Archief 745
Inventaris 745-376
Pagina 388
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief (pagina 2)

5 januari 1942 Van: Directeur van het Marktwezen (Amsterdam) Aan: Bureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd, Afd. Vervoer, Den Haag

Origineel

Brief (pagina 2) 5 januari 1942 Directeur van het Marktwezen (Amsterdam) Bureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd, Afd. Vervoer, Den Haag Bladzijde 2 van brief No.37/1/1 M. d.d. 5 Januari 1942 aan het
Bureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd, Afd.Vervoer, Den Haag,
van den Directeur van het Marktwezen.

Met de tuinders, met de besturen der tuindersorganisa-
ties of met het bestuur der tuindersveilingvereeniging zou dan,
omtrent de aflossing van dat kapitaal een overeenkomst moeten
worden gesloten.
Ik merk hierbij nog op, dat het vanzelf spreekt, dat,
wanneer tot een financiering, als door mij gedacht, zou worden
overgegaan, dit moet meebrengen, dat het aldus omgebouwde wagen-
park in dienst moet worden gesteld van de voedselvoorziening van
de stad Amsterdam; dit beteekent, dat de tuinder, wiens auto met
door bemiddeling der overheid voorgeschoten kapitaal wordt omge-
bouwd, niet meer onbeperkt over zijn auto kan beschikken. Ik stel
mij voor, dat daartoe van overheidswege aan te wijzen, uit tuin-
derskringen afkomstige personen, onder officieele leiding een
organisatie zullen scheppen, welke het vervoer van de tuinders-
bedrijven naar de Centrale Markt op de meest nuttige wijze zal
moeten regelen. De beschikbare persgasauto's zullen over te vor-
men buurtschappen worden verdeeld; aan het hoofd van zoo'n buurt-
schap dient een blokhoofd te worden benoemd, die ervoor dient te
zorgen, dat de wagens, welke hem ter beschikking worden gesteld
de producten van de in zijn buurschap wonende tuinders op de
meest efficiente wijze naar de Centrale Markt vervoeren.
Dit is, in het kort weergegeven, het plan, dat ik mij
ten aanzien van het vervoer van het tuindersproduct voor oogen
heb gesteld. Ik merk hierbij nog het volgende op. Het ombouwen
van de benzineauto's zal een vrij langen tijd in beslag nemen.
Een gelukkige omstandigheid is echter, dat het vervoer van tuin-
dersproducten in de maanden Januari en Februari nog zeer gering
is. Ik verwacht dan ook, dat dit vervoer met het thans beschik-
bare, kleine aantal generatorauto's, aangevuld met de benzine-
wagens, waarvoor een door de Rijksverkeersinspectie voor de maand
Januari te verstrekken kleine hoeveelheid benzine beschikbaar
komt, kan plaatsvinden. Zoo noodig zouden wagens door bemidde-
ling van het Bevrachtingskantoor kunnen worden gevorderd.
Gaarne zal ik ter zake nader van U vernemen.

De Directeur, De tekst beschrijft een logistiek plan om de voedselvoorziening van Amsterdam veilig te stellen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de extreme schaarste aan benzine stelt de Directeur van het Marktwezen voor om particuliere vrachtwagens van tuinders om te bouwen naar alternatieve brandstoffen (zoals persgas of houtgasgeneratoren).

Belangrijke punten in de tekst:
* Financiering en Controle: De overheid schiet het kapitaal voor de ombouw voor, maar in ruil daarvoor verliest de tuinder de vrije beschikking over zijn voertuig. Het wagenpark wordt gecentraliseerd ingezet.
* Organisatiestructuur: Er wordt gesproken over het indelen van tuinders in "buurtschappen" met een "blokhoofd" aan het roer. Dit is een typisch voorbeeld van de strakke, hiërarchische ordening die tijdens de bezetting werd ingevoerd.
* Brandstofproblematiek: De transitie van benzine naar "generatorauto's" en "persgasauto's" staat centraal. De lage productie in de wintermaanden wordt gezien als een kans om de ombouw te realiseren zonder de directe aanvoer in gevaar te brengen. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd de distributie van voedsel en brandstof volledig door de overheid gecontroleerd. Benzine was vrijwel uitsluitend voor de Wehrmacht bestemd. Civiele voertuigen moesten daarom worden uitgerust met omvangrijke houtgasgeneratoren.

Het Bureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd (BVO) was verantwoordelijk voor het draaiende houden van de voedselketen onder deze moeilijke omstandigheden. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds het cruciale knooppunt voor de voedseldistributie in de stad. De genoemde vorderingen van wagens via het Bevrachtingskantoor wijzen op de vergaande bevoegdheden die de overheid zichzelf in die tijd toekende om de openbare orde en basisbehoeften te handhaven.

Samenvatting

De tekst beschrijft een logistiek plan om de voedselvoorziening van Amsterdam veilig te stellen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de extreme schaarste aan benzine stelt de Directeur van het Marktwezen voor om particuliere vrachtwagens van tuinders om te bouwen naar alternatieve brandstoffen (zoals persgas of houtgasgeneratoren).

Belangrijke punten in de tekst:
* Financiering en Controle: De overheid schiet het kapitaal voor de ombouw voor, maar in ruil daarvoor verliest de tuinder de vrije beschikking over zijn voertuig. Het wagenpark wordt gecentraliseerd ingezet.
* Organisatiestructuur: Er wordt gesproken over het indelen van tuinders in "buurtschappen" met een "blokhoofd" aan het roer. Dit is een typisch voorbeeld van de strakke, hiërarchische ordening die tijdens de bezetting werd ingevoerd.
* Brandstofproblematiek: De transitie van benzine naar "generatorauto's" en "persgasauto's" staat centraal. De lage productie in de wintermaanden wordt gezien als een kans om de ombouw te realiseren zonder de directe aanvoer in gevaar te brengen.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd de distributie van voedsel en brandstof volledig door de overheid gecontroleerd. Benzine was vrijwel uitsluitend voor de Wehrmacht bestemd. Civiele voertuigen moesten daarom worden uitgerust met omvangrijke houtgasgeneratoren.

Het Bureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd (BVO) was verantwoordelijk voor het draaiende houden van de voedselketen onder deze moeilijke omstandigheden. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds het cruciale knooppunt voor de voedseldistributie in de stad. De genoemde vorderingen van wagens via het Bevrachtingskantoor wijzen op de vergaande bevoegdheden die de overheid zichzelf in die tijd toekende om de openbare orde en basisbehoeften te handhaven.

Gerelateerde Documenten 4