Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 187
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officieel besluit van de Gemeente Amsterdam (Burgemeester en Wethouders).

4 juni 1942 (met terugwerkende kracht vanaf 13 januari 1942).

Origineel

Afschrift van een officieel besluit van de Gemeente Amsterdam (Burgemeester en Wethouders). 4 juni 1942 (met terugwerkende kracht vanaf 13 januari 1942). [Linksboven, handgeschreven:]
No 39/65/167

[Getypt:]
Afschrift

No. L. M. 194

[Rechtsboven, stempel en handgeschreven:]
1842 8/6
MW
[Handtekening/Paraaf, mogelijk Ammerlaan]

[Logo: Wapen van Amsterdam]

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan Izaak Pinto, geboren 12 Juli 1906,
wonende Lepelstraat 86 III, bij beschikking dd. 26 Januari 1940, no. 764
L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten
verkoop van haring, zuurwaren en aanverwante artikelen, op den openbaren
weg, den rijweg van de Nieuwe Kerkstraat, evenwijdig aan en tegen het ver-
hoogde voetpad, gedeeltelijk voor den zijgevel van perceel Weesperstraat
73 en voor perceel Nieuwe Kerkstraat 83, bij deze, gerekend te zijn ingegaan
13 Januari 1942, in te trekken.

GM

Amsterdam, 4 Juni 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Voûte

De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken

[Linksonder:]
K 350 Dit document is een administratieve neerslag van de uitsluiting van Joodse Amsterdammers uit het economische leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft de intrekking van een vergunning voor een haringkar/standplaats op de hoek van de Nieuwe Kerkstraat en de Weesperstraat, in het hart van de toenmalige Joodse buurt.

Opvallend is de datum: het besluit is genomen op 4 juni 1942, maar de intrekking gaat met terugwerkende kracht in per 13 januari 1942. Dit wijst op een bureaucratische afwikkeling van maatregelen die al eerder feitelijk waren ingegaan. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitse bezetter aangestelde burgemeester die nauw collaboreerde met de anti-Joodse politiek.

De tekst is zakelijk en formeel, wat het contrast met de menselijke tragedie die erachter schuilgaat vergroot. Door het intrekken van de vergunning werd Izaak Pinto zijn bron van inkomsten ontnomen. In 1941 en 1942 vaardigde de Duitse bezetter, vaak uitgevoerd door het Amsterdamse gemeentebestuur, een reeks verordeningen uit die Joden verboden om markten te bezoeken of handel te drijven op de openbare weg. Vanaf begin 1942 werden systematisch alle vergunningen van Joodse straathandelaren ingetrokken.

Izaak Pinto, de man die in dit document wordt genoemd, was een Joodse Amsterdammer. De Lepelstraat, waar hij woonde, lag in de Joodse wijk. Historische bronnen bevestigen dat Izaak Pinto later is gedeporteerd. Hij werd op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz. Dit document markeert de fase waarin hij door de overheid eerst van zijn bestaansmiddelen werd beroofd, kort voordat de grootschalige deportaties uit Amsterdam begonnen (juli 1942).

Samenvatting

Dit document is een administratieve neerslag van de uitsluiting van Joodse Amsterdammers uit het economische leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft de intrekking van een vergunning voor een haringkar/standplaats op de hoek van de Nieuwe Kerkstraat en de Weesperstraat, in het hart van de toenmalige Joodse buurt.

Opvallend is de datum: het besluit is genomen op 4 juni 1942, maar de intrekking gaat met terugwerkende kracht in per 13 januari 1942. Dit wijst op een bureaucratische afwikkeling van maatregelen die al eerder feitelijk waren ingegaan. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitse bezetter aangestelde burgemeester die nauw collaboreerde met de anti-Joodse politiek.

De tekst is zakelijk en formeel, wat het contrast met de menselijke tragedie die erachter schuilgaat vergroot. Door het intrekken van de vergunning werd Izaak Pinto zijn bron van inkomsten ontnomen.

Historische Context

In 1941 en 1942 vaardigde de Duitse bezetter, vaak uitgevoerd door het Amsterdamse gemeentebestuur, een reeks verordeningen uit die Joden verboden om markten te bezoeken of handel te drijven op de openbare weg. Vanaf begin 1942 werden systematisch alle vergunningen van Joodse straathandelaren ingetrokken.

Izaak Pinto, de man die in dit document wordt genoemd, was een Joodse Amsterdammer. De Lepelstraat, waar hij woonde, lag in de Joodse wijk. Historische bronnen bevestigen dat Izaak Pinto later is gedeporteerd. Hij werd op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz. Dit document markeert de fase waarin hij door de overheid eerst van zijn bestaansmiddelen werd beroofd, kort voordat de grootschalige deportaties uit Amsterdam begonnen (juli 1942).

Gerelateerde Documenten 6