Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. (N.B. Handgeschreven toevoegingen zijn cursief weergegeven)
Nº 39/65/49 M. 021 28/5 MW
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2
[Wapen van de Gemeente Amsterdam]
V. Muller [handtekening]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Isaac Cohen, geboren 4 Maart 1888,
wonende Iepenweg 15 I, bij beschikking dd. 16 Juni 1941, no. 1007 L.M.
verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten ver-
koop van groente en fruit, op den openbaren weg, het voetpad van de Ruysch-
straat tegen het hek van het O.L.Vrouwegasthuis, bij deze, gerekend te
zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 25 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
K 350 Dit document is een administratief bewijs van de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit de maatschappij tijdens de Duitse bezetting. Isaac Cohen, een Joodse Amsterdammer, krijgt hier officieel te horen (via een afschrift) dat zijn vergunning voor een groentekraam is ingetrokken.
Opvallende elementen:
* Terugwerkende kracht: Hoewel het besluit op 25 april 1942 is getekend, gaat de intrekking in per 13 januari 1942. Dit wijst op een bureaucratische afhandeling van een feitelijke situatie die al eerder was afgedwongen.
* Locatie: De Ruyschstraat in Amsterdam-Oost was een plek met veel Joodse bedrijvigheid.
* Ondertekening: Het besluit is genomen onder de verantwoordelijkheid van Edward Voûte, de door de bezetter benoemde regeringscommissaris/burgemeester. In 1941 en 1942 werden in Nederland talloze verordeningen uitgevaardigd die het Joden onmogelijk maakten hun beroep uit te oefenen. Dit begon met het verbod op straathandel en markten voor Joden (Verordening 198/1941).
Isaac Cohen (geboren 1888) woonde op de Iepenweg 15-I. Uit historische bronnen is bekend dat hij later gedeporteerd is; hij werd op 14 mei 1943 vermoord in Sobibor. Dit document markeert het moment waarop hem zijn legale bron van inkomsten werd ontnomen, een cruciale stap in het proces van beroving en isolatie dat voorafging aan de deportaties.