Officieel afschrift van een besluit (beschikking) van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit (beschikking) van de Burgemeester van Amsterdam. [Handgeschreven in potlood, linksboven:] 39/65/166
[Handgeschreven in potlood, middenboven:] %
[Handgeschreven in inkt, rechtsboven:] Mw / H. muller [onleesbaar krabbeltje]
Afschrift 2
No. L. M. 194
[Wapenschild van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan M. Prins-Pront, wonende Nieuwe Uilen-
burgerstraat 48 III, bij beschikking dd. 25 Januari 1940, no. 764 L.M.
verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten ver-
koop van haring en zuurwaren, op den openbaren weg, het verhoogde gedeelte
gelegen aan de Uilenburgersteeg, tusschen de Joden Houttuinen en den Hout-
koopersburgwal, tegenover den zijgevel van perceel Joden Houttuinen 27,
bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 4 Juni 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Voute
De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken
[Linksonder:] K 350 * Inhoud: Dit document is een formele intrekking van een marktvergunning die oorspronkelijk in januari 1940 (vlak voor de Duitse inval) was verleend. Het betreft een standplaats voor de verkoop van haring en zuurwaren in de Joodse buurt van Amsterdam.
* Tijdlijn: Opmerkelijk is dat de intrekking is gedateerd op 4 juni 1942, maar met terugwerkende kracht is ingegaan op 13 januari 1942. Dit wijst op een administratieve afwikkeling van eerdere beperkende maatregelen.
* Ondertekenaars: Het document is ondertekend (in afschrift) door Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting, en gemeentesecretaris J.F. Franken.
* Locatie: De genoemde locaties (Nieuwe Uilenburgerstraat, Uilenburgersteeg, Joden Houttuinen) vormden het hart van de oude Joodse wijk in Amsterdam. Dit document is een direct bewijsstuk van de economische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 en 1942 vaardigde de bezetter, vaak uitgevoerd door het collaborerende gemeentebestuur, talloze verordeningen uit die het Joden onmogelijk maakten om hun beroep uit te oefenen of handel te drijven.
De achternaam 'Prins-Pront' en de locatie van de standplaats bevestigen dat het hier om een Joodse marktkoopvrouw gaat. De verkoop van haring en 'zuur' (ingelegde uien, augurken) was een typisch Joodse handel in deze buurt. De intrekking van de vergunning was onderdeel van een breder patroon waarbij Joden uit het openbare en economische leven werden verstoten, vaak vlak voordat de grootschalige deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen begonnen (die in Amsterdam in de zomer van 1942 op gang kwamen). De aanduiding "GM" staat waarschijnlijk voor Gemeentemarkten.