Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie). 10 december 1942. De waarnemend Directeur van (waarschijnlijk) de Centrale Markt te Amsterdam. De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven linksboven:] Verzonden 10/12
[Handgeschreven middenboven:] H. Muller
[Getypt rechtsboven:] HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/4/35 M. 7. 10 December 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden:
drie contracten in duplo betreffende de pakhuisafdeelingen
nos. H.2, H.20 en H.22 van de hal op de Centrale Markt;
vier contracten in duplo betreffende de pakhuisafdeelingen
nos. A.1 en 2, B.10 en E.18 van de pieren A., B. en E. op de
Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat
deze contracten door den Heer Burgemeester worden geteekend. Daar-
na gelieve U ze mij te doen terugzenden, teneinde voor registratie
te kunnen zorgdragen.
De Directeur,
wnd. * Taalgebruik: De brief is gesteld in het formele, ambtelijke Nederlands van de jaren '40 (bijv. "U te doen geworden", "moge U beleefd verzoeken", "in duplo"). Er wordt gebruikgemaakt van de oude spelling (bijv. "pakhuisafdeelingen", "geteekend").
* Administratieve proces: De brief illustreert de hiërarchische gang van zaken binnen het gemeentebestuur. De directeur van de markt bereidt de contracten voor, de wethouder fungeert als tussenpersoon, en de uiteindelijke handtekening moet van de burgemeester komen.
* Organisatie: De "Centrale Markt" in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was verdeeld in hallen en pieren met specifieke pakhuissecties voor handelaren. De genoemde nummers (H.2, A.1, etc.) verwijzen naar specifieke locaties op het marktterrein. Dit document stamt uit december 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening in de steden was in deze periode een kritieke aangelegenheid. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale taak in het beheer van schaarse middelen en distributie.
Hoewel de brief een routineuze administratieve handeling lijkt (het verlengen of afsluiten van huurcontracten voor opslagruimte), vond dit plaats in een context van strikte regulering. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. De Centrale Markt was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening, waar zowel legale handel als (onder toezicht) distributie van rantsoenen plaatsvond. De continuïteit van de administratie, zoals blijkt uit deze brief, toont aan dat het gemeentelijk apparaat onder de bezetting bleef doorfunctioneren.