Archief 745
Inventaris 745-370
Pagina 140
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven klachtenbrief aan een overheidsinstantie.

20 oktober 1942. Aan: Directeur van het Marktwesen (Marktwezen), Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven klachtenbrief aan een overheidsinstantie. 20 oktober 1942. Directeur van het Marktwesen (Marktwezen), Amsterdam. Nº 2ª/99/1 M. 1942 21/10

Amsterdam, 20 Oct 42.

Den Directeur van het
Marktwesen
Amsterdam.
ni. Dir [onderstreept]

Waarde Heer,

Gaarne wil ik het onderstaande even
onder Uw aandacht brengen.

Er is een groentenman, wonende Landerijnshaak
hoek (Warmoestraat) hoek (zijn naam staat er niet
bij), die de laatste tijd niets anders schijnt te verkoopen
als andijvie. Indien hij iets anders heeft, is dit zoo weinig,
dat slechts een paar klanten hiervan kunnen profiteeren. De
rest verdwijnt dan naar achteren z.g. voor eigen gebruik.
Appelen en ander fruit zijn er zelden of nooit!

Zaterdag had hij voor het eerst weer een kistje meloenen
en de behandeling, die je nog krijgt is meer als erg. Hoe grooter
de prijs, hoe langer zijn gezicht! Want dan kunnen zij s'middags
klanten "weer" mijden krijgen.

Er wordt gewoon gezegd, ach ik heb maling aan jullie.
Als de oorlog afgeloopen is, ben ik binnen en al stervens
(hij gebruikte een minder fraai woord) jullie van de honger.
Dat ben ik binnen en heb ik nog genoeg te eten.

Is hier niets aan te doen? Wij believen ook wel eens
[tekst breekt hier af aan de onderzijde van de pagina] * Onderwerp: De brief betreft een felle klacht over een Amsterdamse groenteman die zich schuldig zou maken aan wangedrag en mogelijke zwarte handel.
* Inhoudelijke punten:
* Schaarste en distributie: De schrijver klaagt dat de groenteman vrijwel alleen andijvie verkoopt en andere producten (zoals meloenen en fruit) achterhoudt ("naar achteren") voor eigen gebruik of waarschijnlijk de zwarte markt.
* Bejegening: De winkelier wordt beschreven als uitermate onvriendelijk ("hoe langer zijn gezicht") en brutaal.
* Oorlogsprofiteerder: De meest opvallende beschuldiging is de uitspraak van de groenteman dat hij na de oorlog "binnen" (rijk) zal zijn, terwijl de klanten kunnen "verrekken" (het door de schrijver gesuggereerde 'minder fraaie woord') van de honger.
* Toon: De brief is geschreven vanuit een gevoel van machteloosheid en diepe verontwaardiging, typerend voor de gespannen sfeer tussen burgers en winkeliers tijdens de bezettingsjaren.
* Administratieve sporen: De potloodnotities linksboven en de stempel duiden erop dat de brief serieus is genomen en in de ambtelijke molen van het Marktwezen is beland. Dit document is een klassiek voorbeeld van een klacht- of 'klikbrief' uit de Tweede Wereldoorlog (oktober 1942). Tijdens deze periode was de voedselvoorziening in Nederland zeer beperkt en was vrijwel alles 'op de bon'. Winkeliers hadden hierdoor veel macht: zij konden beslissen wie de schaarse producten kreeg. Dit leidde vaak tot corruptie, woekerprijzen en de zogenaamde 'zwarte handel'.

De uitspraak over het "binnen zijn" na de oorlog wijst op de figuur van de 'oorlogswinstmaker' of 'bunkeraar', personen die profiteerden van de ellende van anderen. Het Marktwezen in Amsterdam was de instantie die toezicht hield op de markten en eerlijke handel moest waarborgen. De brief illustreert de sociale ontwrichting en de groeiende vijandigheid binnen de burgerbevolking als gevolg van de Duitse bezettingspolitiek en de schaarste.

Samenvatting

  • Onderwerp: De brief betreft een felle klacht over een Amsterdamse groenteman die zich schuldig zou maken aan wangedrag en mogelijke zwarte handel.
  • Inhoudelijke punten:
    • Schaarste en distributie: De schrijver klaagt dat de groenteman vrijwel alleen andijvie verkoopt en andere producten (zoals meloenen en fruit) achterhoudt ("naar achteren") voor eigen gebruik of waarschijnlijk de zwarte markt.
    • Bejegening: De winkelier wordt beschreven als uitermate onvriendelijk ("hoe langer zijn gezicht") en brutaal.
    • Oorlogsprofiteerder: De meest opvallende beschuldiging is de uitspraak van de groenteman dat hij na de oorlog "binnen" (rijk) zal zijn, terwijl de klanten kunnen "verrekken" (het door de schrijver gesuggereerde 'minder fraaie woord') van de honger.
  • Toon: De brief is geschreven vanuit een gevoel van machteloosheid en diepe verontwaardiging, typerend voor de gespannen sfeer tussen burgers en winkeliers tijdens de bezettingsjaren.
  • Administratieve sporen: De potloodnotities linksboven en de stempel duiden erop dat de brief serieus is genomen en in de ambtelijke molen van het Marktwezen is beland.

Historische Context

Dit document is een klassiek voorbeeld van een klacht- of 'klikbrief' uit de Tweede Wereldoorlog (oktober 1942). Tijdens deze periode was de voedselvoorziening in Nederland zeer beperkt en was vrijwel alles 'op de bon'. Winkeliers hadden hierdoor veel macht: zij konden beslissen wie de schaarse producten kreeg. Dit leidde vaak tot corruptie, woekerprijzen en de zogenaamde 'zwarte handel'.

De uitspraak over het "binnen zijn" na de oorlog wijst op de figuur van de 'oorlogswinstmaker' of 'bunkeraar', personen die profiteerden van de ellende van anderen. Het Marktwezen in Amsterdam was de instantie die toezicht hield op de markten en eerlijke handel moest waarborgen. De brief illustreert de sociale ontwrichting en de groeiende vijandigheid binnen de burgerbevolking als gevolg van de Duitse bezettingspolitiek en de schaarste.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6