Officieel afschrift van een besluit van Burgemeester en Wethouders.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van Burgemeester en Wethouders. Gemeente Amsterdam (Burgemeester Edward Voûte en Gemeentesecretaris J.F. Franken). Emanuel Engelsman (betreft hem). [Linksboven, gestempeld/handgeschreven:]
No 39/65/61 1942 20/5
Afschrift
No. 223 L. M. 1934 2. [waarbij de '4' boven de '3' is getypt/geschreven]
[Rechtsboven, handgeschreven:]
RW
Ammerlaan [handtekening in blauw krijt/potlood]
[Midden boven: Wapen van Amsterdam]
De BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
Overwegende, dat het gewenscht is, de aan
Emanuel Engelsman,
geboren 2 April 1914, wonende Vrolikstraat 112 II [handgeschreven boven doorgehaald '1914'], bij beschikkingen
d.d. 28 Juni 1940, No. 5/207 L.M. '40 en d.d. 6 Januari 1940, No.
764 L.M. '39 verleende vergunningen tot het innemen van vaste stand-
plaatsen ten verkoop van resp. bloemen, potplanten en bolgewassen
en bloemen op den openbaren weg onderscheidenlijk:
a. op het verhoogde middengedeelte van den Hoogeweg, nabij den Middenweg
en
b. in de Kruislaan tusschen den Middenweg en de Meerlaan,
in te trekken;
Heeft goedgevonden de bovenvermelde vergunningen bij deze, gere-
kend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
VM [handgeschreven paraaf]
Amsterdam, 22 April 1942.
De burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte [stempel in paarsblauw]
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel in paarsblauw]
--- * Administratieve uitsluiting: Dit document is een direct bewijs van de economische uitsluiting van Joodse Amsterdammers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de reden niet expliciet in de tekst staat (er wordt slechts gesproken over "dat het gewenscht is"), was het intrekken van marktvergunningen van Joodse kooplieden in deze periode standaardbeleid van de bezetter en het meewerkende stadsbestuur.
* Terugwerkende kracht: Opvallend is dat de vergunning op 22 april 1942 wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942. Dit sluit aan bij de landelijke verordeningen (zoals VO 198/1941) die bedoeld waren om Joden volledig uit het economische leven te verwijderen.
* Personen:
* Emanuel Engelsman: De betrokkene. Uit archiefonderzoek blijkt dat hij een Joodse bloemenkoopman was. De Vrolikstraat was een straat met veel Joodse bewoners.
* Edward Voûte: De door de Duitsers benoemde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam, die nauw samenwerkte met de bezetter.
* Locaties: De genoemde locaties (Hoogeweg en Kruislaan) liggen in Watergraafsmeer, een gebied waar veel straathandel plaatsvond.
--- In 1942 werd de vervolging van de Joodse bevolking in Nederland geïntensiveerd. Naast de fysieke deportaties die in de zomer van dat jaar op grote schaal begonnen, was er de bureaucratische "ariërisering" van de economie. Joodse burgers mochten geen eigen bedrijf meer hebben en hun vergunningen voor marktkramen of straathandel werden massaal ingetrokken.
Dit specifieke document vormt een schakel in die keten: door Emanuel Engelsman zijn middel van bestaan te ontnemen (de verkoop van bloemen en planten), werd hij sociaal en economisch verder geïsoleerd. Dergelijke documenten zijn cruciaal voor het reconstrueren van de dagelijkse realiteit van de Holocaust op lokaal niveau. * Emanuel Engelsman: De betrokkene. Uit archiefonderzoek blijkt dat hij een Joodse bloemenkoopman was. De Vrolikstraat was een straat met veel Joodse bewoners.