in overeenstemming met de par. 2 en 3 van de Verordening No. 3/1940 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied;

Heeft goedgevonden te bepalen:

I. In de Minerale Olie-regeneratiebeschikking 1940, No. 1, wordt na artikel 7 ingevoegd een nieuw artikel 7 bis, luidende:

Verbod tot vervoer
Artikel 7 bis.

  1. Het is verboden gebruikte smeerolie van verbrandingsmotoren te vervoeren.
  2. Het verbod van lid 1 geldt niet voor zoover het vervoer gedekt is door een door of namens den directeur, ten blijke van een daartoe verleende vergunning, afgegeven vervoerbewijs, Aan een zoodanige vergunning kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden; niet-nakoming der voorwaarden of overdracht maakt een vergunning ongeldig.
  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 13, lid 1, van deze beschikking

z.o.z.

[Stempel verticaal in de linker marge:]
COMMISSIE VOOR DE SMEEROLIEN
van de Gemeente Amsterdam
Papaverweg 55, Centrale Noord
Telefoon 53600 - Toestel 471-449 Dit document is een officiële bekendmaking van een wetswijziging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft de toevoeging van "Artikel 7 bis" aan de Minerale Olie-regeneratiebeschikking van 1940. De kern van de wijziging is een strikt verbod op het ongeautoriseerd vervoer van gebruikte smeerolie.

Het document vertoont de typische kenmerken van de bestuurlijke overgangsfase tijdens de bezetting: het is opgesteld door de Nederlandse Secretaris-Generaal, maar beroept zich expliciet op een verordening van de "Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied" (Arthur Seyss-Inquart). De aanwezigheid van het stempel van de Amsterdamse 'Commissie voor de Smeeroliën' wijst erop dat dit specifieke exemplaar werd gebruikt voor de lokale uitvoering en controle op de distributie van schaarse brandstoffen en smeermiddelen in de gemeente Amsterdam. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland ontstond al snel een groot tekort aan strategische grondstoffen zoals olie. Om de oorlogsindustrie en het noodzakelijke transport draaiende te houden, was de bezetter afhankelijk van strikte rantsoenering en recycling. "Regeneratie" (het zuiveren en opnieuw bruikbaar maken) van gebruikte smeerolie was hierbij essentieel.

Door het vervoer van afgewerkte olie zonder vergunning te verbieden, probeerde de overheid de volledige stroom van dit product te controleren. Men wilde voorkomen dat gebruikte olie op de zwarte markt werd verhandeld of door particulieren zelf werd gebruikt of vernietigd. De olie moest direct naar centrale regeneratie-installaties worden geleid. De 'Distributiewet 1939', die al vóór de inval was opgesteld, bood hiervoor de wettelijke basis, maar werd onder Duits toezicht aangescherpt en geëscaleerd. De Papaverweg in Amsterdam-Noord, genoemd in het stempel, was indertijd een belangrijk industrieel gebied waar veel van dit soort logistieke en technische commissies waren gehuisvest.

Samenvatting

Dit document is een officiële bekendmaking van een wetswijziging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft de toevoeging van "Artikel 7 bis" aan de Minerale Olie-regeneratiebeschikking van 1940. De kern van de wijziging is een strikt verbod op het ongeautoriseerd vervoer van gebruikte smeerolie.

Het document vertoont de typische kenmerken van de bestuurlijke overgangsfase tijdens de bezetting: het is opgesteld door de Nederlandse Secretaris-Generaal, maar beroept zich expliciet op een verordening van de "Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied" (Arthur Seyss-Inquart). De aanwezigheid van het stempel van de Amsterdamse 'Commissie voor de Smeeroliën' wijst erop dat dit specifieke exemplaar werd gebruikt voor de lokale uitvoering en controle op de distributie van schaarse brandstoffen en smeermiddelen in de gemeente Amsterdam.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland ontstond al snel een groot tekort aan strategische grondstoffen zoals olie. Om de oorlogsindustrie en het noodzakelijke transport draaiende te houden, was de bezetter afhankelijk van strikte rantsoenering en recycling. "Regeneratie" (het zuiveren en opnieuw bruikbaar maken) van gebruikte smeerolie was hierbij essentieel.

Door het vervoer van afgewerkte olie zonder vergunning te verbieden, probeerde de overheid de volledige stroom van dit product te controleren. Men wilde voorkomen dat gebruikte olie op de zwarte markt werd verhandeld of door particulieren zelf werd gebruikt of vernietigd. De olie moest direct naar centrale regeneratie-installaties worden geleid. De 'Distributiewet 1939', die al vóór de inval was opgesteld, bood hiervoor de wettelijke basis, maar werd onder Duits toezicht aangescherpt en geëscaleerd. De Papaverweg in Amsterdam-Noord, genoemd in het stempel, was indertijd een belangrijk industrieel gebied waar veel van dit soort logistieke en technische commissies waren gehuisvest.

Gerelateerde Documenten 4