Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 8 juli 1942. M. Zwaarts, Retiefstraat 48-II hoog, Amsterdam-Oost. № 30/33/1 M. 1942 10/7 V.K.K.
Amsterdam 8 Juli 1942
Mijn Heer
J. L. maandag kreeg ik
de mededeeling van de
Ijskar ijs handel dat
ik geen ijs meer mag krijgen [interliniatie: mag geven doorgehaald]
omdat ik een Jood ben
Ik ben in onderhandeling
met de Joodsche raad.
Ik wacht nu op antwoord
daar op of ik niet of wel
met de ijskar mag gaan.
Aldien tijd stond ik op
de joden markt Waterloo
plein. Mijn Heer als ik
berigt krijg dat ik weer
met de ijskar mag gaan.
Hoop ik dat ik weer op de
joden markt Waterlooplein
mag komen. Hopend goed
resultaat verblijf ik
Hoogachtend M Zwaarts
Retiefstraat 48 II oost kaart 234 In deze aangrijpende brief verzoekt de heer M. Zwaarts, een Joodse ijscoman uit Amsterdam, om toestemming om zijn beroep te blijven uitoefenen. De kern van de brief is als volgt:
- Beroepsverbod: Zwaarts heeft van de ijsgroothandel te horen gekregen dat hij geen ijs meer geleverd krijgt "omdat ik een Jood ben". Dit is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen die de bezetter stap voor stap invoerde om Joden uit het economische leven te bannen.
- Bemiddeling: Hij meldt dat hij in contact staat met de Joodse Raad voor een oplossing of ontheffing.
- Standplaats: Hij vraagt specifiek om zijn vertrouwde standplaats op de Jodenmarkt op het Waterlooplein te mogen behouden zodra hij weer over ijs kan beschikken.
-
Toon: De brief is geschreven in een formele, maar noodlijdende toon, wat typerend is voor de correspondentie van Joodse burgers die probeerden te overleven onder de steeds verstikkende regelgeving van de nazi-bezetter. De brief dateert van 8 juli 1942. Dit is een cruciaal en inktzwart moment in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. Slechts enkele dagen na het schrijven van deze brief, op 15 juli 1942, vertrok het eerste transport vanuit doorgangskamp Westerbork naar Auschwitz.
-
Economische uitsluiting: Vanaf 1941 werden Joodse ondernemers gedwongen hun zaken aan te melden, waarna ze vaak werden geliquideerd of onder beheer van een 'Verwalter' (bewindvoerder) werden geplaatst. Voor kleine zelfstandigen zoals ijscomannen betekende het intrekken van vergunningen of leveranties een direct verlies van hun broodwinning.
- Jodenmarkten: In 1941 werden in Amsterdam specifieke 'Jodenmarkten' ingesteld (waaronder op het Waterlooplein). Joden mochten niet meer op reguliere markten staan of kopen; zij werden zo fysiek en economisch gesegregeerd van de rest van de bevolking.
- De Joodsche Raad: Deze instantie werd door de Duitsers in het leven geroepen om orders over te dragen aan de Joodse gemeenschap. Veel Joden wendden zich tot de Raad in de hoop op hulp bij het verkrijgen van stempels of uitzonderingen ("Sperren"), die in de praktijk vaak slechts uitstel van deportatie boden.
- Locatie: De Retiefstraat in de Transvaalbuurt was een wijk waar in 1942 zeer veel Joodse Amsterdammers woonden. Velen van hen zijn tijdens de grote razzia's in de maanden die volgden weggevoerd. M. Zwaarts V.K.K.