Archiefdocument
Origineel
Omstreeks 10 januari 1942 (betreft gebeurtenissen op 6 januari 1942) Onbekende ambtenaar/rechercheur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen) Den Heer Inspecteur v./h. Marktwezen, Amsterdam No 37/6 3 M. 1942 10/I
Aan den Heer Inspecteur
v./h. Marktwezen, alhier,
Mijnheer,
In verband met uw opdracht van j.l. Dinsdag 6 Jan. ’42, omtrent het geval Benjamin Hakker, rapporteer ik U het volgende:
U moet n.l. weten dat hier eigenlijk bedoeld wordt de firma Hakker, de vader van bovengenoemden had een zaak gevestigd in de P.C. Hooftstr. No 67, deze zaak is door de politie van Bureau ... Sectie III op een orgineele wijze verzegeld, zoodat ik mijn aandacht geheel kon wijden aan den winkel van Benjamin Hakker, gevestigd in perceel Beethovenstr. 58, deze zaak is, voor mij onbegrijpelijk, niet door de politie verzegeld, ook meen ik dat hier geen woonvertrek achter is, dus het geval is hier een beetje vreemd, waarom niet verzegeld?
Ik heb B. Hakker nimmer op den openbaren weg met een of ander vervoermiddel waarop eventueel aard. gr. of fruit was [gezien] uitgestald, wel heb ik de zaak eenige malen opgebeld om een z.g. bestelling te doen, zonder dat ik echter eenig gehoor heb gekregen, terwijl ik toch secuur wist, dat B. Hakker zich in het perceel ophield.
Op Dinsdag 6 Jan. ’42 omstreeks 15.30 uur begaf B. Hakker zich in het gebouw van den Rijkscommissaris op het Museumplein, meer dan een uur heb ik daar op hem gewacht, hij bleef echter binnen, wat ik kon constateeren aan zijn rijwiel.
Op 6 Jan. heb ik eenige uren een persoon gevolgd, waarschijnlijk een broer of een knecht van hem, welke een driewielig
[Z.]
--- Dit document is een verslag van een observatie-opdracht uitgevoerd door een ambtenaar van het Amsterdamse Marktwezen. De focus ligt op de handelsactiviteiten van Benjamin Hakker, een Joodse koopman.
Belangrijke observaties uit de tekst:
1. Surveillance: De rapporteur houdt de locaties nauwgezet in de gaten. Hij merkt op dat de winkel van de vader (P.C. Hooftstraat 67) wel is verzegeld, maar die van Benjamin (Beethovenstraat 58) niet. Het "verzegelen" was een methode van de bezetter om Joodse bedrijven te sluiten of over te dragen aan een Verwalter (bewindvoerder).
2. Controle op handel: Er wordt specifiek gezocht naar bewijs van handel in "aard. gr." (aardappelen en groenten) of fruit. De ambtenaar probeert Hakker uit de tent te lokken door telefonisch een fictieve bestelling te plaatsen.
3. Bezoek aan het Rijkscommissariaat: Een cruciaal detail is dat Benjamin Hakker op 6 januari 1942 het gebouw van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) aan het Museumplein bezocht. Dit suggereert een poging van Hakker om in beroep te gaan tegen maatregelen of een reactie op een sommatie.
4. Schaduwen: De ambtenaar beperkt zich niet tot de hoofdpersoon, maar schaduwt ook medewerkers of familieleden die zich per driewieler verplaatsen.
--- Dit rapport moet worden gezien in de context van de economische uitsluiting van Joden in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Begin 1942 was de 'ontjoodsing' van de economie in volle gang. Joodse winkeliers werden gedwongen hun zaken te sluiten of over te dragen.
De ambtenaren van het Marktwezen fungeerden in deze periode vaak als handhavers van de anti-Joodse verordeningen. Zij controleerden of Joodse handelaren zich nog wel op markten begaven of dat zij illegaal vanuit hun 'verzegelde' of onteigende panden bleven handelen. De Beethovenstraat was in die tijd een straat met veel Joodse bewoners en ondernemers, wat het een brandpunt maakte voor surveillance door de bezetter en collaborerende instanties. De familie Hakker was een bekende naam in de Amsterdamse vishandel en groentehandel; dergelijke rapporten waren vaak de opmaat naar verdere repressie of deportatie.