Archief 745
Inventaris 745-376
Pagina 342
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag op doorslagpapier).

13 april 1942.

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag op doorslagpapier). 13 april 1942. VD/HG.

37/2/18 N.
13 April 1942.

Winteropslag 1942.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede hebben de ondergeteekenden, de Gem. Adviseur voor Voedings- en distributieaangelegenheden, de Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en de Directeur van het Marktwezen de eer U te berichten, dat de periode van opslag, genoemd in artikel II van het met de groentegrossierscombinatie gesloten contract voor den opslag van stapelgroenten (vide bijlage II, behoorende bij het besluit van den Burgemeester d.d. 28 November 1941 No. 637 L.M. ’41) per 15 Februari jl. is geëindigd.

In een vergadering op 24 Maart jl. van ondergeteekenden met de vertegenwoordigers der combinatie is vastgesteld, dat partij ter andere zijde de bepalingen van de onderhavige overeenkomst op volkomen correcte wijze is nagekomen, weshalve wij de eer hebben U te verzoeken, gevolg te geven aan het gestelde in artikel VI van het contract en derhalve den Gemeenteontvanger te machtigen het in dat artikel genoemde bedrag van f 14.000,- aan partij ter andere zijde te doen uitbetalen. Deze heeft medegedeeld, dat voor het in ontvangst nemen van genoemd bedrag schriftelijk is gemachtigd de heer G. Kramer, pakhuisafdeeling C 3 op de Centrale Markt alhier, weshalve ik U verzoek te willen bevorderen, dat het betreffende mandaat op naam van dezen grossier wordt gesteld, die de desbetreffende schriftelijke machtiging bij de aanbieding van het mandaat zal overleggen.

Omtrent de uitvoering van het contract met de combinatie van grossiers in vatgroenten zullen wij U binnenkort nader rapporteeren.

De Gemeente Adviseur voor Voedings- en distributieaangelegenheden,

De Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening,

De Directeur van het Marktwezen, Deze brief betreft de administratieve en financiële afwikkeling van een contract voor de winteropslag van "stapelgroenten" (zoals aardappelen, kool en wortelen). De periode van opslag eindigde officieel op 15 februari 1942. De ambtenaren bevestigen dat de gecontracteerde groep groothandelaren (de "groentegrossierscombinatie") aan alle verplichtingen heeft voldaan.

Er wordt verzocht om een betaling van 14.000 gulden (een aanzienlijk bedrag voor die tijd) vrij te geven aan de heer G. Kramer, die optreedt als gemachtigde namens de grossiers. De brief is een typisch voorbeeld van de complexe bureaucratie die nodig was om de voedselvoorziening in een grote stad tijdens de bezettingsjaren draaiende te houden. Opvallend is de vermelding van "vatgroenten" (geconserveerde groenten in vaten) aan het eind, waarover een apart rapport zou volgen. Het document dateert uit april 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was voedselvoorziening een kritieke taak van het lokale bestuur. Door schaarste en distributiemaatregelen was de overheid genoodzaakt om grote voorraden aan te leggen om de winter door te komen.

De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is zeer waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam (gezien de structuur van de genoemde diensten). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een van de belangrijkste posities binnen het college, verantwoordelijk voor het voorkomen van hongersnood onder de bevolking. De genoemde datum van het burgemeestersbesluit (november 1941) markeert het begin van de tweede oorlogswinter, waarin de grip van de bezetter op de economie en de voedselketen steeds verstikkender werd. De handgeschreven notitie rechtsboven lijkt de naam "Mr. Sickinghe" te bevatten, mogelijk een referendaris of secretaris die het stuk heeft behandeld.

Samenvatting

Deze brief betreft de administratieve en financiële afwikkeling van een contract voor de winteropslag van "stapelgroenten" (zoals aardappelen, kool en wortelen). De periode van opslag eindigde officieel op 15 februari 1942. De ambtenaren bevestigen dat de gecontracteerde groep groothandelaren (de "groentegrossierscombinatie") aan alle verplichtingen heeft voldaan.

Er wordt verzocht om een betaling van 14.000 gulden (een aanzienlijk bedrag voor die tijd) vrij te geven aan de heer G. Kramer, die optreedt als gemachtigde namens de grossiers. De brief is een typisch voorbeeld van de complexe bureaucratie die nodig was om de voedselvoorziening in een grote stad tijdens de bezettingsjaren draaiende te houden. Opvallend is de vermelding van "vatgroenten" (geconserveerde groenten in vaten) aan het eind, waarover een apart rapport zou volgen.

Historische Context

Het document dateert uit april 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was voedselvoorziening een kritieke taak van het lokale bestuur. Door schaarste en distributiemaatregelen was de overheid genoodzaakt om grote voorraden aan te leggen om de winter door te komen.

De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is zeer waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam (gezien de structuur van de genoemde diensten). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een van de belangrijkste posities binnen het college, verantwoordelijk voor het voorkomen van hongersnood onder de bevolking. De genoemde datum van het burgemeestersbesluit (november 1941) markeert het begin van de tweede oorlogswinter, waarin de grip van de bezetter op de economie en de voedselketen steeds verstikkender werd. De handgeschreven notitie rechtsboven lijkt de naam "Mr. Sickinghe" te bevatten, mogelijk een referendaris of secretaris die het stuk heeft behandeld.

Gerelateerde Documenten 4